Arafat laakt 'truc' in Ras al-Amud

TEL AVIV, 19 SEPT. De Palestijnse leider Yasser Arafat heeft gistermiddag het interne Israelische akkoord over de “ontruiming” van een omstreden gebouw in Ras al-Amud als “grote truc” gehekeld.

“De regering-Netanyahu heeft de kolonisten er laten zitten en dat is een ernstige schending [van het akkoord van Oslo]. Het is een groot gevaar”, zei Arafat. Ehud Barak, de leider van de socialistische oppositie, hekelde het akkoord dat gisteravond werd getekend als “een kniebuiging voor de dictaten van de extremisten”. Hij deelt de opvatting van Arafat dat er in feite kolonisten in het gebouw in Ras al-Amud zijn achtergebleven. Het ruilen van de gezinnen tegen tien jesjiwa-studenten (religieuze studies) heeft volgens Barak de situatie niet veranderd.

Het akkoord, dat na zenuwachtig touwtrekken tussen de regering en Irving Moskowitz, de Amerikaanse financier van het Ras al-Amud project, werd bereikt, houdt in dat de tien studenten, die de plaats van de gisteravond vertrokken gezinnen innemen, 's nachts door tien bewakers worden vervangen. Het akkoord bepaalt dat de regering zich het recht voorbehoudt in het belang van de openbare orde te handelen. Deze belangrijke paragraaf wordt uitlegd als erkenning, door Moskowitz, van het veto-recht van de staat Israel op zijn plannen in Ras al-Amud een joodse wijk te bouwen.

Kort nadat het akkoord door Netanyahu was getekend stelde hij er de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Madeleine Albright, telefonisch van op de hoogte. Wat haar reactie was wordt in Jeruzalem niet gezegd. Tijdens haar bezoek aan Israel deed ze een beroep op Netanyahu terwille van het vredesproces af te zien van eenzijdige acties die door de Palestijnen als provocaties kunnen worden opgevat. Volgende week moeten de contacten tussen Israel en de Palestijnen over de voortzetting van het vredesproces worden hervat.

Burgemeester Ehud Olmert van Jeruzalem prees vanmorgen de joodse studenten in Ras al-Amud als “grote en echte zionisten”. Ondanks het vertrek van de gezinnen is het een politieke en morele overwinning dat de “joodse aanwezigheid bij de Olijfberg na tweeduizend jaar is gegarandeerd”.