Hans Werner Henze's overweldigende nieuwe symfonie; De krachttoer van de Negende

Beethovens exuberante 'Sinfonie Nr. 9 in d-moll, opus 128' maakte van het componeren van een Negende Symfonie een soort Olympische limiet, geschapen om de vergelijking met Beethoven te kunnen doorstaan. In Berlijn ging vorige week de Negende van Hans Werner Henze in première. Met flarden muziekgeschiedenis èn, voor het eerste sinds Beethoven, mèt een koor, roept zijn compositie schemer en vervolging op. “Mijn Negende Symfonie houdt zich bezig met het Duitsland waar ik als jong mens in terechtkwam.”

Het metrostation aan de Friedrichstrasse wordt in de Berlijnse volksmond het Tranenpaleis genoemd. Sinds het verrijzen van de Muur fungeerde het als grenspost en overgangsstation tussen Oost en West. Op de perrons namen familieleden en dierbaren voor lange tijd afscheid van elkaar, alvorens in verschillende treinstellen uiteen te gaan. Der Tränenpalast markeert met een zekere nonchalance de ingrijpende gevolgen die de gespletenheid van hun stad voor Berlijners teweegbracht. Thans is het omgebouwd tot concerthal en toont het de dynamiek en daadkracht waarmee getracht wordt deze metropool nieuw leven in te blazen. De parafernalia van het voorbije tijdperk vervullen nog slechts een decoratieve functie. Boven de ingang van de publieke tribune leest men: Willkommen in Berlin, Hauptstadt der DDR. Wie een versnapering bestelt bemerkt dat hij is aangeland in de Amerikaanse zone. Ruim zeven jaar na die Wende en drie jaar voor het zijn oude functie als regeringscentrum weer op zal vatten, is Berlijn een grote bouwput. De brede strook niemandsland die de Muur aan weerszijden omgaf, doorkliefde het oorspronkelijke hart van de stad en biedt nu de aanblik van een verwilderde haag van steigers en hijskranen. Dit is niet alleen een droomspeeltuin voor projectontwikkelaars, het maakt ook zichtbaar hoe de turbulenties van het verleden wegebben in het heden.

Het is deze geschondenheid van de twintigste-eeuwse Duitse geschiedenis, die aan de basis ligt van Hans Werner Henze's Negende Symfonie. Dit zevendelige, ruim een uur in beslag nemende werk voor gemengd koor en orkest, werd op 11 september in première gebracht door de Berliner Philharmoniker, onder leiding van dirigent Ingo Metzmacher. De teksten, vervaardigd door Hans-Ulrich Treichel, zijn gebaseerd op de roman Das siebte Kreuz van Anna Seghers. Het handelt over de vlucht van zeven gevangenen uit een concentratiekamp en de tragische, zinloze dood van zes van hen. Henze, in 1926 geboren in het mijnwerkersdorpje Güttersloh: “Mijn Negende Symfonie houdt zich bezig met het Duitsland waar ik als jong mens in terechtkwam. Het gaat over vluchten, paniek, doodsangst, verwoesting en het heengaan naar de andere wereld,die van de doden. Slechts aan het slot wordt hoop verklankt. Deze symfonie is als een apotheose van het verschrikkelijke en pijnlijke, een afrekening met een willekeurige, onberekenbare en ons overvallende wereld. In plaats van vreugde en goddelijke inspiratie te bezingen, is het een evocatie van een wereld van schemer en vervolging, die nog altijd haar schaduwen werpt op onze werkelijkheid. Maar bovenal is het een eerbetoon aan hen die tijdens de naziterreur voor de vrijheid van denken hun leven hebben gegeven.”

