Bakens in een zee; van platte onzekerheid; De beelden van Cyril Lixenberg

Cyril Lixenberg versiert de polder, heel Nederland eigenlijk, met kleurige driehoeken, cirkels en vierkanten. Komend voorjaar moeten de monotone straten van Dronten in de veranderd zijn in een grote openluchtgalerie.

“Is dit kunst?”

Met grote, boze letters is deze retorisch bedoelde vraag op een enkele meters hoge roeststalen driehoek geklad. Al lang geleden maar de letters zijn nog goed zichtbaar. De opengewerkte driehoek is onderdeel van een object dat in Flevoland hoog op de dijk langs het Ketelmeer staat: een driehoek, een stalen cirkel en dito vierkant. De figuren zijn in hun omtrekken aangegeven en staan in elkaars verlengde op de dijk met tussenruimten van een meter of twintig. Bij het erlangs wandelen of rijden schuiven de drie meetkundige begrippen althans visueel door en over elkaar.

Het is een van de belangrijkste stukken uit het oeuvre van de beeldhouwer/graficus Cyril Lixenberg (64), een constructie uit 1982 die na veel omzwervingen langs exposities en buitenlocaties eindelijk hier, op de dijk bij Ketelhaven zijn definitieve plaats heeft gevonden.

Lixenberg staat er op dat de onverwoestbare graffiti-letters op zijn werkstuk aanwezig blijven. Hij wenst de vraag niet uit de weg te gaan.

“Is dit kunst?” Neen, bij nadere beschouwing blijkt er tussen wat slordige strepen in (de onbekende criticus probeerde zijn kwast) alleen maar het woord 'Kunst?' te staan met alle nadruk op het vraagteken.

Alvorens verder te gaan moet er antwoord worden gegeven. Zeer zeker is hier sprake van kunst, van strenge geometrische kunst, een spel met elementaire vormen, dat al van kilometers afstand is waar te nemen, zowel van het water van het Ketelmeer als van het land dat hier oneindig, vlak en eentonig is en daarom een speels baken, een herkenningspunt heel goed kan gebruiken.

In de polders op de Zuiderzeebodem is het oog voortdurend op zoek naar een verticaal teken, een punt van visueel houvast, in Emmeloord is er zelfs speciaal voor dit effect een vrijstaande klokkentoren gebouwd, verder zijn er de kerktorens en een kunstwerk, hier en daar, en bomenrijen als 'windsingels' langs de wegen. Ze moeten voorkomen dat de automobilisten op die lange, rechte wegen in een soort gevaarlijke trance raken, zeker als in de zomer de warme lucht boven het asfalt gaat trillen en dan zelfs echte fata morgana's kan veroorzaken, bijvoorbeeld dat er grote plassen water op de kurkdroge weg liggen. Automobilisten wordt aangeraden er altijd groot licht te voeren, ook in de heldere zonneschijn, ter bestrijding van deze 'polderblindheid'. Doorbreking van de monotonie is dus van levensbelang.

“Is dit kunst?”

Ja, dit is kunst, vormen die de voorbijganger op andere gedachten brengen, solide bakens in een zee van platte onzekerheid.

Ketelhaven ligt in de gemeente Dronten dat ook de dorpen Swifterbant en Biddinghuizen omvat, een zeer uitgestrekt gebied. Dronten is een der grootste gemeenten van ons land met slechts 32.000 inwoners van wie er 22.000 in de hoofdplaats wonen. Dronten is dus zeker voor Nederlandse begrippen een leeg land met nieuwe dorpen, nog zonder eigen identiteit. De bevolking valt er nog steeds uiteen in de Friezen, Drenten, Gelderlanders van weleer met hun eigen streekgebonden verenigingen. Ook na een kwart eeuw is dat nog zo; binnenkort viert Dronten het 25-jarig bestaan, een gerede aanleiding om iets aan dat imago-loze (ook vastgesteld in een door de gemeente opgedragen onderzoek) te doen.

Bommenwerper

De eentonigheid van de polder, aldus vrij vertaald, een der onderzoeksresultaten, zet zich in de bebouwing voort. De dorpen van de gemeente Dronten, bestaan uit keurige, soms zelfs villa-achtige woningen, vrijstaand en in straten met veel, heel veel groen ertussen. Maar ja, géén kroeg op de hoek, geen plekken om zomaar even heen en weer terug te slenteren. Alleen maar baksteen en beton en groen. En nauwelijks kunst op straat, geen nutteloze dingen die toch aardig zijn. Er is een beeld op het centrale plein, waar ook een monument staat, ter nagedachtenis van de tijdens de oorlog in de Zuiderzee gevallen vliegers. Het is een motordeel van een Engelse Lancaster met daaraan nog de verwrongen propellerbladen, die naar achteren werden gebogen toen de bommenwerper het wateroppervlak raakte. Naar de gesneuvelde bemanningsleden zijn in Dronten straten vernoemd. Dat is mooi, zinvol en sympathiek, maar nog geen verlevendiging van het monotone straatbeeld.

