Het grote goedbedoelde bedrog

Irene Dische: En iedere week een brief. Vertaald uit het Engels door Gerrit de Blaauw. De Bezige Bij, 87 blz. ƒ 24,50

Als een schrijver die al bekend is als schrijver voor volwassenen zich aan een kinder- of jeugdboek waagt maakt dat altijd nieuwsgierig. Om te zien of hij of zij het ook in een iets ander register kan, of het mooie, geestige, elegante, geheimzinnige of wat het ook is dat het volwassenenwerk kenmerkt, bewaard blijft voor een ander publiek. Menige schrijver valt door de mand door een oubollige, clichématige toon aan te slaan, waaraan je kunt zien dat hij sinds zijn jeugd nooit meer een kinderboek van dichtbij gezien heeft, of door ineens alle precisie en zorg te laten varen - het is toch maar voor kinderen. Gelukkig zijn er ook andere schrijvers, die gewoon alles op alles zetten.

Aan het zojuist verschenen kinderboek van Irene Dische, Amerikaans-Duitse schrijfster van prachtige verhalen die meestal op een of andere manier van doen hebben met de Tweede Wereldoorlog, begon ik enigszins huiverend - uit angst om teleurgesteld te worden. Maar gelukkig. En iedere week een brief is wonderlijk mooi, mooi op de manier waarop Kinderverdriet van Danilo Kis mooi is, of Het bittere kruid of de verhalen van Torgny Lindgren - eigenlijk weet je bij zulke boeken niet voor wie ze precies zijn. Voor iedereen.

De wereld is in En iedere week een brief een vertelling geworden, met enige afstand gedaan. Precies die afstand die gebeurtenissen zo emotionerend maakt want algemeen geldend, hoe specifiek ze ook zijn. De kleine Peter heeft een onbesuisde, vrolijke vader, Laszlo, die van zichzelf altijd uitroept dat hij een geluksvogel is. De geluksvogel rijdt met zijn eerste auto meteen zijn vrouw te pletter en verhuist vervolgens, Hongaarse jood, met zijn zoontje van Hongarije naar Berlijn vlak voor de oorlog uitbreekt. ' 'Deze stad is van ons,' fluisterde Laszlo, 'maar de mensen weten dat niet. Niet verklappen, hoor. Doe maar net of we hem even hebben geleend.' '

Peter en zijn vader hebben het een klein jaar heerlijk in Berlijn. Ze eten drop en worstjes, ze zwerven door de stad en Laszlo ziet kans om het boze van de buitenwereld vrijwel geheel verborgen te houden voor zijn zesjarige zoontje dat dol op hem is. 'Hij voelde zich niet op zijn gemak bij kinderen van zijn eigen leeftijd. Hij gaf zoveel om zijn vader dat hij geen energie meer over had voor anderen.' Maar na de Kristallnacht - een gebeurtenis waar Peter maar weinig van heeft begrepen - vindt zijn vader het niet langer verantwoord om het jongetje in Berlijn te houden. 'Twee dagen later zei Laszlo Nagel: 'Ik ben een geluksvogel, maar jij moet nog bewijzen dat je het bent'. Er klonk verdriet in zijn stem, en hij kreeg tranen in zijn ogen.' Peter wordt naar zijn grootvader in Hongarije gestuurd, waar hij al eens eerder een paar maanden heeft gewoond. Grootvader is heel anders dan Peters vader. Grootvader is ordelijk. Zeer ordelijk. En afgemeten. En niet speels. En niet warm.

Het enige dat het leven van Peter bij zijn grootvader dragelijk maakt is de brief van zijn vader die stipt elke zaterdag arriveert. Vrolijke brieven zijn het, hartelijke brieven, maar helaas laat Laszlo Nagel zich elke keer zo meeslepen door zijn verhalen dat zijn handschrift al bij de tweede regel onleesbaar wordt voor de ongeoefende lezer die Peter nog maar is. Dus moet grootvader ze voorlezen die dat met lichte afkeuring doet en het laatste stuk nooit wil voorlezen omdat daarin 'duizend zoenen en knuffels' staan en andere dingen die grootvader afschuwelijk overdreven vindt.

Zo verstrijken de jaren, tot op een dag Laszlo een getypte brief stuurt: geluksvogel, typemachine op de kop getikt. Nu kan Peter zelf de brieven van zijn vader lezen. En ongegeneerd schrijft hij allemaal niet gebeurde dingen terug om zijn vader net zo prettig bezig te houden als die het zijn zoon doet. De ontdekking, dat niet zijn vader maar zijn grootvader een typemachine heeft waar brieven aan 'mijn allerliefste zoon' uitkomen is onthutsend.

Alles blijkt in dit boek anders dan het lijkt - het grote goedbedoelde bedrog van de wereld. Daar wordt niet dramatisch over gedaan, er wordt ook niet luidkeels benadrukt hoe liefdevol grootvader eigenlijk is of hoe ellendig ongelukkig Peter. Het blijft impliciet, niets wordt benoemd, waardoor de gebeurtenissen precies die ongrijpbaarheid krijgen die ze voor een kind hebben. En voor een volwassene ook.