Componist Franz Liszt in het Gergjev Festival in Rotterdam; Een onderschatte halfgod

Op het Rotterdamse Gergjev Festival is Liszt de samenbindende factor, maar er wordt maar weinig va n zijn muziek uitgevoerd. Tijdens een bezoek aan Rotterdam in 1854 werd hij beschreven als 'den beroemdsten en meest gevierden man van zijn tijd'. Rotterdam Philharmonic Gergjev Festival: 18-26/9, diverse lokaties Rotterdam. Tel: (010) 2171789.

De roem van Franz Liszt (1811-1886) berust, ruim gerekend, op twee dozijn composities, een ongeëvenaarde pianotechniek en een tot de verbeelding sprekende levenswandel. Een parvenu was hij, die het bij voorkeur hield met gravinnen en prinsessen; een society-figuur, aanbeden door rissen van edele dames die elkaar de ogen uitstaken met de meest onzinnige parafernalia. Een sigarenpeuk gepaft door Liszt, of een aan flarden gehamerde pianosnaar van het idool zijn hiervan nog de meest onschuldige voorbeelden. Liszt consumeerde de liefde gretig, maar toen het onmogelijk bleek zijn relatie met prinses Carolyne Sayn-Wittgenstein te sanctioneren door een huwelijk, trok de cavalier de ogenschijnlijk radicale consequentie zich tot abbé te laten wijden.

Zijn habijt vormde echter geen beletsel om als publieke figuur te blijven opereren. Integendeel, het verleende de Mythe Liszt weer een extra, mystieke dimensie. Hij gaf de brui aan zijn virtuozencarrière. Deze had weliswaar slechts acht jaar geduurd - van 1839 tot 1847 -, maar had hem van Sint Petersburg tot Parijs, van Glasgow tot Constantinopel wereldberoemd gemaakt, hem fortuin gebracht, en niet te vergeten de kwalificatie de grootste pianist te zijn aller tijden. Nadien zou hij slechts optreden tijdens de vele liefdadigheidsconcerten, waarvoor men slechts zelden tevergeefs een beroep op hem deed.

In de dithyrambische beschouwingen die over Liszts klaviertechniek in de pers zijn verschenen, is steevast de rede van de Virtuoos, die een pact met de duivel heeft gesloten. Ook meer serieuze beoordelaars staken de loftrompet over het spel van Liszt. Hij was een 'expressief genie', meende Schumann. “Zijn energie, passie, geestdrift en vuur zijn onuitputtelijk”, oordeelde Alexander Borodin. “De toon is rond, vol en krachtig. Helderheid, rijkdom en verscheidenheid van nuance zijn subliem.” En Heinrich Heine concludeerde: “De Grieken zouden een wezen met dergelijke gaven onder de halfgoden hebben gerangschikt.”

Om een plaats in de muziekgeschiedenis te verwerven, of zelfs maar een plaquette in het Concertgebouw, zijn libido en virtuositeit echter niet doorslaggevend. De roem van de virtuoos verwelkt immers snel, en sneller nog taant zijn libido. Dat Liszt nog altijd tot de groten van het concertrepertoire wordt gerekend, komt eerst en vooral door zijn composities. Maar wat kennen we nu eigenlijk van Liszt? Een Hongaarse Rhapsodie, wat Liebesträume, een geniale Sonate en wat Etudes. Een symfonisch gedicht als Les Préludes, de virtuoze Mephisto Waltz, een tweetal Pianoconcerten, en een enkeling kan zich misschien Nuages gris voor de geest halen, muziek die zelfs zijn twee jaar jongere schoonzoon Richard Wagner véél te ver ging. Toch is dit maar het topje van de spreekwoordelijke ijsberg.

Ongehoord

Het gaat nauwelijks te ver te beweren, dat Liszt de meest onderschatte componist is van de negentiende eeuw. Zijn omvangrijke werkenlijst telt ruim 700 composities, waarvan naar schatting 95 procent ongehoord blijft in de concertzaal. Natuurlijk, niet alles daarvan is even interessant. Neem de operaparafrases: ooit waren zij kassuccessen, intussen is het tot een genre verworden dat volkomen out of date is. Daar staat tegenover dat andere werken ronduit revolutionair te noemen zijn. Zij rekken rusteloos de grenzen van de conventie op, of overschrijden haar zelfs met ferme tred. Al in zijn jonge jaren componeerde Liszt maatloze stukken, twaalftoonsthema's en samenklanken waarmee hij ver vooruitwees: naar Wagner, naar Debussy, naar Schönberg, naar Bartók, naar Messiaen. Voorvoelen is misschien een beter woord, want vooruitwijzen suggereert een soort doorgaande lijn, die in het geval van Liszt nauwelijks te beargumenteren valt. Als pianist heeft Liszt school gemaakt; als componist staat hij op zichzelf, en zijn oeuvre heeft tal van gezichten. Elmer Schönberger schreef daarover eens treffend: “De Schubert, de Wagner of de Ravel zijn nog toelaatbare abstracties, de Liszt is onzin.”

