Verschillende wegen naar meer koopkracht

De koopkracht onder 'paars' is niet zo gestegen als het lijkt. Tijdens de algemene politieke beschouwingen pleitte Wallage (PvdA) gisteren voor verhoging van het minimumloon.

DEN HAAG, 18 SEPT. Het is een even simpele als omstreden maatregel, het verhogen van de uitkeringen. Simpel, omdat het inkomensproblemen zou oplossen voor de laagste inkomens, en omstreden, omdat het banen zou vernietigen.

Bij de algemene beschouwingen in de Tweede Kamer zei PvdA-fractievoorzitter Wallage gisteren veel te voelen voor een verhoging van het minimumloon, en daarmee, als gevolg van de 'koppeling', voor hogere uitkeringen.

Terwijl hij het zei, viel steun voor dat pleidooi in zijn postvakje: een zware commissie van Haagse topambtenaren onder aanvoering van WRR-lid prof. W. Derksen (PvdA) bracht gisteren een rapport uit dat hetzelfde voorstel bevat. De commissie heeft het armoedebeleid onderzocht en zij signaleert dat alle pogingen om via 'inkomensafhankelijke regelingen' zoals de huursubsidie en de bijzondere bijstand, iets aan de bestrijding van armoede te doen, veel meer nadelen hebben dan voordelen.

Het grootste nadeel is het zogenoemde niet-gebruik. Deze maand werd na onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) duidelijk dat eenderde van de huurders die recht hebben op huursubsidie, er om uiteenlopende redenen niet toe komt deze aan te vragen. Als belangrijkste oorzaak wordt de rompslomp bij de subsidie-aanvraag genoemd. Ook denken velen die recht hebben op de subsidie, dat ze dat niet hebben.

Het niet-gebruik is niet nieuw, maar van deze cijfers zijn politici en andere betrokkenen nogal geschrokken. Vooral omdat met name de politici dachten dat de huursubsidie het instrument bij uitstek zou zijn om armoedebeleid mee te voeren. Behalve de huursubsidie zelf, die het SCP ziet als een van de belangrijkste armoedebestrijdingsmiddelen, krijgen alleen ontvangers van huursubsidie ook zo nu en dan een eenmalig extraatje van 50 of 100 gulden om de koopkracht van de minima te 'repareren'.

De huursubsidieregeling, die jaarlijks 2,5 miljard gulden kost, is een belangrijk instrument van de overheid om voor mensen met lagere inkomens de woonlasten binnen de perken te houden.

Ongeveer 900.000 huishoudens maken gebruik van de regeling, die aan belang heeft gewonnen door de scherpe stijging van de huren de laatste jaren. Bij mensen met een lager inkomen maken de woonlasten een relatief groot deel uit van de maandelijkse uitgaven.

“Geen armoedebestrijding via de huursubsidie”, was gisteren de pregnante oproep van fractievoorzitter Van Dijke van de RPF. Met zijn opmerking wilde hij benadrukken dat de 'koopkrachtplaatjes' die het kabinet op Prinsjedag presenteerde, geflatteerd zijn. De 'plaatjes' van het kabinet geven weer dat zelfs de minst fortuinlijke bevolkingsgroep, de AOW'er met een aanvullend pensioen tot 30.000 gulden, er 2,25 procent op vooruitgegaan is. Spekkoper was de alleenstaande AOW'er, wiens koopkracht tussen 1995 en 1998 met 8 procent is toegenomen.

De cijfers blijken echter sterk afhankelijk te zijn van de huursubsidie, vooral voor de laagste inkomens. Zo zijn de sociale minima met kinderen er de afgelopen jaren mèt huursubsidie 4,5 procent op vooruitgegaan, terwijl de vooruitgang zonder die subsidie slechts 0,75 procent bedraagt. Ook voor de groep die de meeste moeite heeft met het vinden van het pad door de jungle van de huursubsidie, de 65-plussers met alleen AOW, werkt de huursubsidie sterk door. Tussen eenderde en een kwart van hun koopkrachtstijging is het gevolg van de huursubsidie.

Het Centraal Plan Bureau (CPB), de uitvinder en rekenmeester van de koopkrachtplaatjes, laat de huursubsidie al een kwart eeuw buiten beschouwing. Net zoals, onder meer, de bijzondere bijstand, aftrekposten en studiefinanciering. De reden daarvoor is dat in de koopkrachtberekeningen alleen zaken worden verwerkt die gelden voor iedereen: loonstijging minus premies en belastingen en de inflatie.

De commissie-Derksen laat weinig misverstand bestaan over de juistheid van de keuze van het CPB om zaken als huursubsidie, studiefinanciering, bijzondere bijstand en kwijtschelding van lokale lasten niet mee te nemen in de koopkrachtberekeningen. Wat de laatste twee categoriën betreft: volgens de commissie van ambtenaren van alle relevante ministeries kan het aantal mensen dat er recht op heeft, maar er geen gebruik van de maakt oplopen tot 70 procent.

Het kabinet heeft het budget voor de bijzondere bijstand verhoogd met 250 miljoen gulden. Dat is volgens de commissie precies de verkeerde weg. Schaf alle inkomensafhankelijke regelingen af en verhoog - in ruil daarvoor - simpelweg de uitkeringen, is de samenvatting van 'Derksen'.

Niet-gebruik van huursubsidie en bijzondere bijstand zal dan een uitgestorven fenomeen zijn. Een verhoging van de uitkeringen zonder een verhoging van het minimumloon is evenwel ondenkbaar. Zo komt de commissie Derksen uit tegenovergestelde richting op hetzelfde punt uit als Wallage.