Karajan

Henze's Negende Symfonie, geschreven in opdracht van de Berliner Philharmoniker, vormt het hoogtepunt van de 47ste Berliner Festspielwochen. Deze zijn een soort pendant van het Holland Festival, met het verschil dat ze aan de start van het culturele seizoen plaatsvinden, een veel logischer tijdstip dan het begin van de zomer. Tussen Berlijn en Henze, al vele decennia woonachtig in Italië, is er altijd sprake geweest van een speciale band. In nog geen veertig jaar voerde de Berliner Philharmoniker maar liefst 55 keer werk van Henze uit, waarvan tien premières. Henze: “Mijn Sonate per Archi werd in '59 uitgevoerd door Karajan, toen al een megaster, ik voelde me nog een beetje een bleke provinciaal. Urenlang probeerde hij iedere stem in de partituur tot in het kleinste detail uit. Hoe is het spanningsverloop, de frasering? Kloppen die noten? Dit crescendo, waar begint het precies en tot waar loopt het door? In de middagpauze nodigde hij me uit voor een korte wandeling in het Grünewald. Onverdroten ging hij door met vragen stellen, waarbij zijn dienstauto op respectvolle afstand, maar immer op afroep beschikbaar, met een slakkegangetje achter ons aan reed.” Als blijk van de innige liaison tussen Henze en de Berliner Philharmoniker, werd hij na afloop van zijn Negende Symfonie onderscheiden met de Hans von Bülow-penning. Henze's dankwoord was kort en liet niets aan duidelijkheid te wensen over: “Deze avond is een van de mooiste en ontroerendste momenten van mijn leven. Ik dank u.”

Dat een groot componist een negende symfonie schrijft, is in de muziekgeschiedenis niets nieuws. Haydn schreef meer dan honderd symfonieën en Mozart éénenveertig. Hoewel niet de uitvinders van het genre, waren zij wel verantwoordelijk voor het tot volle wasdom brengen van de symfonie als vorm: een eerste, snel deel in sonatevorm, gevolgd door een langzaam adagio, als derde deel een scherzo in driekwartsmaat en tot slot een triomfantelijke finale. Zo luidt de standaardformule voor de traditionele symfonie. Het was Beethoven echter, met zijn Sinfonie Nr. 9 in d-moll, opus 128, voor het eerst uitgevoerd in 1824 in Wenen, die de voor altijd geldende maatstaf zou bepalen. Beethoven was vooral geïnteresseerd in het verkennen van de grenzen van de symfonische vorm. Met het groeien van zijn oeuvre, namen zijn symfonieën steeds exuberanter vormen aan. Dit resulteerde uiteindelijk in de kolossale Negende, met het slotkoor op Schillers ode An die Freude. Het stuk was in Frankrijk meteen een hit, maar raakte in Duitsland na Beethovens dood in 1827 vrijwel in de vergetelheid. Richard Wagner, die zelf helemaal niets van symfoniën moest hebben, ging uitvoerig aan het lobbyen en schreef enthousiaste artikelen in de Dresdener Anzeiger om het stuk in 1846 weer eens in Duitsland uitgevoerd te krijgen. Hierna was het hek van de dam en verwierf het stuk vrijwel overal een immense populariteit. Ironisch genoeg, zijn het nu vooral de Fransen die er bezwaar tegen maken om het Alle Menschen werden Brüder te verheffen tot volkslied van de Europese Gemeenschap. Praktisch iedereen kan het spontaan inzetten, als ware het We are the Champions, zij het dat de boodschap van een wat minder zelfcomplimenterende aard is. De uitdijende vorm zorgde voor het vervagen van de symfonische stijl. Na Beethoven werd de term symfonie geleidelijk van toepassing op elk groots opgezet orkestraal werk. Ook de hoeveelheid werk was door Beethovens expansiedrift drastisch toegenomen. Negen symfoniën werd hierdoor een soort Olympische limiet. Deze krachttoer heeft navolging gevonden. De componisten getroostten zich allen speciale moeite voor hun Negende Symfonie, in het besef dat ze de top van de berg hadden bereikt. Het zijn per definitie stukken met een monumentaal karakter, geschapen om de vergelijking met Beethoven te kunnen doorstaan.

