Stadsduiven

Ik vind stadsduiven aardige dieren. In mijn Amsterdamse perenboom huist een koppel duiven dat ik regelmatig voeder en waarvoor ik zelfs speciale duivenliedjes zing. Hoe door en door verkeerd dit is, wist ik niet, totdat ik de Achterpagina van 10 september onder ogen kreeg. Daar onthult Reinildis van Ditzhuyzen de ware aard van de duif, deze op het eerste gezicht “vertederende fladdervogel die romantisch uit je hand eet”.

Onder de dramatische kop 'Duif moet dood' waarschuwt hij, dat duiven mogelijke dragers zijn van paratyfus, papegaaienziekte en salmonella. Al poepend en koerend hebben duiven, aldus Van Ditzhuyzen, de macht overgenomen in onze tuinen, waaruit mussen, merels en andere vogels verdreven zijn. De poep in kwestie die fosforzuur en zwavelzuur bevat, is levensbedreigend voor monumenten. Daarom moet de verenigde natie tegen de “vliegende rat” ten strijde trekken. Het zal mij benieuwen of Van Ditzhuyzen ook plannen heeft met subversieve elementen zoals ik, die volksvijand nummer één voorzie van zonnebloempitten en een blaadje sla op zijn tijd. Wil hij mijn soort eveneens verjagen?