Eddy Terstall en Clea de Koning over het maken van een goedkope film; Kneepjes en schouderklopjes

Als je een film wilt maken en je hebt geen geld, maar je wilt het tóch - hoe pak je dat dan aan? De producente van 'ZUSJE' en de regisseur van 'Hufters en hofdames' geven adviezen.

“Veel plezier en maak zelf ook een film.” De onbekommerde aansporing doet me denken aan het Grote Experimenteerboek voor Jong en Oud ('Glas knippen...met een schaar!'). Filmen is kinderspel. Filmen is niet ingewikkelder dan een mandje vlechten of een papieren hoed vouwen. Veel plezier.

Robert Jan Westdijk, die met deze zin zijn voorwoord bij het boek Het maken van ZUSJE afsluit, heeft achteraf makkelijk praten. Hij hééft zelf een film gemaakt en hij hééft er veel plezier van gehad. ZUSJE was het grootste Nederlandse filmsucces van 1996. Er kwamen zo'n 135.000 mensen naar kijken en hij is bejubeld en bekroond op vele festivals.

De film is licht, subtiel en ingenieus, maar wat ook een rol speelde bij de positieve ontvangst, was de manier waarop hij tot stand was gekomen. ZUSJE is gemaakt zonder overheidsgeld. Westdijk en zijn producent hebben aandeelhouders gevonden, 39 personen en bedrijven die tussen de 1.000 en de 25.000 gulden inlegden, en sponsors. Vervolgens hebben ze met een jonge, onervaren crew precies de film gemaakt die hun voor ogen stond. Die eigenwijze manier van doen appelleerde aan de romantische gevoelens van critici en publiek. Robinson Crusoë op de set. Zoals Robert Jan Westdijk in zijn voorwoord schrijft: “Het gevoel van avontuur, dat het maken van ZUSJE was.”

Clea de Koning (producent van ZUSJE en van de nieuwe Westdijkfilm Siberia) en Eddy Terstall (maker van Hufters en hofdames en, binnenkort, Babylon) spreken over het avontuur van het filmen voor weinig geld en geven advies aan de doe-het-zelvers.

Een kantoor aan een Amsterdamse gracht, een fax, twee telefoons en ordelijke kast dossiermappen. Clea de Koning (1968) lijkt wel een echte producent. Maar het kantoor is van haar bestuurs-adviserende vader, ze mag deze voorkamer huren, en een echte producent, zegt ze, zal ze zich pas voelen na drie of vier films.

Eddy Terstall (1965) zit in café 'Kat in de Wijngaert' in de Amsterdamse Jordaan. Hier zetelt 'het kloppend hart van dit hoekje van de filmwereld', zegt hij. Een kamertje boven is het productiekantoor. In het café krijgt Terstall voortdurend kneepjes, schouderklopjes en opmerkingen: “Hee Eddy, ik ben gisteren naar Hufters geweest. Met de hele familie. Leuk, man.” En herken ik de serveerster niet? Floor, uit Hufters.

Maak zelf ook een film. Goed, maar hoe dan?

Geld

Eigenlijk gaan álle tips direct of indirect over geld. Er is geen kunstvorm die zo afhankelijk is van geld. Zo onderhorig aan de wet Tijd = Geld. “De enige kunstvorm waarbij je je moet haasten”, zegt Terstall.

a) Eigen geld

In haar Het maken van ZUSJE beschrijft De Koning haar 'sponsorstrooptocht': een uitgekiende tactiek van de juiste kleding, handig aan elk bedrijf aangepaste informatiemappen en 'Ah, toe nou' smeken als laatste redmiddel.

Een echte handleiding voor de geldzoeker heeft De Koning er niet aan overgehouden. Ze weet wel wat níet werkt. “Ik kreeg laatst een brief van iemand die mij om advies vroeg, popie jopie toon, vol spelfouten. Ik moet me al beheersen om die brief niet meteen weg te leggen, laat staan een drukbezette zakenman.”

Terstall is de samenzweerder en de Jordaan zijn catacombe. “Je moet een infrastructuurtje zoeken”, raadt hij aan. “Een kantoortje, bereidwillige bondgenoten. Lokale winkeliers interesseren. Arie de kippenboer heeft twee keer eten voor de crew verzorgd. Contacten. 'O heb je een generator nodig, ik weet er wel eentje.' 'O zoek je een timmerman, mijn neefje zit op het beroepsonderwijs.'

