Paars met het CDA kan toch ook?

Als de gisteren in de Tweede Kamer begonnen algemene politieke beschouwingen maatgevend zijn voor het inmiddels aangebroken verkiezingsjaar, kan de kiezer zeer veel sterkte worden gewenst. Zoek maar eens een partij uit! Het wordt weer profileren op de vierkante millimeter, met de onvermijdelijke doorberekeningen van het Centraal Planbureau als allesoverheersend referentiekader.

Want dat is tegenwoordig politiek in Nederland: praten met het grootboek. Wie niet onmiddellijk 'dekking' heeft voor een idee, telt niet mee in het debat. Niet de suggestie wordt beoordeeld, maar de financiering ervan. Op die manier weet het boekhoudersdenken elke mogelijke inhoudelijke gedachtewisseling dood te slaan.

De gretigheid waarmee de verschillende fractievoorzitters met elkaar in debat gingen over de mogelijke financiële consequentie van hun vergezichten was één groot bewijs van politieke bloedarmoede. Als over de ideeën zelf geen echte fundamentele verschillen van mening bestaan, is gesteggel over de uitvoering ongeveer nog de enige mogelijkheid voor het broodnodige onderscheid.

Zo dreigen de jaarlijkse algemene beschouwingen in de Tweede Kamer net zo'n ritueel te worden als Prinsjesdag. Voor de deelnemers is het vooral een kwestie van uitzitten. Vroeger grepen fractievoorzitters de algemene beschouwingen nog wel eens aan om de reden van bestaan van hun partij aan te geven. Het had natuurlijk iets 'zondags', zo'n waartoe-zijn-wij-hier-in-deze-Kamer, maar het was ook een vorm van verantwoording afleggen. De enige die gisteren een poging ondernam om de positie van zijn politieke beweging te duiden was de nieuwe leider van het CDA, Jaap de Hoop Scheffer. Voor de fractievoorzitters van de coalitiepartijen is het jaarlijkse grote politieke debat verworden tot het afstrepen van de boodschappenlijst.

Het is de politieke vertaling van het poldermodel. Ook in de Tweede Kamer overheerst de consensus. De verschillen van mening worden steeds meer cosmetisch. In het licht van de komende verkiezingen zal de poederdoos vaker worden gehanteerd - de kiezer zal toch even geprikkeld moeten worden - maar in de veilige wetenschap dat de make-up na die verkiezingen gemakkelijk afwasbaar is.

De paarse partijen willen als het enigszins kan hun samenwerking in een volgend kabinet continueren. Dat hoeft niet echt veel moeite te kosten. De tegenstellingen tussen PvdA, VVD en D66 zijn niet van zodanige aard dat een nieuwe coalitie opeens niet meer zou kunnen. Integendeel, met een begroting zoals die deze week op Prinsjesdag is gepresenteerd lijken ze de smaak pas echt te pakken te hebben. Met het grootste gemak wordt over paars II gesproken.

Op zich is dat bijzonder, want het gebeurt in Nederland niet vaak dat partijen al voor de verkiezingen hun coalitievoorkeur zo duidelijk laten blijken. Met het valse argument dat de kiezer toch eerst zal moeten spreken, werd in het verleden meestal gekozen voor een 'handen-vrij'-opstelling. De werkelijke reden was banaler: met die ongebonden opstelling had men na de verkiezingen de beste onderhandelingspositie. De christen-democraten zijn decennialang vanwege hun centrumpositie ware meesters geweest in het tegen elkaar uitspelen van andere partijen om er zelf beter van te worden.

Maar nu weet de kiezer dus al van tevoren dat het weer paars zal worden. Dat wil zeggen: in principe. Want het kan vanzelfsprekend ook anders. Het was bijna aandoenlijk te zien hoe De Hoop Scheffer gisteren bij zowel PvdA als VVD kwam vragen of zij het CDA als serieuze partner wensten te beschouwen. Ja, dat wilden zij. Dat moet de andere partijen toch goed hebben gedaan: het CDA met de hoed in de hand. Op Prinsjesdag had D66-leider Van Mierlo - voor veel christen-democraten nog altijd een beetje de verpersoonlijking van het paarse kwaad - al laten doorschemeren dat de straf voor het CDA erop zat nu de partij een periode in de oppositie had gezeten. Paars heeft de vanzelfsprekendheid van de CDA-macht doorbroken en daarmee is voor Van Mierlo het belangrijkste doel bereikt.

De enige reden dat PvdA, VVD en D66 allereerst willen onderzoeken of hun samenwerking kan worden gecontinueerd is hoffelijkheid. Programmatisch gesproken zou het CDA zo kunnen aanschuiven. Met andere woorden: waarom haalt paars het CDA er niet gewoon bij? Toen Kok drie jaar geleden als informateur tussen VVD en CDA moest kiezen liet hij uiteindelijk het CDA niet op inhoudelijke gronden vallen maar louter omdat volgens hem de partij na de zware verkiezingsnederlaag een te onstabiele factor was geworden. Dat argument telt niet meer. Het CDA is al aardig gewend aan zijn gedecimeerde omvang.

De tegenwerping die resteert is dat in het geval van een vierpartijenkabinet er geen omvangrijke oppositie meer is. Een drogreden natuurlijk, want sinds wanneer bekommert een regeringscoalitie zich nu werkelijk om de oppositie? Het is juist andersom. Een vierpartijenkabinet zou wel eens echt tegenspel vanuit het parlement kunnen krijgen. Wanneer een regeringsfractie een van het kabinetsbeleid afwijkend standpunt inneemt, kan dat namelijk niet direct door de overige coalitiepartners als overspel worden beschouwd.

De Nederlandse parlementaire geschiedenis kent een aantal kabinetten dat een minder sterke binding met het parlement had. Deze zogenoemde extraparlementaire kabinetten waren een gevolg van onvoldoende overeenstemming tussen de coalitiepartners. Fracties hadden vanwege het ontbreken van een commitment de vrijheid een kabinet op zijn daden te beoordelen. Althans, in theorie want in de praktijk bleken de fracties behoorlijk gezagsgetrouw.

Nu zou niet een gebrek aan overeenstemming, maar juist een te veel aan overeenstemming pleiten voor een breed samengesteld extraparlementair kabinet, opdat het kabinet zakelijk tegenspel vanuit het parlement kan krijgen als daartoe aanleiding is. Macht kan niet zonder tegenmacht. Als de overige 'ismen' het laten afweten, moet het maar komen van het dualisme. Maar dan wel écht dualisme.