De oorlog van straks

George and Meredith Friedman: The Future of War. Power, technology and American world dominance in the 21st century. Crown Publishers 1996, 464 blz. ƒ 65,65

Eén van de meest zichtbare veldslagen om de Westeuropese hearts and minds ten tijde van de Koude Oorlog te winnen, was het verspreiden van fraaie brochures door ambassades en consulaten. Soviet Military Power heette de rijk en apocalyptisch geïllustreerde Amerikaanse uitgave over Sovjet-wapentuig. Whence the threat to peace luidde de titel van de drukwerkjes die door de Sovjet-vertegenwoordigingen werden verspreid - met even dreigende plaatjes van Amerikaans wapentuig. Deze publicaties kenden jaarlijks een nieuwe druk en dit stelde de opstellers in staat om in te gaan op de beweringen van de tegenpartij. De inhoud van de brochures was altijd tegengesteld, maar de teneur was identiek: 'Zij zijn begonnen met de bewapeningsspiraal', 'zij bereiden een oorlog voor' en vooral 'zij zijn veel sterker dan wij'. Aan dit papieren welles-nietes kwam een eind met de laatste uitgave van Soviet Military Power in 1990 met een verzoenend voorwoord van de toenmalige Amerikaanse minister van defensie Dick Cheney.

Het merkwaardige aan het recent verschenen boek The Future of War is dat de strekking lijnrecht staat tegenover die van de Amerikaanse propaganda uit de Koude Oorlog: 'Wij, de Verenigde Staten, zijn geweldig, de toekomst is aan ons', aldus de auteurs George en Meredith Friedman.

De redenering van de Friedmans - die verbonden zijn aan het Center for Geopolitical Studies van de Universiteit van Louisiana - gaat als volgt: de recente technologische ontwikkelingen op het gebied van de precisie-geleide wapens hebben zo'n ingrijpende weerslag op de oorlogvoering dat deze nooit meer hetzelfde zal zijn. Als 'slimme' en 'briljante' bommen en raketten zich in dit tempo blijven ontwikkelen en op een zeker moment alles over de hele wereld kunnen raken, zal uiteindelijk de heerschappij over de ruimte elke uitkomst van een oorlog beslissen. Wie de ruimte beheerst, kan de doelgeleiding van zijn projectielen organiseren. Wie de ruimte beheerst, beheerst het scheepvaartverkeer over de oceanen en daarmee de belangrijkste handelsroutes. Wie heerst over de handel is het rijkst. En wie het rijkst is, kan de ruimte tot zijn achtertuin rekenen. Aangezien de VS voorop lopen bij zowel de ruimtevaart-technologie als de techniek die bommen slim maakt, is de komende eeuw aan de VS.

Hoewel de vooronderstellingen kloppen, is deze stelling niet alleen aan de hoogmoedige kant, zij is ook dubieus. De belangrijkste grote wapensystemen waarmee vorige oorlogen werden gewonnen, zoals vliegdekschepen, tanks, bommenwerpers, zijn volgens de Friedmans aan het eind van hun functionele leven. Vliegdekschepen bijvoorbeeld waren oorspronkelijk uitsluitend drijvende vliegbases van waaruit de vijand kon worden belaagd. Gedurende hun zeventig jarige ontwikkeling heeft de zuiver aanvallende functie echter steeds meer ruimte moeten laten voor de verdedigende taken. Een moderne carrier van de Nimitz-klasse kan ongeveer tachtig vliegtuigen meevoeren. Daarvan kunnen er minder dan de helft de vijand aanvallen, de rest dient uitsluitend om de raketten, onderzeeboten of vliegtuigen van de tegenstander op een afstand te houden. Daarbij komt dat rond het vliegdekschip nog een heel kordon peperdure oorlogsbodems ligt gegroepeerd. De verhouding tussen 'offensief' en 'defensief' neemt nog voortdurend af, moet voortdurend afnemen doordat de opkomst van goedkope, hypersone, niet neer te schieten anti-schipraketten niet is tegen te houden. Conclusie: binnen afzienbare tijd hebben vliegdekschepen geen bestaansrecht meer. En hetzelfde kan worden gezegd van de tank: die krijgt een steeds zwaarder pantser om bestand te blijven tegen de groeiende dreiging van voor elk land verkrijgbare anti-tankraketten.

Dat geleide wapens een stempel hebben gedrukt op de oorlogvoering en dat in toenemende mate zullen blijven doen, staat buiten kijf: de dagen van tanks en 'carriers' zijn waarschijnlijk wel geteld. De auteurs koppelen echter een grenzeloos optimisme aan het verschijnen van de slimme raketten; alsof een panacee tegen elke geostrategische kwaal is uitgevonden.

Een voorbeeld. De eerste echte aanval met geleide raketten had plaats op 27 april 1972. Een paar Amerikaanse jachtbommenwerpers gooiden toen laser- en tv-geleide bommen op twee strategisch gelegen bruggen in Noord-Vietnam. De bruggen werden verwoest. Over deze spoorbruggen kwamen de Chinese en Sovjet-voorraden het land binnen waarmee de Viet Cong de Amerikanen en hun bondgenoten in het zuiden van het land het leven zuur maakten. Als deze bruggen eerder waren gebombardeerd, aldus de schrijvers, hadden we de oorlog in Vietnam gewonnen. Maar als nu juist de oorlog in Vietnam iéts bewees, dan was het wel dat de waarde van al die high-tech zeer relatief is.

Vietnam was een testlaboratorium voor hoogwaardige militaire technologie en de resultaten waren op zijn minst pover te noemen. Sensoren in de vorm van struiken die vanuit vliegtuigen werden neergegooid om de troepenverplaatsingen langs de Ho Chi Minh-route te observeren, deden het niet goed. Amerikaanse technici rustten sommige helikopters zelfs uit met zogeheten people-sniffers, apparaten die de ammoniak in menselijk zweet konden 'opsnuiven' zodat daarna zware B-52 bommenwerpers de hele omgeving konden platgooien. De Viet Cong fopte de 'mensen-snuivers' door op afgelegen plaatsen plastic zakken met buffel-vlaaien op te hangen. Volgens de Viet Cong kwamen de B-52's er als strontvliegen op af. Ook de spartaanse Somalische milities van warlord Mohammed Farah Ajdid, die met oude Kalasjnikovs hypermoderne helikopters neerhaalden en die communiceerden via het niet te storen tamtam-systeem, zullen niet bijster onder de indruk zijn van een kruisraket met een bereik van 5.000 kilometer, die bij een stoplicht kunnen besluiten rechtsaf te slaan.

Niet alleen bij de rooskleurige blik op de toekomst van de geleide wapens vallen kanttekeningen te plaatsen. De vraag dringt zich op of er überhaupt wel iets valt te voorspellen over een periode van honderd jaar. De 'toestand van de wereld' in 1997 is vermoedelijk nauwelijks te extrapoleren geweest uit de stand van zaken in 1897.

Wie een overzicht wil van de moderne defensie-technologie kan met The Future of War goed uit de voeten. Maar wie wil weten hoe oorlogen over vijfentwintig jaar worden uitgevochten, kan het beste over vierentwintig jaar nog eens een boekwinkel binnenlopen.