Koester de banenmachine

Onze samenleving kenmerkt zich door een hoge mate van organisatie. Alle maatschappelijke processen, inclusief onderwijs, productie, en vrijetijdsbesteding worden in een georganiseerd verband bedreven. Echter, de politiek lijkt de sector 'toerisme en recreatie' te beschouwen en behandelen als een aanhangsel, in plaats van een integraal onderdeel van de economie.

Een dergelijke instelling is niet bepaald bevorderlijk voor een optimale ontwikkeling van de sector. Politieke erkenning van deze sector is een eerste stap om de baten te optimaliseren en de overlast te beperken.

De groei van de recreatie en het toerisme wordt gedreven door een vijftal (mondiale) trends. De voortgaande automatisering bevordert productiviteit en efficiëntie. Mede daardoor kan gemiddeld ook korter worden gewerkt. Verder neemt in de Westerse landen het aantal senioren (meer vrije tijd) toe. Ten slotte zet de internationalisering van de economie door, als gevolg waarvan welvaart en reisverkeer in bijvoorbeeld Zuidoost-Azië flink stijgen. Gedreven door deze trends zal het aantal internationale toeristen de komende vijftien jaar verdubbelen tot één miljard per jaar.

Waarom besteden we eigenlijk zoveel tijd en geld aan reizen en tolereren we eindeloos lange wachttijden bij toeristische attracties en in vakantiefiles? Ten eerste omdat migratie onverbrekelijk verbonden is met het menselijk ras. Homo sapiens migreerde voor lijfsbehoud. In de vorige eeuw migreerden de bewoners van het platteland voor arbeid naar de stad.

Bovendien, wat vroeger alleen was weggelegd voor de elite, is na de Tweede Wereldoorlog steeds meer gemeengoed geworden. Anders gezegd, mass follows class. De stedelingen van vandaag verplaatsen zich tijdelijk en regelmatig voor recreatieve- en zakelijke doeleinden. In verband met de recreatie zorgen de alledaagse werkroutine, de lawaai-terreur, en andere kwalijkheden die de verstedelijking met zich meebrengt enerzijds voor een push om op reis te gaan, anderzijds spelen pull-motieven, zoals sociale erkenning een rol.

Er gaan stemmen op om de economische groei te stuiten en het reizen te beteugelen. Gegeven de eerder genoemde trends rijst de vraag wie de groei zal kunnen beteugelen, en met welke middelen? In een kenniseconomie draait het leven steeds meer om working smarter, in plaats van working harder: het gaat eigenlijk niet om het aantal uren dat men werkt, maar om de resultaten van het productieproces. Bij 'working smarter' ligt de nadruk op de herseninspanning, leren en werken in teamverband. Volgens deze gedachtengang gaat het er dus om dat we ontspannen, op een zodanige wijze, dat we niet alleen volop van het leven genieten, maar ook in staat zijn een optimale bijdrage te leveren aan het productieproces.

Dit is de nieuwe uitdaging waarbij de kwaliteit van de te besteden vrije uren zwaarder weegt dan de kwantiteit. Een veel gehoord argument is dat Nederland geen mainport, maar brainport moet worden. Volgens deze gedachtengang is de groei van de luchtvaart overbodig. Immers, het Internet kan voor de nodige uitwisseling van kennis zorgen tussen wetenschappers en zakenlieden op wereldwijde basis. En toeristen kunnen de wereld op het World Wide Web verkennen.

Degenen die dit argument hanteren, vergeten dat de kennis 'tussen de oren' ontstaat, zowel via Internet als via persoonlijke ontmoetingen, en dat miljoenen mensen reizen hoog waarderen. Singapore heeft het belang en de verwevenheid van telecommunicatie, transport en toerisme in verband met de kenniseconomie begrepen en vastgelegd in zijn beleid. Het land streeft ernaar het kenniscentrum en transferpunt van het Verre Oosten te worden.

In de zich ontwikkelende deeleconomie waarin 'ontspanning' een kernbegrip is, brengt toerisme bedreigingen met zich mee, maar vooral kansen. Voor 45.000 ondernemingen in Nederland resulteert ontspanning van consumenten in toeristisch-recreatieve uitgaven, die jaarlijks totaal 40 miljard gulden belopen.

Voor landen, regio's en gemeenten biedt toerisme in toenemende mate de mogelijkheid om de economische groei te stimuleren. Werklozen en minima zullen hun non-participatie aan het reizen als ontspanningsmogelijkheid vooral als een gemis ervaren. Echter, als geen andere sector biedt toerisme de mogelijkheid banen te scheppen aan de onderkant van de arbeidsmarkt. Er zijn in het totaal 283.000 arbeidsplaatsen in het Nederlandse toerisme.

In de naaste toekomst zal in Europa de meeste banengroei plaatshebben in het toerisme. Dit garandeert evenwel nog geen economische groei, want de hedendaagse toeristen zijn uiterst footlose en de concurrentie is fel.

Wie zijn toeristische concurrentiepositie wil behouden of versterken, dient zich te realiseren dat het draait om een waardeketen. Het gaat daarbij om zowel horizontale als verticale 'clustering' met organisaties in andere branches die voldoende waarde toevoegen aan de toeristische belevenis, zodat bezoekers naar een bepaalde plaats toekomen en terugkeren.

Staatssecretaris Van Dok wil streven naar een selectiever publiek dat meer te besteden heeft en langer in Nederland wil blijven. Dat is de juiste aanpak, omdat het de nadruk legt op kwaliteit. Echter, dat is slechts mogelijk als de partners in het Nederlands toerisme meer samenwerken en innoveren, de overheid middelen beschikbaar stelt om ondernemers in het midden- en kleinbedrijf wegwijs te maken op de elektronische snelweg, èn de lagere overheden toeristische heffingen niet gebruiken als melkkoe, maar uitsluitend om waarde te creëren voor bezoekers en zo ook de daarmee samenhangende werkgelegenheid stimuleren.

Ten slotte dient gewerkt te worden aan het overbruggen van de kenniskloof. Met behulp van netwerken van wetenschappers, ondernemers en overheden kan programmatische samenwerking worden verbeterd. Gebeurt dat niet, dan is de kans groot dat we, zonder het in de gaten te hebben, bezig zijn de kip met de gouden eieren te slachten.