Tijd van moorden

Castlederg, een dorp met 2.500 inwoners, wordt van drie kanten ingesloten door de Ierse Republiek. De grens met Ierland is soms niet meer dan 5 kilometer weg. De protestanten vormen in deze westelijke uithoek van Noord-Ierland een minderheid.

Anno 1997 verraadt niets meer dat zo'n 25 jaar geleden het centrum van het dorp door IRA-bommen werd veranderd in één grote ruïne. Het bezorgde Castlederg de bijnaam van 'de stad in Noord-Ierland waar de meeste bommen ontploffen'. Toen er niks meer viel op te blazen was de tijd van de moorden aangebroken.

Olven Kilpatrick, eigenaar van een schoenenwinkel, hielp dinsdag 9 januari 1990 een klant toen twee gemaskerde mannen de winkel binnenrenden en hem voor de ogen van de klant met kogels doorzeefden. Ze schoven een schoenendoos-met-bom tussen de andere schoenendozen, verlieten de winkel, stapten rustig in een Vauxhall Cavalier en reden het dorp uit. Een paar minuten later ontplofte de bom, die twee agenten verwondde. De schoenenwinkel brandde tot de grond toe af.

Direct na de melding van de schietpartij legde de politie een kordon om Castlederg. Tevergeefs. De Vauxhall Cavalier werd een uur later teruggevonden op het erf van een boerderij, een halve kilometer van de grens met Ierland. De auto was een paar uur eerder op dezelfde plaats gestolen en al die tijd werden de eigenaar en zijn gezin onder schot gehouden door een derde gemaskerde man.

De schoenenverkoper Kilpatrick was 32 jaar, getrouwd en had een dochter van zes en een van zeven. Hij was tamelijk populair in het dorp omdat hij veel deed voor de jeugd van Castlederg. Alle leden van de gemeenteraad veroordeelden de moord, met uitzondering van Ivan Barr, gemeenteraadslid van Sinn Fein, de legale vleugel van de IRA. 'Zolang de oorlog doorgaat, kunnen dit soort ongelukkige voorvallen gebeuren', verklaarde de Sinn Fein-man ten overstaan van zijn woedende collega's.

Volgens dominee Walter Guill, al zestien jaar geestelijk leidsman van de protestantse Church of Ireland, was Kilpatrick het veertiende en tot op heden het laatste slachtoffer van de IRA. Zijn doodzonde was niet zozeer zijn geloof - hij was protestants net als de overige dertien slachtoffers - maar zijn lidmaatschap van de reservepolitie. Hetzelfde gold voor de dertien voorgaande doden: ze waren agent, soldaat of reservepolitie-agent.

Dominee Guill is een man met een vriendelijk open gezicht, maar daarom niet minder pertinent in zijn uitspraken. 'Van die veertien moorden zijn de daders nooit opgespoord. In Castlederg heerste een sfeer van angst en achterdocht. En nog steeds, want na 1990 zijn er nog ettelijke moordaanslagen geweest. Die zijn echter allemaal mislukt.'

Een van die mislukte aanslagen was, zo vertelt de dominee, het werk van John Connely, een katholieke bouwvakker die bij het plaatsen van de bom onder de auto van zijn collega (en vriend waar hij vaak mee ging vissen) zelf om het leven kwam. Guill: 'Connely had een paar weken daarvoor nog hier bij de pastorie samen met z'n vriend/collega een klusje opgeknapt. Connely was een trouwe kerkganger, hij dronk nooit en stond bekend als een vriendelijk man.'

De angst en de achterdocht leken ondanks alles de laatste jaren toch wat te slijten, aldus de voorganger van de Church of Ireland. 'Protestanten gingen weer heel voorzichtig af en toe winkelen bij de rooms-katholieken en omgekeerd.'

Die prille toenadering werd vorig jaar grondig verstoord door de harde confrontatie in Drumcree waar de protestanten per se door een katholieke wijk wilden marcheren. Guill: 'Het leidde opnieuw tot een complete sociale en commerciële segregatie in Castlederg. We konden weer van voren af aan beginnen. Laten we God bidden dat het deze zomer goed gaat.'

Ook al gaat het niet goed, toch is er hoop voor Castlederg, vertelt de eigenaresse van een kruidenierswinkel in het centrum van het dorp. Volgens haar kan het de jeugd allemaal niet meer zoveel schelen of iemand protestants of katholiek is. 'Politiek interesseert ze niet. Het enige wat ze willen is plezier maken.'