De fundamentele besluiten worden niet genomen

Nu het vijftiende partijcongres in Peking achter de rug is, rijst de vraag of de 76- jarige partij nog een lange toekomst is beschoren. Links en rechts heerst scepsis.

PEKING, 19 SEPT. De kleren van de keizer. Ook in China is het sprookje bekend, en menigeen omschrijft er de communistische partij mee. “Het ziet er aangekleed uit. Het is allemaal van de beste kwaliteit als we de propaganda mogen geloven. Maar in werkelijkheid is sprake van iets heel anders. Iedereen in het Westen noemt het kapitalisme. Hier heet het de laatste twintig jaar 'socialisme met Chinese karakteristieken'.”

Yang formuleert beheerst. Het gaat ook om de toekomst van zijn vakgroep: het Instituut voor Marxisme-Leninisme en Mao Zedong-denken. De hamvraag die na het afgelopen partijcongres nog rest, luidt: hoe nu verder? En Yang moet toegeven dat hij het, als rechtschapen Marxist en partijlid, ook niet weet. “Er bestaat geen oplossing”, zegt hij. “Het leiderschap kan geen kant uit.”

De moedeloosheid van Yang is een typisch voorbeeld van de ideologische oververmoeidheid die binnen de geledingen van de communistische partij heerst. De krampachtige pogingen, eerst van Deng Xiaoping en nu van zijn opvolger Jiang Zemin, de onafwendbare economische beslissingen binnen een ideologisch correct kader te dwingen, zijn niemand ontgaan. Jiang heeft zich afgelopen week vooral gebaseerd op de denkbeelden van zijn mentor, de in februari overleden Deng. “Marxisme”, zo beweerde Jiang in zijn voordracht voor het partijcongres, “is aan verandering onderhevig”. “Laat de feiten spreken”, citeerde hij Dengs credo.

En de feiten spreken voor zichzelf. Iedereen in China die in staatsdienst verkeert - nog altijd zo'n honderd miljoen mensen - weet dat zijn belangen in steeds minder door de staat behartigd worden. De feiten hebben inmiddels ook geleerd dat, als daaraan niets verandert, China's bijna heilige wens om aanhoudende stabiliteit, naar de knoppen gaat.

Viervijfde van alle investeringen in China gaan naar de staatsbedrijven. De kolossen - 305.000 in totaal - slokken 90 procent van alle uitstaande leningen op, hun gezamenlijke industriële produktie is minder dan 40 procent. Meer dan de helft van alle bedrijven lijdt verlies. Als sprake zou zijn van ontslag van een derde van de werknemers in de staatssector, zou het geen invloed hebben op de produktiecijfers. En het zichtbaarste: het aantal arbeiders dat op straat komt te staan, stijgt jaarlijks met vele miljoenen - volgens officieuze gegevens is sprake van een werkloosheid van 9 procent.

Het credo van het vijftiende partijcongres, dat de communistische partij het volgende millennium moet binnen voeren, luidt: 'gemengde economie'. Jiang heeft beweerd dat staatsbedrijven voortaan de vrije hand krijgen: saneren, fuseren, verkopen, de uitgifte van aandelen, faillisementen - het is allemaal toegestaan. Dengs gedachtengoed dient als de ideologische dekmantel voor een socialisme, waarvan in China in steeds minder mate sprake is.

Maar de maatregelen voeren niet ver genoeg. Jiang is geen hervormer in hart en nieren en al helemaal geen revolutionair. Zo heeft hij alle vernieuwingsdrang in zijn betoog ten spijt, luid en duidelijk verkondigd, dat het aandeel van de staat een wezenlijk onderdeel moet blijven van de Chinese economie. Structureel verandert derhalve niets, menen velen. Zolang de staat zijn handen niet van het ondernemerschap kan afhouden, wordt het vooruitzicht op grotere rampen steeds dreigender.

“Het ontbreekt in China volledig aan controle”, zegt Gao Fang. De vooraanstaande politicoloog die werkzaam is aan de Volksuniversiteit in Peking, heeft naar eigen zeggen voldoende van de wereld gezien om te kunnen concluderen waar het in zijn land aan ontbreekt. “China heeft een ontwikkelde democratie nodig, een systeem van checks and balances. Zolang de staat en de partij niet strikt van elkaar gescheiden zijn, blijft het onduidelijk aan wie verantwoording afgelegd moet worden. Bij een economie in ontwikkeling werkt het ontbreken van die scheiding corruptie in de hand.”

Maar over een dergelijke vorm van democratie wordt in de blauwdruk van Jiang amper gerept. Gao betreurt dat. “Corruptie nekt het beleid van de communistische partij. Naarmate de economie groeit, en geld en posities misbruikt kunnen worden, raakt de maatschappij verziekt van de corruptie. Aan wie worden de aandelen van de te saneren staatsbedrijven verkocht? Waar wordt het geld dat daarmee vrijkomt, geïnvesteerd? Wie houdt het toezicht? En wie kan weerleggen dat het in China wemelt van de Wang Xitongs, Li Xitongs en Zhang Xitongs”, zegt Gao in een verwijzing naar het van corruptie beschuldigde voormalige politbureaulid Chen Xitong.

Tocht claimt Jiang dat alleen de communistische partij de oplossingen voorhanden heeft. Yang van het Instituut voor Marxisme-leninisme vindt dat logisch. “Dat doet iedere partij, ook in het Westen”, zegt hij. Yang gelooft tegelijkertijd dat steeds minder mensen waarde hechten aan die claim. “Het ontbreekt de communistische partij aan ideeën. Als ik heel eerlijk ben, ik zeg het met pijn in mijn hart want ik ben al 26 jaar lid, geef ik de partij nog 10 tot 20 jaar.”

De oppositie tegen de alomvattende heerschappij van de partijtop groeit. Yang onderscheidt daarbij vier groepen: liberalen, werkloze arbeiders, gedesillusioneerde kaderleden en mensen op verantwoordelijke posities. “Ikzelf behoor tot de derde groep”, zegt Yang. “Jiangs gedachtengoed heeft nagenoeg niets meer met het socialisme te maken. Misschien kan hij ook niet anders. Misschien is het al veel eerder misgegaan in China”, aldus Yang. “Intern is de communistische partij zeer verdeeld. Naar buiten toe houdt zij de schijn van een eenheid hoog. Dat is nu eenmaal de traditie, maar het zegt niets.”

Over de fundamentele aanpak van de partijtop voor de modernisering van China bestaat grote onzekerheid. Duidelijk is dat de roep om verandering ook binnen het leiderschap aanwezig is. Maar die roep beperkt zich hoofdzakelijk tot de superstructuur van de economie. Beslissingen die het probleem in de kern raken, worden niet genomen, en zolang de communistische partij niet bereid is haar machtsmonopolie op te geven, zullen die niet worden genomen. “Communisme bestaat niet in China”, zegt Gao, “dat bestaat in Nederland en in de VS. Daar bepaalt de gemeenschap het dagelijks leven, niet één partij.”