'Griezelige' meerval lijdt onder fabels

De meerval is in Nederland een zeldzame, en beschermde, vis. Zijn uiterlijk helpt daar niet bij.

ZAANSTAD, 19 SEPT. “Over de meerval doen de wildste geruchten de ronde”, zegt Sjoerd Veenstra. “Zo zou deze vis vijf meter lang kunnen worden en moeiteloos kinderen of honden het water insleuren. Maar dat zijn louter fabels. Een meerval van anderhalve meter is al een flinke en hij leeft voornamelijk van andere vis. Een enkele keer pakt hij een watervogel, een meerkoet of een fuut.”

Veenstra, 26 jaar oud en woonachtig aan de Zaan, is voorzitter van de Stichting Zoetwatervissen Noord-Holland, die onder meer tot doel heeft zeldzame en bedreigde vissoorten te beschermen. Haar jongste activiteiten zijn gericht op de meerval, die in Nederland voornamelijk voorkomt in de Ringvaart van de Haarlemmermeer en de daaraan grenzende Westeinderplassen. Het betreft een geïsoleerde populatie buiten het Europese verspreidingsgebied van de soort - een overblijfsel uit historische tijden, toen deze vis in een veel groter deel van de lage landen voorkwam.

Volgens Veenstra moet er meer bekend worden over het gedrag van de Nederlandse meerval en de eisen die deze vis aan zijn leefomgeving stelt. Nauwgezet onderzoek zou aanbevelingen kunnen opleveren voor behoud en wellicht versterking van de populatie.

Nederland is daartoe ook verplicht door ondertekening van diverse internationale verdragen over de instandhouding van de biodiversiteit, de verscheidenheid aan planten- en diersoorten. Een van die overeenkomsten is de Conventie van Bern, waarin de meerval expliciet wordt genoemd.

Veenstra: “Daar komt bij dat de Nederlandse meerval door zijn geisoleerde bestaan een bijzondere plaats op de Europese kaart inneemt. Het is zelfs mogelijk dat hierdoor rond de Haarlemmermeer een genetisch unieke populatie is ontstaan.”

Voor het onderzoek dat zijn stichting wil uitvoeren, is het nodig enkele meervallen via implantatie uit te rusten met zendapparatuur om na te gaan welke habitats hun voorkeur hebben. Hiervoor is een projectvoorstel ingediend bij diverse (overheids)instanties met een verzoek om subsidie. Het Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, onderdeel van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, heeft al toegezegd de gevraagde zendapparatuur te leveren.

Dat de meerval (Silurus glanis) bij tijd en wijle in griezelverhalen figureert, heeft ongetwijfeld te maken met zijn nogal afschrikwekkende uiterlijk: een brede platte bek, voorzien van zes tastdraden. De grootste meerval ooit in Nederland gevangen, was twee meter lang, maar normaal meet hij tussen de veertig en tachtig centimeter. Daarmee is hij wel de grootste inheemse zoetwaterroofvis, kleiner dan de steur, die in Nederland allang is uitgestorven, maar groter dan de snoek.

Meervallen kunnen slecht tegen licht en hebben daarom behoefte aan natuurlijke, holle oevers. Daar vinden ze beschutting onder overhangende takken en tussen boomwortels, die zich ook bij uitstek lenen als paaiplaats. Het aanbrengen van damwanden en beschoeiingen vormt een ernstige bedreiging voor de soort.

De meerval is beschermd krachtens de Natuurbeschermingswet. Het is verboden hem te vangen of te doden en zonder noodzaak zijn domein te verstoren. Beroepsvissers op de Ringvaart en de Westeinderplassen krijgen regelmatig meervallen als onbedoelde bijvangst in hun netten, bij elkaar gemiddeld ruim zestig per jaar. Voor zover Veenstra weet worden de dieren altijd teruggezet.

Opvallend is dat de soort niet voorkomt in de Kagerplassen en het Braassemermeer, die ook een open verbinding met de Ringvaart hebben. Wel worden er soms meervallen waargenomen of gevangen in de grote rivieren en het IJsselmeer. Die laatste zijn waarschijnlijk overgebleven exemplaren die in 1976 zijn ontsnapt uit een kwekerij van de Organisatie tot Verbetering van de Binnenvisserij (OVB) in Lelystad.

De meldingen uit rivierenland begonnen zo'n twintig jaar geleden en moeten betrekking hebben op meervallen die sinds 1965 in het Duitse stroomgebied van de Rijn worden uitgezet en de grens overzwemmen. Dit zijn jonge, uit de Donau afkomstige dieren. In de Donau zelf komt de meerval van nature niet meer voor waar deze rivier is gekanaliseerd. Ook in de Elbe is de soort de laatste decennia hard achteruitgegaan.

Veenstra: “Om die reden draagt Nederland een internationale verantwoordelijkheid met de bescherming van zijn eigen, Nederlandse meerval.”