Typografie; De perfecte letter valt niet op

Het juiste lettertype kan de leesbaarheid vergroten. Al hoeft de tekst daardoor nog niet lezenswaard te worden. De vorm als bijzaak.

DE KOPPEN in deze bijlage zijn gezet uit Paul Renners' succesvolle Futura (1927), een geconstrueerde Duitse schreefloze letter die kan worden gezien als voorbode van het modernisme (Bauhaus).

Alle tekst in NRC Handelsblad wordt gezet uit Times New Roman (Victor Lardent, 1932), op initiatief en onder supervisie van Stanley Morison ontwikkeld voor gebruik in de gelijknamige Engelse krant. Times New Roman is zonder twijfel een van de populairste letters van deze eeuw en dientengevolge vaak gemaltraiteerd en geplagieerd.

Er bestaan inmiddels vele duizenden lettertypen. Van het precieze aantal bestaan slechts ruwe gissingen. Net zoals planten laten letters zich determineren. Het onderbrengen van verschillende lettertypen in letterfamilies - die onafhankelijk van hun origine min of meer dezelfde uiterlijke kenmerken dragen - is een controversiele aangelegenheid. Er bestaan vele verschillende indelingssystemen.

Ten behoeve van de lezer volgt hier een zeer onderscheid. Enerzijds zijn er lettertypen die eigenlijk niet gelezen, maar vooral bekeken worden. Deze groep letters, met een hoog decoratief gehalte, groeit explosief onder invloed van moderne computertechnologie die iedereen ter beschikking staat. Ze werden vroeger, ten tijde van de hoogdruk, smoutletters genoemd en kunnen dienen als lokker voor het oog - op briefpapier, cd-hoes of affiche. Deze lettertypen blijven hier verder buiten beschouwing.

Anderzijds zijn er lettertypen, met of zonder schreven, die getekend en gedigitaliseerd worden met de bedoeling er aaneengesloten tekst uit te zetten. Aan dergelijke lettertypen kunnen specifieke eisen worden gesteld, die vooral te maken hebben met functionaliteit (doelmatigheid) en esthetiek.

Lettertypen kunnen slecht leesbaar zijn doordat ze berusten op een of meer misverstanden. Dergelijke typen zijn gemakkelijk aan te wijzen en door de aandachtige lezer te herkennen: zij veroorzaken uiteindelijk hoofdpijn.

Het beoordelen van een lettertype als autonoom object is hachelijker, tenminste als het de beschouwer om leesbaarheid te doen is. Een vergelijking: een stoel moge als esthetisch object tentoongesteld zijn, de feitelijke kwaliteiten ervan kunnen alleen worden 'ontdekt' als iemand erop gaat zitten.

Toch is in het recente verleden studie gemaakt van de waardering van bepaalde lettertypen, getuige een onderzoek (Hamburg, 1963) en een publicatie van D. Wendt in Visible Language. De onderzoeker maakt gewag, zoals te voorspellen viel, van het probleem dat letters altijd in context voorkomen en dat de proefpersonen wellicht (onbewust) de inhoud van de tekst bij de beoordeling zullen betrekken...

Robin Kinross beschrijft in zijn boek Modern Typography een eerste primitieve vergelijking tussen twee lettertypen, Garamond en Didot, die omstreeks 1800 in Parijs moet zijn gemaakt. Hoewel dit experiment betreffende lettertype, leesafstand en leesbaarheid niet de naam onderzoek verdient, volgde een groeiende stroom van publicaties.

De geschiedenis is intussen rijk aan interessante onderzoeksresultaten. Niettemin is het merkwaardig gesteld met het begrip leesbaarheid (legibility). Het suggereert dat er objectief meetbare parameters zouden bestaan, waarvan het gebruik eenvoudigweg proefondervindelijk kan worden beoordeeld. Vermoedelijk daarom is dit begrip in zwang, vooral in de marketing: men spreekt zelfs over een al dan niet leesbare krant.

Dankzij onderzoek is men onder meer in staat de begrijpelijkheid van teksten uit te drukken (Flesch, 1949) en de moeilijkheidsgraad van kranten, tijdschriften en studieboeken op lezersgroepen met een bepaald opleidingsniveau af te stemmen (Douma, 1960).

Volgens de grondbeginselen van de typografie - een eenvoudig ambacht dat voor een belangrijk deel bestaat uit meten en rekenen, deduceren en combineren - bestaat er een hechte relatie tussen lettertype, corps, interlinie en zetbreedte. Ook de justering (het wit tussen de letters) en de woordspatie is in typografisch opzicht van invloed op de leesbaarheid van elke tekst. Goede typografie wordt gekenmerkt door detaillering en verfijning.

Een wetenschapper die zich bezighoudt met vergelijkend onderzoek zal proberen gedurende zijn waarnemingen het aantal variabelen te reduceren tot één, om een groot aantal constanten mogelijk in een later stadium te variëren. Alle ratten die moeten bijdragen tot objectieve, dat wil zeggen betrouwbare, reproduceerbare onderzoeksresultaten zullen even oud en van hetzelfde geslacht zijn. Zo'n rat is gehuisvest in dezelfde kooi en krijgt hetzelfde voer in dezelfde hoeveelheid op een identiek tijdstip toegediend als zijn of haar tragische lotgenoten. (Tenminste, als verondersteld wordt dat genoemde factoren van invloed kunnen zijn op de uitkomst van het gebezigde onderzoek.)

Maar behalve de typografie kan ook de kwaliteit van de druk (het papier, de 'zwarting'), van invloed zijn op de uitkomsten van een onderzoek naar leesbaarheid, net als de omstandigheden waaronder dat plaatshad (zoals de lichtval, de afstand tot de letters). En net als de gezichtsscherpte, de aandacht en de concentratie van de proefpersonen, alsmede hun taalkennis, enzovoorts. Het is dus duidelijk dat uitkomsten van zulk onderzoek, in het bijzonder aanbevelingen, met argwaan moeten worden gelezen.

Het door Beatrice Warde (1900-1969) geïntroduceerde begrip lezenswaard (readability) verdient daarom de voorkeur. Dit begrip is wat aardser. Bovendien blijkt eruit dat 'vorm' niet op zichzelf staat.

Het volgende citaat is daarom relevant: “If books are printed in order to be red, we must distinguish readability from what the optician would call legibility. A page set in 14-point Bold Sans is, according to the laboratory test, more 'legible' then one set in 11-point Baskerville. A public speaker is more 'audible' in that sense when he bellows. But a good speaking voice is one which is inaudible as a voice. [...] Type well used is invisible as type, just as the perfect talking voice is the unnoticed vehicle for the transmissin of words, ideas.” (Beatrice Warde in het essay Printing should be invisible in de bundel Books and printing, 1951.)

Enkele uitzonderingen daargelaten: de vorm is voor de meeste lezers niet de aanleiding zich in een bepaalde tekst te verdiepen. (Slechte typografie kan wel een reden zijn om af te haken.) Vandaar dat miljoenen lezers zelfs bereid zijn een zo pover, want noodzakelijkerwijs 'grof' gereproduceerd en vermenigvuldigd, product als krant te lezen. Op zoek naar een inspirerende gedachte, een aardige anecdote, of om gewoon op de hoogte te blijven.