Daarin, aldus ook de onderzoekers, moet meer kleur komen, kleur en wat onverwachte grilligheid. Na wat gemor in de gemeenteraad ging de gemeente met deze conclusie en de consequenties daarvan akkoord. Met de uitvoering werd een jonge ambtenaar belast, de beleidsmedewerker welzijn Bert Bruinewoud.

Via hem werd een overeenkomst afgesloten met Cyril Lixenberg, die - 'dit is de grootste opdracht van mijn leven' - een route van 25 beelden heeft gegarandeerd, evenveel als het dorp jaren telt. De gemeente zorgt voor de sokkels langs een lijn die van de rand van het dorp naar het centrum loopt. Lixenberg gaat daarop 25 van zijn in heldere kleuren gespoten staalconstructies neerzetten. Half mei 1998 moeten ze er staan. Een deel van de serie bestaat al, de andere moeten nog van Lixenbergs tekentafel komen.

De beelden zullen te koop zijn, waarna Lixenberg voor vervangende kunstwerken zal zorgen. Van elke verkoop ontvangt de gemeente tien procent. Dronten gaat dus fungeren als een grote openluchtgalerie met een permanente tentoonstelling van steeds wisselende beelden. Een plan dat inderdaad als imagoverbetering kan gelden.

Ook de dorpen Swifterbant en Biddinghuizen krijgen hun zo nodige nieuwe kleuraccenten. De gemeente kocht daartoe vier werken die over de twee dorpen worden verdeeld: het zijn de beelden Cirkantela (rood), Out of symmetry (zwart), Spiegeling (geel) en Doorstroming (blauw). Deze beelden worden een dezer weken geplaatst.

Speelser

Met deze ingrepen in het landschappelijk en stedelijk poldergebied voegt Lixenberg een reeks kunstwerken toe aan de tientallen staalconstructies en andere verfraaiingen (emails bijvoorbeeld) die de afgelopen decennia van zijn hand door het hele land zijn geplaatst. In openbare gebouwen en langs de weg. In scholen, banken, ziekenhuizen, gerechtsgebouwen, in parken en op kruispunten van Friesland tot en met Brabant en nog verder.

De laatste jaren zijn zijn beelden milder, speelser en kleuriger geworden. Met het ouder worden wordt Lixenbergs visie wat minder streng en hoekig. Vroeger vooral onverbiddellijke geometrie in cortenstaal en plexiglas, of in zeefdrukken, nu wat grilliger en toevalliger vormen. Vormen zoals die ontstaan bijvoorbeeld als je een blad papier vouwt en scheurt of verfrommelt, maar dan in staal. Kleur ging een belangrijker rol spelen. Dat lijkt in tegenstelling met een uitspraak van een jaar of wat terug.

“Ik ben geen kleurist”, beweerde Lixenberg, een nog maar kort geleden tot Nederlander genaturaliseerde Engelsman die overigens al tientallen jaren tussen ons woont. Toen bedoelde hij ermee bij voorkeur het onbeschilderde metaal te gebruiken, nu dat hij zich beperkt tot de elementaire kleuren en dus geen mengkleuren toepast.

Cyril Lixenberg werd in 1932 geboren in het Londense Eastend en wel in een orthodox-joods arbeidersgezin. Hij maakt graag grapjes over die achtergrond. Bijvoorbeeld deze: zijn moeder maakte ernstige bezwaren toen hij haar vertelde met de Nederlandse niet-joodse Saskia te gaan trouwen. Een buitenlandse sjikse en dan nog rooms ook! Er kwam ruzie van, waarin Lixenberg zijn moeder dreigde: “Als je niet ophoudt laat ik mijn voorhuid weer aangroeien.” Hij beweert dat ze daarvan echt schrok. Toch weet hij zeker dat zijn opvoeding in het nu verlaten oude geloof van grote invloed op zijn kunstenaarschap is geweest (“Het komt allemaal niet zomaar”), dat jarenlang gekenmerkt is geweest door de strenge geometrie van cirkel, vierkant, drie- en veelhoek. Zowel in zijn grafiek en kleinplastiek als in zijn stalen monumenten werken keerden de eindeloos gevarieerde orthodoxe opvattingen terug. Het compromisloze contrast tussen vorm en tegenvorm zou jarenlang zijn werk bepalen. Een gemanipuleerde geometrie met als blijvende uitgangspunten de meetkundige basisvormen in een niet ophoudende reeks rangschikkingen. Steeds opnieuw het zoeken naar evenwicht tussen tegengestelde vormen, naar de kwadratuur van de artistieke cirkel. In een vierkant samengeklonken driehoeken. Scheve hoeken en diagonalen vinden toch hun plaats in elkaar intrinsiek tegensprekende configuraties. Ook nu de scherpe kantjes van zijn stijl wat afgesleten zijn, zegt hij, blijven de basisgedachten waarop het vroegere werk rustte nog steeds geldig en werkzaam. In dit alles spelen de zwaar-orthodoxe jeugdopvattingen een blijvende rol. Goed en kwaad, positief en negatief, zwart en wit, ze blijven elkaar ontmoeten en bestrijden.