“We hebben geen geld, dús we gaan beginnen”, zo ging het bij Terstall. “Het is net een lawine, er plakt voortdurend meer sneeuw aan.” Een dagje scannen, dan weer geld lenen om een dagje te kunnen monteren.

b) Subsidie

Met subsidies heeft Terstall het even gehad. De onvermijdelijke bemoeizucht van de geldgevers die daarmee gepaard gaat, heeft volgens hem zijn eerste twee films geen goed gedaan. Hij kreeg wel meteen, als debuterend regisseur, subsidie voor Transit. De reden daarvoor, volgens hem, is ook een goede tip: “Een politiek cultureel correct script ligt goed bij de subsidiegevers.”

Productie

Tip van self-made filmproducent De Koning: “Doe een tijdje secretaressewerk.” Zij leerde daarbij kort en bondig telefoneren, netjes bijhouden en opbergen van gegevens, brieven opstellen en het doen van tien dingen tegelijk.

Crew

De crew is bij weinig-geld producties extra belangrijk - die moet namelijk voor niets willen werken. Zowel ZUSJE als Hufters en hofdames zijn met liefde gemaakt. Voor Siberia voerden De Koning en Westdijk heuse sollicitatiegesprekken en beoordeelden daarbij vooral de inzet van kandidaten. Ervaring vindt De Koning 'niet zaligmakend'. Zij “let heel erg op of mensen niet een te sterk ontwikkeld gevoel voor hiërarchie hebben. Iedereen moet bereid zijn de plee schoon te maken als de boel overstroomt”.

Voor Terstall geen sollicitatiegesprekken. Hij werkt met vrienden, mensen die hij al jaren kent, die elkaar kunnen uitschelden op de set en 's avonds weer bloedbroeders zijn in het café. En met wie hij na een paar biertjes nog even kan repeteren. “Het is soms net een sekte op de set.” Maar noem ze geen 'rebellenclubje'. “Het zijn allemaal vaklui.”

Draaien

Omdat tijd geld is en gebrek aan geld dit soort producties kenmerkt, zijn de draaidagen sportevenementen. Terstall heeft in twee weken 33 lokaties gebruikt. Acht scènes per dag, achttien uur achter elkaar. “Dat vonden we natuurlijk ook juist stoer. Hoewel, de geluidsman is ingestort. Die werd op een nacht wakker en begon te bazelen.”

Er is niet veel aan te doen. Behalve dat je de crew moet verwennen (De Koning) met lekker eten en geen 'doorgekookte macaronihap'. En dat je de cameravoering eenvoudig houdt (Terstall). Camera en statief, en zo min mogelijk shots per scène. “Je moet inventief zijn als je geen trage film wilt maken. In de ene scène een grap opzetten, die je in de andere verbaal afmaakt.”

Afwerken

Tip van De Koning: monteer de film echt he-le-maal af voor je het geluid erbij mixt. “Bij ZUSJE gebeurde dat na elke zogenaamd definitieve montage. Daar werden de geluidstechnici een beetje gek van.”

Publiciteit

Hufters en hofdames en ZUSJE zijn zeer Amsterdamse films. Haast alle 20.000 bezoekers van Hufters en hofdames kwamen uit de hoofdstad. Daar had het 'infrastructuurtje' van Terstall flink lopen plakken en folderen. Dat loont dus.

Publiciteit is erg belangrijk, vindt De Koning, en je moet het vroeg regelen. Toch heeft zij nee gezegd tegen het 'achterlijk hoge' bedrag dat de distributeur van Siberia voor publiciteit wilde uittrekken. Bij ZUSJE merkte ze dat de publiciteit, en het publiek, haast vanzelf op de film afkwam. “En het is ten slotte je eigen productiegeld dat je uitgeeft.”

Eddy Terstall wil nog even een misverstand uit de wereld helpen: klein produceren is voor hem geen levensvervulling. “Hufters hebben we gemaakt om ieders carrière weer een stapje verder te helpen.” Als hij meer geld heeft, hoeft hij zich minder te haasten, en dat is alleen maar goed.

Het is verstandig om klein te beginnen, vindt De Koning. “Je moet het zien als het leerlingwezen, leren in de praktijk.” Aan de andere kant: “Je moet ook niet klein willen blijven. Je kunt voor een ton misschien wel een film maken, zoals Bolkestein zei, maar dan moet je weer jonge mensen, net van de Filmacademie, bereid vinden gratis mee te doen. De crew van ZUSJE zouden we niet meer gratis bij elkaar krijgen. De cameraman heeft net een huis gekocht. De gripper heeft twee kinderen te verzorgen.”

De opnamen voor Siberia zijn net klaar - “Zeven weken. Verschrikkelijk!”. Een grote crew, weekschema's een begroting van veertien pagina's en een budget van 2,2 miljoen gulden. Soms verlangde De Koning terug naar het avontuur van ZUSJE, stiekem, even. “Maar het is net zoiets als verlangen naar je eerste vakantievriendje.”