Duur wegdek

Eric Slot: Grond, het schaarse erfgoed. 75 jaar Grondbedrijf Amsterdam, 1921-1996. Gemeentelijk Grondbedrijf Amsterdam, 221 blz. ƒ 75,-

Ferdinand Ex: Het Amsterdamse Hartinfarct. Parkeergarages in de binnenstad. Ravijn, 128 blz. ƒ 15,-

Een onnozel briefje van een domme afdelingschef? Op 16 april van dit jaar schreef R.C. ten Hoope, districtsmanager van de afdeling Parkeerbeheer in de Amsterdamse binnenstad, aan zijn ondergeschikten: 'Ik hoop dat u begrijpt dat de klemproduktie de economische drijfveer van onze dienst is'. Of ze dus maar wat meer wielklemmen wilden zetten: 'Ik verzoek u dan ook dringend uw produktie-cijfer te verhogen naar het niveau van wat het behoort te wezen.' Het briefje kwam in de publiciteit en de zaak werd snel rechtgepraat. Economische drijfveren waren bij Parkeerbeheer helemaal niet aan de orde: 'Het gaat ons niet om verdienen.' Dat de gemeente Amsterdam vorig jaar 30.000.000 gulden schoon overhield aan haar parkeerbeleid is niet meer dan een bijkomstigheid.

Van alle schaarse grond in Amsterdam is parkeerruimte het meest schaars. Een parkeerplaats is dan ook goud waard is. Een stukje wegdek van vijf vierkante meter in de binnenstad kost een automobilist 4,75 gulden per uur. In 1995 hield Parkeerbeheer bijna 30 miljoen gulden over aan al die stukjes grond, vorig jaar was dat al ruim 36 miljoen. Maar heus, het gaat niet om het verdienen.

Vlak na elkaar zijn twee boeken verschenen over de schaarse grond van Amsterdam. Het ene heet zelfs: Grond, het schaarse erfgoed. Dat gaat over de rijkste tak van de gemeente, het Grondbedrijf. In dit jubileumboek ben ik van alles tegengekomen over de waarde van de Amsterdamse grond - dat kantooroppervlak minimaal 300 gulden per vierkante meter kost, bijvoorbeeld, duurder dan waar ook in Nederland - maar niets over parkeren.

Het andere boek heet Het Amsterdamse Hartinfarct en gaat helemaal over parkeren. Ik lees dat er 16.500 openbare parkeerplaatsen zijn in de Amsterdamse binnenstad en krijg een volledig overzicht van de ondergrondse parkeergarages die er op stapel staan. Maar niets over de economische waarde van die plaatsen, alleen over de kosten ervan.

Zo passeren beide boeken elkaar, zonder elkaar te snijden in het allerduurste hart van de zaak. Nu is dat voor het uitbundig, maar subtiel geïllustreerde boek over het Grondbedrijf niet zo erg. Eric Slot heeft vooral een gedegen studie willen maken over de ontwikkeling van de gemeentelijke grondexploitatie. Dat is gelukt en, hoewel zijn enthousiasme voor citaten uit oude raadsverslagen de leesbaarheid niet altijd bevordert, komen de dilemma's van het stadsbestuur goed naar voren. Voor het nut van het algemeen moet de gemeente wel grond bezitten en exploiteren, maar het is haast onbetaalbaar. De eerstkomende stadsuitbreiding, IJburg kost 6,5 miljard. En daarbij is een tekort op de grondexploitatie ingecalculeerd van 450 miljoen, dat is 27.000 gulden per huis.

Van Ferdinand Ex zou je zeker een uitweiding over de financiële injectie van Parkeerbeheer in de stad verwachten. Zijn boek is een betoog tegen het gemeentelijk parkeer- en verkeersbeleid. De schrijver eindigt met de oproep het Platform Binnenstad Autovrij te steunen: 'Schroom niet en klim in pen of telefoon'. De strekking van Het Amsterdamse Hartinfarct is: hoe kan de gemeente volhouden dat zij het autoverkeer in de binnenstad probeert terug te dringen, als zij voortdurend ondergrondse parkeergarages bijbouwt of laat bouwen? Dat is inderdaad een paradox als je, zoals Ex, de directe economische waarde van parkeerruimte niet in het betoog betrekt. Nu kan hij de gemeentelijke tegenargumenten makkelijk ontzenuwen. Als de wethouder Verkeer zegt dat de binnenstad voor auto's bereikbaar moet blijven, omdat anders de winkels daar ter ziele gaan, hoeft Ex maar te wijzen op het succes van die paar autovrije straten in de stad. De Kalverstraat en de Leidsestraat zijn niet voor niets de duurste straten op het Monopoly-bord.

Ex heeft ongetwijfeld gelijk in zijn analyse van de angst van het stadsbestuur. Dat zakt onmiddellijk door de knieën als het bedrijfsleven even lobbiet. Ex haalt uit naar 'de coalitie van bepaalde politici, cityvormers en grootgrutters die de stad verder willen laten verstoppen, verstikken en verzuren'. Zijn boek laat zien hoe de gemeente haar ferme verkeersmaatregelen al bij afkondiging met 'goedmakertjes' aanlengde. Moeten we een straat versmallen? Dan krijgen de bedrijven van ons een extra parkeergarage. Klaagt de buurt over parkeerproblemen? Dan zetten we er gewoon wat schuine plaatsen bij. Het kan karakterzwakte van de gemeente zijn, of kortzichtigheid. Ex houdt in zijn beoordeling het midden tussen perfiditeit en angsthazerij. Maar die brief van Ten Hoope biedt volgens mij een betere verklaring: dat het om het verdienen gaat.