Goethe en Shakespeare

Vorige week was er al het bericht van een Duitse onderzoeker dat Goethe gay was, en nu blijkt ook Shakespeare er homoseksuele neigingen op na gehouden te hebben. Dat schrijft althans de Britse onderzoekster Katherine Duncan-Jones in een nieuwe inleiding bij de Arden-uitgave van de sonnetten van Shakespeare die volgende week uitkomt bij uitgeverij Thomas Nelson in Engeland.

Duncan-Jones, die doceert aan de universiteit van Oxford, analyseerde de 154 sonnetten die de dichter uit Stratford-upon-Avon op het eind van zijn schrijversloopbaan publiceerde.

Helemaal nieuw is haar conclusie niet, want literatuurwetenschappers waren het er al jaren over eens dat uit Shakespeare's Sonnetten een buitengewone affectie voor een niet nader genoemde jongeman spreekt, gepaard aan een afkeer van een 'dark lady'. De schoonheid van de man wordt in diverse gedichten bezongen, en in het bittere 144ste sonnet concludeert Shakespeare: 'Two loves I have of comfort and despair/ Which like two spirits do suggest me still:/ The better angel is a man right fair/ The worser spirit a woman color'd ill.'

Net als Duncan-Jones hebben tekstcritici er bovendien op gewezen dat de sonnetten opgedragen zijn aan een mysterieuze 'Mr. W.H., the onlie begetter of these insuing sonnets.' Duncan-Jones' uitleg dat W.H. de initialen zijn van William Herbert, derde graaf van Pembroke, sluit aan bij de heersende interpretatie zoals die al te lezen was in standaardwerken als Riverside Shakespeare (1974).

Wèl nieuw is dat Duncan-Jones bij dit alles niet langer denkt aan een platonische liefde maar in een officiële inleiding bij een erkende uitgave spreekt van 'homo-erotische poëzie' die paste bij de homosociale cultuur rond het hof van de Engelse koning James I (1603-1625), waar male bonding heel gewoon was. Ook het lange gedicht A Lover's Complaint, dat in 1609 samen met de sonnetten gepubliceerd werd en waarin de fysieke en geestelijke schoonheid van een jongeman centraal staan, zou in dit genre vallen.

Volgens Duncan-Jones hebben Britse critici het homo-erotische karakter van de gedichten nooit expliciet durven te benoemen omdat ze sinds het proces tegen Oscar Wilde, in 1895 veroordeeld wegens homoseksualiteit, beïnvloed zijn door een sterke homofobie. 'Onze nationale dichter kon geen homo-erotische pagina's hebben geschreven', aldus Duncan-Jones. Wilde zei tijdens zijn proces dat hij het idee van de 'hogere vorm van liefde' die hij koesterde voor jongemannen, had ontleend aan Shakespeare's sonnetten.