Noodlot

Gustav Mahler (1860-1911) was de eerste componist die in de gaten kreeg dat het schrijven van een negende symfonie een tamelijk omineuze, het noodlot tartende bezigheid is. De geschiedenis had hem geleerd dat Beethoven, al stokdoof ten tijde van de première van zijn Negende, nog wel geprobeerd had om aan een tiende te beginnen, maar aan meer dan wat schetsen niet toe kwam. Deze schetsen zijn nog wel eens opgelapt en uitgewerkt door de Britse musicoloog Barry Cooper, zodat ze bruikbaar waren als concertstuk. Maar van een overtuigend, authentiek Beethoven Tien-gevoel is bij beluistering ervan geen sprake. De Grote Symfonie in C van Franz Schubert (1797-1898) pleegt men diens Negende te noemen, terwijl er in werkelijkheid maar acht symfoniën aan ons zijn overgeleverd. Deze achtste heeft bovendien nog als bijnaam de Unvollendete. Ook Anton Bruckner (1824-1896) was het niet gegeven om zijn Negende Symfonie geheel te voltooien. Zijn Finale was in schetsvorm gereed, maar de instrumentatie ervan moest hij uitstellen tot in het hiernamaals. We weten dit echter niet helemaal zeker, omdat er na zijn dood een aantal keren in zijn huis werd ingebroken. Daarbij is ook een aantal manuscripten en schetsboeken ontvreemd die nooit meer boven water zijn gekomen. Bovendien geldt bij Bruckner als verzachtende omstandigheid zijn mengeling van onzekerheid en hoge kwaliteitseisen. Hierdoor wees hij twee van zijn jeugdwerken af en doopte één ervan om tot Symfonie nr.0.

Mahler zag, na acht symfonieën, de bui dus al hangen en stelde het schrijven van zijn negende zo lang mogelijk uit. Allereerst paste hij de methode-Bruckner toe en verwierp drie symfoniën als jeugdzondes, om zodoende wat meer speling op de teller te krijgen. Deze werken zijn in de jaren dertig door Willem Mengelberg, de toenmalige dirigent van het Concertgebouworkest, in Dresden opgespoord, maar door onvoorstelbare nalatigheid definief verloren gegaan. Nadat Mahler wederom op het kritieke punt van acht symfonieën was aangeland, betitelde hij zijn Lied von der Erde als een symfonische liedcyclus, in plaats van als de negende symfonie die het eigenlijk is. Toen hij echt niet meer om zijn negende heenkon, besloot hij om er ook meteen een tiende achteraan te schrijven, om zodoende te pogen de vloek te doorbreken. Het was daar, in het eerste, slepende adagio van de tiende, dat de dood hem bij zijn kladden greep. Hij overleed op 18 mei 1911 te Wenen.

Van dit illustere gezelschap toondichters durfde niemand het aan om, in navolging van het rolmodel, zijn negende symfonie ook van een koor te voorzien. Voor Hans Werner Henze lag het precies omgekeerd: “Wat denk je, voor mij zijn de groten van de abenländische traditie maatgevend.” De zeven delen waaruit Henze's Negende Symfonie is opgebouwd, verschillen sterk van elkaar in karakter en omvang. Dit maakt het stuk gevarieerder en minder dichtgetimmerd dan zijn Zevende en Achtste Symfonie, die gebruikmaken van één brede, continue stroom muziek.

De Negende ligt in opzet meer in het verlengde van Henze's Requiem (1992), voor kamerorkest, zij het dat het van een veel groter apparaat, 104 muzikanten en groot koor, gebruik maakt. Opvallend aan de Negende Symfonie is de natuurlijke vanzelfsprekendheid waarmee alles op zijn plaats valt, zowel met betrekking tot de grote vorm, als de lyrisch-contemplatieve grondhouding van de muziek. Het stuk zit eenvoudigweg goed in zijn vel. Nergens neigt het naar het groteske en kitscherige, of een al te nadrukkelijk realisme, een gevaar dat met een dergelijk onderwerp voortdurend op de loer ligt.

