Elektriciteitswet mogelijk strijdig met Europees recht

DEN HAAG, 19 SEPT. Als Nederland de import van elektriciteit uit andere Europese landen wil tegenhouden is dat mogelijk in strijd met het Europese recht. Dat schrijft de Raad van State, het hoogste adviesorgaan van de regering, in zijn commentaar op de nieuwe Elektriciteitswet.

Kern van het wetsvoorstel dat minister Wijers (Economische Zaken) gisteren naar de Tweede Kamer heeft gestuurd is dat in de toekomst alle afnemers van elektriciteit vrij zijn in de keuze van hun leverancier. Bovendien mag iedereen, ook buitenlandse bedrijven, elektriciteit produceren. De vier elektriciteitsproducenten in Nederland zullen in toenemende mate concurrentie ondervinden van buitenlandse aanbieders. Ze hebben inmiddels aangekondigd één grootschalig produktiebedrijf te vormen.

In de wet heeft minister Wijers de mogelijkheid opgenomen om import van stroom te verbieden uit landen die zelf hun markt afschermen. Zo wil het Franse bedrijf Electricité de France (EDF) de Europese markt op, maar wil de Franse overheid de thuismarkt blijven beschermen. Wijers heeft het importverbod in de wet opgenomen omdat hij bang is voor oneerlijke concurrentie uit het buitenland.

In zijn commentaar bij het wetsvoorstel constateert de Raad van State dat de richtlijnen van de Europese Commissie ruimte geven voor een dergelijk importverbod, maar dan wel onder strikte voorwaarden. Het “gemeenschappelijk belang” van de lidstaten van de Europese Unie moet in geding zijn.

De Raad van State wijst erop dat bij het voorstel van Wijers geen sprake is van een gemeenschappelijk belang, maar een “economisch belang”.

Nederland geeft zichzelf de bevoegdheid tot het uitvaardigen van een importverbod via een ministeriële beschikking. “In zoverre schiet het wetsvoorstel tekort”, aldus de Raad van State. “De vraag moet worden gesteld of de vrijheid die in het wetsvoorstel wordt genomen zich verdraagt met het EU-verdrag”, schrijft de Raad.