Naar België

Om van Nederlanders precies te weten te komen waarom ze de stap zuidwaarts zetten, is enig geduld nodig, want de ervaring leert dat men de waarheid in fasen te weten komt, meestal in drie, zoals in de kerken sanctus, hosanna en alleluja ook in driemaal naar een climax leiden.

Bij een eerste ontmoeting verneemt men meestal de ruimte, de prijzen, de snelle bouwtoelating - 'alles mag er, men knijpt wel een oogje toe' - het Bourgondisch ritme en de vlotheid van de autochtonen. Het is één lofzang op het buitenleven, Bruegel nabij. Als Belg kan men er in komen, kijkend naar de blokkendozen die zelfs kleinere gemeenten in Nederland al sieren.

Bij een tweede ontmoeting blijkt het uitwijken vooral voor de opvoeding aantrekkelijk. Er volgt een waslijst van voordelen: beter onderwijs, tucht, normbesef, geen drugs, geen criminaliteit, gezinssfeer, makkelijke contacten. Het doet denken aan missionarissen die in den vreemde de hemel proberen duidelijk te maken.

Bij een derde ontmoeting gaat de Nederlander op het puntje van de stoel zitten en zet een monoloog in waarbij bouwgrond en kinderopvoeding al snel verbleken. In een verbale orkaan citeert hij uit het hoofd rapporten: vermogensbelasting, fiscale terreur, liquidatie van vennootschappen, schenkingen aan kinderen, vermogensopbrengsten. Een cursus op maat voor de verbaasde Belg die begint te begrijpen hoe goed hij hier zit. “Overigens”, peroreert hij verder, “er staan nog 58.000 Nederlanders te wachten voor de stap en ze brengen met z'n allen 870 miljard mee.” Verbouwereerd durft de autochtoon niet vragen of hij het over franken of guldens heeft. Oef!

Daar drinken we dan op, wijn, bier, Bols of erger, want de gastvrijheid siert hem en gierigheid is een Schots begrip, totaal onbekend voor de inwijkeling.

Waarom men dan een 'stulp' bouwt net over de grens en bijvoorbeeld niet in de Ardennen waar grond bijna te krijg is, vindt men eigenlijk een netelige vraag. De afstand naar bezigheden in eigen land scoort uiteraard hoog, maar redenen als gehechtheid aan het vertrouwde en angst voor het onbekende - in een zucht zijn we weer thuis - zijn al even obscuur. Toffe buren die Nederlanders, maar soms wat moeilijk te volgen.