Dakbedekker

Lixenberg heeft het contrast lief en kan bijvoorbeeld bezielend uitwijden over de consequente lijnen in het polderlandschap, waar de rechthoeken van akkers met hun patronen van ploegvoren, samen met de logica van sloten, vaarten en dijken de wetten van het perspectief bewijzen. Aan verdwijnpunten opgehangen composities die hun schoonheid in orde vinden.

Lixenbergs ontwikkeling naar zijn kunst 'met eigen volwassenheid' begon omstreeks zijn zeventiende. Hij was toen al enkele jaren leerling bij een edelsmid. De wet gaf hem recht op een halve dag onderwijs per week. Daar hoorde ook tekenen bij. En museumbezoek: “Voor het eerst in mijn leven ben ik toen in een museum geweest en het eerste schilderij dat ik zag was een Van Gogh.”

De ontmoeting met deze meester verschafte hem de zekerheid dat hij zijn leven met de beeldende kunsten zou vullen. Het dagelijks brood werd verdiend in een reeks van baantjes: dakbedekker, in een schuurpapierfabriek, een conservenfabriek, als portier: “Ik had me voorgenomen dat er tenminste één maal in de vier maanden een periode van uitsluitend schilderen zou zijn. Het was expressionistisch, ik smeet met verf en ik genoot ervan.”

Na deze eerste verkenningen brak de hang naar het elementaire en duidelijke snel door, zich onder veel meer uitend in experimenten met bindmiddel en verf om tot zo helder mogelijk en zelfs doorschijnende resultaten te komen. Er volgde een opleiding aan de Central School of Arts and Crafts en een verblijf aan de Ecole des Beaux Arts in Parijs. Zijn moeder vroeg hem of het echt nodig was dat hij naakte vrouwen tekende: “Ik heb toen gezegd dat ik ze wel tekende maar niet naar ze keek. Toen was het goed.”

In 1959 kwam Cyril Lixenberg naar Nederland. De directe aanleiding was de tip van een Nederlandse vriend dat er aan de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam een goedkope kamer te huur was; eerdere bezoeken hadden hem de indruk gegeven dat het klimaat hier goed was voor kunstenaars, dat je hier goed kon werken. Dat was toen inderdaad het geval. Er was een De Swaan-stichting die veelbelovende jonge kunstenaars financieel steunde, er was daarna de Beeldende Kunstenaars Regeling, die hem accepteerde. En er gold hier een percentageregeling, het principe dat één of anderhalf procent van de bouwsom van openbare gebouwen besteed kon worden aan kunstzinnige verzorging van die gebouwen. Het contact met architecten zou Lixenbergs carrière voor een belangrijk deel gaan bepalen. Hij ging genoeg verdienen om zich los te maken van de BKR.

Cyril Lixenberg is het zoveelste voorbeeld van een kunstenaar die zich dankzij die regeling heeft kunnen handhaven en ontwikkelen, zoals dat ook geldt voor tientallen anderen wier werk tegenwoordig op buitenlandse exposities als 'glijmiddel' voor de economie (zoals oud-minister voor cultuur E. Brinkman het noemde) wordt gebruikt. Desondanks werd de in de wereld unieke regeling op zeker moment door een onverschillige no-nonsens-overheid achteloos terzijde geschoven.

Lixenbergs bezigheden, vrij of gebonden, spelen zich af in een atelier in de Amsterdamse Spinhuissteeg dat in geen enkel opzicht lijkt op hoe het atelier van een kunstschilder eruit moet zien. Tussen ladenkasten staat een tekentafel van het type dat technisch tekenaars gebruiken. Tot de belangrijkste gereedschappen behoren voorts tekenhaken, een passerdoos, gradenbogen, millimeterpapier, een industriële kleurschaal, het instrumentarium van een constructie-ontwerper. De radio staat er permanent afgestemd op de BBC World Service, als muziek prefereert Lixenberg de gezangen van een cantor, van een voorzanger in de synagoge. Hele stukken kan hij moeiteloos meezingen.