Maalstroom

Hans Werner Henze is de meest produktieve opera-componist van deze eeuw. Zijn fenomenale theatrale instinct, dat de focus altijd daar legt bij de maximale zeggingskracht, is hem in de Negende goed van pas gekomen. Treichels in de ik-vorm gestelde proza is lenig en associatief en sluit exact aan op Henze's verfijnde en flexibele gevoel voor vocale expressie. Meteen vanaf het In grosser Erregung waarmee de partituur aanvangt, een pianissimo uitmondend in een maalstroom van emoties. De impulsieve, nerveuze toonschilderingen van dit eerste deel, handelend over de ontsnapping van de gevangen, zijn ingebed in een zorgvuldig geplande onderstroom. Op dit vaarwater toont Henze zich een kundig stuurman, die behendig de klippen van de overkill en ondoelmatigheid weet te omzeilen. Af en toe doemen er in de Negende Symfonie flarden muziekgeschiedenis op: als de vluchtelingen zich in het veld schuilhouden, klinkt er uit een nabijgelegen herberg muziek: fragmenten van Alban Bergs Wozzeck vermengen zich met een smartlap, Gestern noch bin ich bei ihnen gesessen. In het tweede deel Bei den Toten, een licht maar tevens enigszins morbide adagio, parelt voor een kort moment Mahlers Adagietto in de harp en gedempte strijkers, omspeeld met ijle motoriekjes in de celesta. Verderop in het stuk klinken echo's van Debussy's Sirènes. De meest prominente plaats wordt ingenomen door het ruim twintig minuten durende zesde deel, Nacht im Dom. Twaalf koorsolisten, opgesteld op het balkon en begeleid door zachte orkestclusters, wisselen in een rituele, blokmatige vorm met het grote koor en het orkest. Deze dialoog tussen de heiligen en de vluchtenden, geleidelijk aan culminerend in een ongekend expressieve climax, vormt het dramatische hoogtepunt van het stuk.

In één opzicht is Henze zijn grote voorbeeld zelfs te slim af; in het slotdeel Die Rettung, dat zich bezighoudt met de enige overlevende, het symbool van hoop. Beethovens slotkoor vertoont de neiging om alsmaar olie op het vuur te blijven gooien, waardoor het imposante effect zichzelf naar het einde toe enigszins voorbij lijkt te hollen. Henze draait na het zinderende zesde deel resoluut de kraan dicht. Het meest fascinerende aan Die Rettung is de soevereine eenvoud. Er gebeurt tien minuten lang vrijwel niets. Wat simpele homofone zettingen en een paar serene klankvelden heffen zichzelf op en doen de muziek uiteindelijk geheel verdampen. Na het stormachtige van de zes voorafgaande delen sorteert dit een kolossaal effect. Henze's muziek weet niet alleen bij de toehoorders veel los te maken. Hanna Wohlschläger, sopraan in het Rundfunkchor Berlin: “We zijn vijf weken lang heel intensief met dit project bezig geweest. Ik had me nog nooit echt met moderne muziek beziggehouden. De manier waarop de emoties worden verklankt in het koor en hun weerslag vinden in het orkest is fenomenaal. De laatste weken droom ik 's nachts van de fluisterstemmen van het kleine koor op het balkon: 'dein Mund ist verwest deine Zunge ist Erde'. Ik vind het een heftig, maar geen zwaar stuk, het is meer een overweldigende wolk.”

Het Berlijnse publiek, in gezelschap van de uit alle windstreken toegestroomde pers en Henze-fanaten, was laaiend enthousiast en fêteerde de maestro op een ovatie. EMI zal reeds in november een cd van de Negende uitbrengen. Wellicht dat een Nederlands orkest nog eens de tegenwoordigheid van geest zal bezitten om de behaaglijke gemakzucht van het poldermodel van zich af te schudden en het stuk op het repertoire te nemen. Aan Henze zal het niet liggen. Een nogal matige uitvoering van Henze's Zevende Symfonie door het Residentie Orkest vier jaar geleden, vormt vooralsnog de meest actuele stand van zaken.