Snellezen; Skimmen, helft korter

Een gemiddelde lezer leest 250 woorden per minuut. Dat aantal valt te verdubbelen dankzij een cursus snellezen. Een snellees-test.

Noteer de tijd op de halve minuut nauwkeurig, alvorens te beginnen aan het lezen van de volgende tekst.

ONZE OGEN zijn onzeker en log. Al lezende springen ze keer op keer terug in de tekst om delen nogmaals waar te nemen. Enkele milliseconden lang blijven ze hangen bij afzonderlijke woorden. Wat de ogen nodig hebben is lef, meent 'snelleesgoeroe' en -docent Rob van de Laar. Lef om het tempo te versnellen en te vertrouwen op de capaciteit van de hersenen, om in een enkele milliseconde een woord te decoderen tot een begrip.

De gemiddelde lezer leest 250 woorden per minuut. Hij laat zijn oog rusten op bijna elk woord (focuspunt) en blijft daar 250 milliseconden hangen, waarin het oog ongeveer zestien letters waarneemt en doorstuurt naar de hersenen. Tussendoor schiet de blik gedurende 25 procent van de leestijd terug in de tekst (regressie). De meeste lezers vocaliseren letters: ze lezen als het ware 'geluidloos' hardop en herhalen woorden in gedachten. De lippen bewegen, soms is een ondefinieerbaar geprevel hoorbaar en in veel gevallen trilt de adamsappel.

Allemaal verspilde tijd, verzekert voormalig docent Nederlands Rob van de Laar, die sinds 1972 bij Instituut Rhetorica ruim 50.000 snelleescursisten tot snelheid maande. “Iemand die werkzaam is in het midden- tot hoger kader leest gemiddeld tien uur per week. Opgevoerd tot tweemaal sneller, dus 500 woorden per minuut, is dat een besparing van wekelijks vijf uur en maandelijks twintig uur. Een dergelijke tijdsbesparing levert bij topbanen een maandelijkse financiële winst van twaalfhonderd gulden op”, rekent Van de Laar voor.

Maar niet alleen in geld uitgedrukt is de winst groot, want 'waarom zou je zitten lezen als je in die tijd ook met je gezin op stap kunt gaan?' De voorstelling van zaken van Van de Laar lijkt echter wat al te ideaal. “Ik heb na de cursus niet meer vrije tijd gekregen, ik ben meer gaan lezen in hetzelfde tijdsbestek”, zegt Wim den Engelsen die dit voorjaar een snelleescursus volgde bij het instituut in Puttershoek. “Ik kan mijn beslissingen nu beter voorbereiden, omdat ik stukken kan lezen waarvoor ik eerder geen tijd had. Helaas stuurt mijn baas me niet naar huis zodra ik een bepaalde portie lectuur achter de kiezen heb.”

Den Engelsen is dankzij de cursus zo'n driemaal sneller gaan lezen, zo schat hij. Nog altijd leest hij met zijn vinger bij de tekst, een methode die tijdens de cursus wordt aangeleerd en waardoor het oog wordt 'gedwongen' hetzelfde tempo te volgen. Behalve voor zijn werk bij de Belastingdienst was de cursus een aanwinst voor zijn studie in de avonduren. Deed hij in december van het vorige jaar nog drie maanden over de voorbereiding op een tentamen, in juni had hij slechts anderhalve maand nodig. Den Engelsen had het geluk aanleg te hebben voor tempolezen. Uit de test voor aanvang van de cursus bleek dat hij al drie- tot vierhonderd woorden per minuut haalde.

Onderzoeken tonen aan dat geboren snellezers een hogere intelligentie hebben. Hun hersenen hebben nauwelijks behoefte aan herhaling en zoeken in rap tempo de juiste decodering van de reeks letters. De laatste Amerikaanse presidenten waren snellezers, met uitzondering van Ronald Reagan die het niet onder de knie kreeg. John F. Kennedy was een natuurtalent; hij las veertienhonderd woorden in een minuut.

Maar aanleg is geen vereiste, verzekert docent Van de Laar. Belangrijker zijn concentratie en motivatie (het huiswerk bij de cursus is 'saai' en vergt een half uur per dag). De cursus duurt zes avonden en bestaat uit een 'motorisch' gedeelte, gericht op training van de oogbeweging, en een 'inhoudelijk' deel, waarin wordt gestreefd naar een zo groot mogelijk tekstbegrip in combinatie met tempolezen.

Vooral tijdens de eerste drie lessen krijgt de cursist het idee terug te zijn in de schoolbanken. Leverde het lezen met hulp van de wijsvinger vroeger een standje van de leerkracht op, tijdens deze cursus 'vinden wij dat helemaal niet meer kinderachtig.' Vervolgens geeft Van de Laar les in methoden met namen als 'de vlakke draai' (twee zinnen tegelijk lezen) en 'de esculaap' (met een slingerbeweging door een kolomtekst gaan).

Tijdens de laatste lessen staat het tekstbegrip centraal. Met behoud van een redelijke snelheid concentreert de lezer zich op sleutelwoorden en gedeelten met een hoog informatiegehalte. Dit artikel zou de helft korter zijn wanneer alle informatieloze woorden zouden worden weggestreept. Wat overblijft, is een telegram met steekwoorden, waartussen de hersenen zelf een verband leggen. Een snellezer zou deze alinea 'skimmen' op de woorden: 'laatste lessen', 'tekstbegrip', 'sleutelwoorden', 'informatieloze woorden', 'helft korter', 'hersenen', 'verband', 'skimmen'.

Van Vendex-topman Anton Dreesmann is bekend dat hij op deze manier in een paar minuten het weekblad Elsevier van voren naar achter las. Ook deze krant kan binnen tien minuten terzijde worden geschoven door enkel de koppen, de fotobijschriften, de inleidingen en hier en daar de eerste regels van alinea's te lezen. De lezer is dan in grote lijnen op de hoogte en kan de gewenste details gericht nazoeken.

In zekere zin dient elk dagblad al jaren de gehaaste lezer. Kolommen leveren een leestijdbesparing op van ongeveer dertig procent, omdat het oog in kortere tijd van regel tot regel gaat.

Klok nu de tijd opnieuw. Ga na of de inhoud is begrepen, dat wil zeggen: in eigen woorden valt na te vertellen. Het aantal minuten tussen aanvang en einde van lezen, zegt het volgende over de leessnelheid: Ongeveer 7,5 minuut (100 woorden per minuut): langzame lezer, voor wie de tekst veel onbekende termen bevatte. Ongeveer 3 minuten (250 woorden per minuut): gemiddelde lezer, de tekst werd niet als moeilijk ervaren. Ongeveer 1,5 minuut (500 woorden per minuut): snelle lezer met een ruime woordenschat. Ongeveer 1 minuut: (750 woorden per minuut): geboren snellezer, voor wie de tekst bovendien weinig nieuws bevatte.