Tertium non datur

Weer valt er op de krantenpagina's een belachelijk optimisme te lezen, in dit geval in het kader van het nu gaande partijcongres van de Chinese communistische partij. Er worden nieuwe ontwikkelingen gesignaleerd, en tendenzen tot liberalisatie, kortom een steeds verdere verzwakking van de communistische ijzeren greep op de Chinese samenleving.

Uit lange ervaring hadden wij echter moeten weten dat een communistische 'maatschappij' zich ontwikkelt volgens eigen verborgen wetten, een eigen grimmige en onverbiddelijke dynamiek. Het is potsierlijk om de lichtzinnige en nietszeggende berichten van westerse journalisten te lezen over democratische veranderingen in communistisch China. Helaas is het óf het één óf het ander: communistische tirannie of democratische vrijheid. Tertium non datur.

China blijft sinds 1949 staan, zoals elk bolsjewistisch model, op de enige grondvest die betrouwbaar is voor zijn leiders: op de bajonetten. Maar een sprankje hoop is er, omdat men, zoals de wijze Talleybrand al zei “met bajonetten alles kan doen wat men wil, behalve er op zitten”.

China zit er al meer dan 45 jaar op en meer dan 60 procent van het bruto nationaal product wordt verkregen door meedogenloze exploitatie van kostenloze dwangarbeid, waarbij miljoenen gevangenen sterven als vliegen in de 'lagói', de kampen, verspreid door het hele land. De 'successen van het socialisme' worden onbezonnen afgeschilderd door westerse journalisten die het wenselijke voor werkelijkheid uitgeven. Zij deden dit met het van terreur stervende Rusland van de dertiger jaren, zij doen het nu met China. Een gevaarlijke bezigheid die slechts onnodige misverstanden en verwarring sticht. De geschiedenis bestraft dit, alleen weet niemand hoe.