Lixenberg geeft zijn ideeën de vorm van bouwtekeningen die elders in werkplaatsen of bij drukkers worden uitgevoerd. Het is een werkwijze die nogal wat collega's verbaast, maar die hem de bevrediging van het pure creëren schenkt. Een niet aflatend spel met vormen en spiegelbeelden, cirkels en meerhoeken die nooit genoeg van elkaar krijgen. Lixenberg spreekt zijn eigen beeldtaal.

Plaatstaal

Oorspronkelijk in het platte vlak van de zeefdruk. Tot het moment van ontevredenheid over het ontbreken van de derde dimensie kwam. In een tussenperiode had hij het etsen geprobeerd maar dat procédé weer als te omslachtig verworpen. Die derde dimensie. De eenvoudigste manier om die te introduceren is om in een platte staalplaat te gaan snijden en knippen en dan de losgemaakte stukken omhoog te trekken. Bijvoorbeeld een zich uit het grondvlak verheffende spiraal. Zijn eerste constructies waren inderdaad dikwijls op deze werkwijze gebaseerd. De logische ontwikkeling naar meer gecompliceerde samenstellingen volgde als vanzelf, naar elkaar in geometrische omarming gevangen houdende basisvormen.

Zoals gezegd ging Lixenberg meer en meer het grillige in zijn werk toelaten en het werd kleuriger, vriendelijker.

Het begint dikwijls met het scheuren in een blad papier, een A-viertje, scheuren en vouwen, met vervolgens tekeningen, honderden tekeningen en daarna kartonnen schaalmodellen. Naar die modellen worden in de constructiewerkplaats stalen schaalmodellen gemaakt, waarna het definitieve beeld kan worden vastgesteld en tot stand gebracht. Ook Lixenbergs grafiek werd speelser, ogenschijnlijk willekeurige (kleur-)lijnen meanderen door cirkels en rechthoeken, lijken deze uit hun orthodoxie te willen bevrijden.

Zonder zijn eerdere werk te verloochenen is Lixenberg bezig met een andere geometrische orde waarin emoties en allerlei vormvrijheden toegelaten worden; hij beperkt zich niet langer tot de dogmatiek van het strenge contrast maar streeft, ook in zijn kleurgebruik, naar een synthese tussen de ratio en het fantastische. De objecten van doorzichtig plexiglas vervolgen wel hun spel met de streng begrensde vormen die hier hun contrasten zoeken in het inwendige van de beelden, bijna een vierde dimensie dus.

Lixenbergs beelden bepalen mede de identiteit van een lange reeks gebouwen, van de Amrobank in Franeker via het belastingkantoor in Drachten en de MAVO-school op Vlieland tot de Openbare Bibliotheek in Almere. Tot zijn accenten aan gebouwen behoren ook zijn emails, grote, glanzende 'schilderijen' die, bestand tegen weer en wind, buitengevels sieren.

Tijdens een van zijn reizen door het land, langs opdrachtgevers en locaties, kwam hij in Lelystad iemand tegen die hem wees op het boerenechtpaar Wim en Mia Salomons wier bedrijf bij Ketelhaven aan de voet van de dijk ligt. Die mensen, werd Lixenberg medegedeeld, hadden wel belangstelling voor wat kunst op hun land. Het werden de driehoek, cirkel en vierkant, althans een wat kleinere kopie daarvan en nu boven elkaar, plat op de akker neergelegd. Van de daarlangs lopende dijk af was dat een mooi gezicht. De gemeente Dronten kocht toen de oorspronkelijke drie verticale beelden aan en zette die ter plaatse bovenop de dijk. De koop was eigenlijk een ruil. Met de drie beelden betaalde Lixenberg een lap grond in het industriegebied van Dronten, dat hij als opslagterrein gaat gebruiken voor zijn monumentale beelden die elders op exposities hebben gestaan en daarna ergens moeten blijven.

Dat stuk grond van 2011 vierkante meter kan dus in de prozaïsche omgeving van het industriegebied een soort permanente wisseltentoonstelling worden, zoals ook de route door het dorp Dronten. In een nog op te richten loods krijgt de kleinplastiek zijn eigen plaats.

Lixenberg betaalde zijn opslagplaats min of meer met zijn hartebloed. De drie beelden die met elkaar één voorstelling vormen, beschouwt hij als een der eerste geslaagde manipulaties van de geometrie. Een driehoek, een cirkel, een vierkant, simpeler kan niet. Maar elke figuur is langs een verticale lijn geknikt, ze treden daardoor uit hun platte vlak: “Ze zijn mijn geloofsbelijdenis”.

Als Dronten het jubileum van de kwart eeuw viert moet het allemaal rond zijn, zeker de keten van 25 kunstwerken naar het hart van het dorp, aangevuld met twee exposities van kleinplastiek en andere werken die in gebouw De Meervaart en in het gemeentehuis worden gehouden.