MARTIE VERDENIUS 1908-1997; Kritisch schrijfster en cabaretière

De cabaretière en tekstschrijfster Martie Verdenius, die zondag op 88-jarige leeftijd is overleden en gisteren in kleine kring werd gecremeerd, heeft in de cabaret-geschiedenis een maatgevende rol gespeeld zonder ooit zelf grote roem te vergaren. Wat ze het publiek in haar teksten voorhield, was dan ook niet altijd wat men op dat moment wilde horen.

“Dat was het belerende in me,” zei ze twee jaar geleden in een tv-documentaire, “waardoor ik altijd het gevoel had dat ik de mensen iets moest meegeven waar ze over konden nadenken.”

Als keurige notarisdochter ging Martha Verdenius eind jaren twintig Nederlands studeren, maar eigenlijk wilde ze toneelspeelster worden. Met haar eerste eigen liedjes deed ze in 1935 auditie bij Louis Davids, die haar prompt engageerde. In een recensie over haar eerste optreden omschreef Menno ter Braak haar als “een spichtig meiske in lange wijde pantalon en trui die met haar wrange liedjes reminiscenties aan de Pfeffermühle opriep.” Erika Mann, leidster van het toenmalige politiek-literaire cabaret Die Pfeffermühle, was dan ook één van haar grote voorbeelden. Net als Erika Mann gebruikte Martie Verdenius vaak concrete onderwerpen om in het algemeen iets over de tijdgeest te zeggen, zoals in een nummer over de komst van de eerste cafetaria: “Zeur niet over vieze smaak: / Wil je leven? Vreet dan raak!” Eind jaren dertig vormde ze haar eerste cabaretgroep. En terwijl het grote amusement niet van oorlog wilde horen, schreef zij: “Het gist in Europa! / Het broeit in Europa! / We zien en we weten, / we slapen en eten / en lopen vanzelf wel / de weg naar die hel...!”

Haar allermooiste tekst werd in 1940 uitgevoerd door de actrice Fien de la Mar, in een provisorisch georganiseerde voorstelling na het bombardement op Rotterdam. Ademloos en diep onder de indruk hoorde het publiek de kleine, beeldende zinnetjes waarmee het grote drama onder woorden was gebracht: “De bakker brengt het brood van puin tot puin / de postbode vergist zich in de straat / de morgen en de middag groeien door / en in de kranten staat / dat 't leven verder gaat...” En toen de oorlog eindelijk voorbij was, waarschuwde Martie Verdenius al meteen weer voor een volgende: “Nu de oorlog over is / gaan we blij tezamen / weer met frisse kracht en moed / een nieuwe oorlog tegemoet.”

Halverwege de jaren vijftig besloot Martie Verdenius een eind te maken aan haar cabaret-carrière. Enerzijds botsten haar artistieke aspiraties op de praktijk van de commerciële theatersector en anderzijds wilde ze meer tijd besteden aan haar gezin. Sindsdien schreef ze columns in Elsevier, de tv-serie School voor Volwassenen, toneelstukken en sketches voor amateurgezelschappen en leidde cursussen voor verkooptechniek. Ook doceerde ze aan de Kleinkunstacademie, waar ze haar vrouwelijke leerlingen op het hart drukte nooit te zwichten voor de vaat en de was: “Dan moet je die man keihard zeggen dat je je beroep net zo belangrijk vindt als hij en dat je het niet op zal geven. Als vrouwen dàt niet doen, dan komen we nooit ergens.”