Franz Liszt is tijdens het Rotterdam Philharmonic Gergjev Festival, dat nog tot en met vrijdag 26 september voortduurt, de samenbindende naam. Maar het is een gemiste kans dat er zo weinig Liszt klinkt in deze tweede jaargang van het festival van de chefdirigent van het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest, Valery Gergjev. Liszt wordt aangeprezen als anchorman, maar zijn muziek heeft in het programma slechts een figuratieve rol. Meer in het oog springend zijn Richard Strauss' Salome of La damnation de Faust van Hector Berlioz - componisten, met wie Liszt de voorkeur voor de programmamuziek deelde.

Liszt is in het Gergjev-festival vooral de tijdgenoot, de geestverwant en sommige opzichten de voorvoeler. De contacten met Berlioz dateren uit de jaren dertig van de vorige eeuw: “Wij mochten elkaar meteen en sindsdien is onze relatie alleen maar inniger en hechter geworden”, noteerde Berlioz in zijn Mémoires. Liszt moest getuigen bij Berlioz' huwelijk en maakte onovertroffen transcripties van (delen van) zijn symfonieën. Richard Strauss onderging van kindsbeen af de invloed van de programmaticus Liszt. Met Bartók deelt Liszt een voorliefde voor Hongarije. Hoewel 'Ferenc' Liszt menigmaal poseerde als Hongaar, is in zijn stamboom geen druppel Hongaars bloed aan te wijzen. Zijn vader, de volbloed Duitser Adam List, was beheerder van de schaapskudden van vorst Esterházy in het Hongaarse dorpje Raiding. Om te voorkomen dat de Hongaren de naam List zouden uitspreken als Lisjt, adopteerde de familie een Hongaarse Z. Maar dat was lang na de geboorte van Franzi.

Evenmin als Liszt van Hongaarse origine was, zijn zijn Hongaarse Rhapsodieën van Magyaarse bodem. De thema's zijn gebaseerd op stukken die werden gespeeld door in Hongarije levende zigeuners. Of Liszt hiermee in aanraking was gekomen door in zijn geboorteland vriendschappelijke banden aan te knopen met de zigeuners, of dat hij hun muziek hoorde tijdens de optredens in de salons, blijft ongewis. Feit is, dat de zigeunercultuur een sterke aantrekkingskracht op hem uitoefende. Hij zou zich opwerpen als een etnograaf van de zigeuners. Zijn kennis hiervan bundelde hij in het boek Des Bohémiens et de leur musique en Hongrie (1859). De prominente aanwezigheid van zigeunerorkesten in het Gergjev-festival is dus een voor de hand liggende, maar daarom niet minder feestelijke aanvulling op het programma.

Klavier-koning

Dat er juist bij het Rotterdamsch Philharmonisch Orkest belangstelling bestaat voor Liszt, is historisch gezien toepasselijk. Een kleine anderhalve eeuw geleden was Rotterdam volkomen gebiologeerd door diens verschijning. Als we de berichtgeving over het Grote Muziekfeest in de zomer van 1854 mogen geloven “concentreerde zich de belangstelling der speurende oogen en gonzende stemmen om het grijze, langgelokte hoofd van Franz Liszt, den klavier-koning, den beroemdsten en meest gevierden man van zijn tijd”.

De beroemdheid van Franz Liszt als pianist, en de daarmee onlosmakelijk verbonden 'Lisztomania', hebben zijn bestaan als componist altijd overschaduwd. Hoewel hij uit bittere ervaring wist dat zijn composities meer vijanden dan vrienden maakten, was Liszt volhardend in zijn pogingen zijn muziek aan de man te brengen. “Ich kann warten”, zei hij meermaals, wachten op de erkenning van zijn werk. Maar dat hij meer dan een eeuw later nog altijd langs de zijlijn moet wachten, is in een tijd waarin veel van zijn muziek door nauwgezette edities beschikbaar is, nauwelijks meer te rechtvaardigen. Génie oblige - het genie brengt verplichtingen met zich mee - placht Liszt goedmoedig te zeggen als hij weer een nieuwe de datum voor een liefdadigheidsconcert in zijn notitieboekje schreef. Noblesse oblige zouden de artistieke leiders van onze orkesten en ensembles in het geval van de muziek van Liszt wat vaker mogen denken. Zeker wanneer ze een festival programmeren met Liszt als ruggegraat.