'Jeugdzonden' van Wezelaar in Arnhems museum

Het Museum voor Moderne Kunst Arnhem heeft negen vroege sculpturen van de beeldhouwer Han Wezelaar aan zijn collectie toegevoegd. De meeste zijn gekocht van de vrouw van de in 1984 overleden kunstenaar. “Mijn man wilde niet dat zijn beelden op het Waterlooplein terecht kwamen.”

ARNHEM, 18 SEPT. In een vitrine van het Museum voor Moderne Kunst Arnhem staat, tussen andere sculpturen, een terracotta beeldje van een corpulente man. Hij zit op een canapé - hoed in de hand, das slordig omgestrikt, de broekriem spannend om zijn dikke buik. Een van zijn korte, dikke benen heeft hij voor zich uit gestrekt. Zijn hele houding straalt zelfgenoegzaamheid uit.

Dikke man, een beeld uit 1933 is een van de negen sculpturen van de beeldhouwer Han Wezelaar (1901-1984) die het Arnhemse museum onlangs heeft verworven, 'voor een vriendenprijs', aldus het museum dat het preciezeaankoopbedrag niet wil noemen. De aanwinst sluit volgens het museum aan bij de collectie magisch realisme, een van de verzamelgebieden van het museum, en past bovendien in het streven van het museum de beeldencollectie uit te breiden.

Een van de beelden, een bronzen buste uit 1941 van de beeldhouwer en goede vriend van Wezelaar, John Rädecker, is een schenking van Wezelaars 80-jarige weduwe. Liesbeth Wezelaar is bezig werk van haar man dat nog in haar bezit is op verantwoorde plekken onder te brengen. “Mijn man heeft ooit gezegd: 'Ik wil niet dat mijn werk op het Waterlooplein terecht komt'. Ik denk erover nog meer aan musea te verkopen en ik heb ook de indruk dat er weer meer belangstelling is de figuratieve beelden die hij maakte.”

Het museum kocht acht beelden van haar uit de periode van voor de oorlog. Twee daarvan, ranke, bronzen sculpturen van een zwarte man met een tabaksblad en een zwarte vrouw, moeten nog komen. Wezelaar maakte ze in 1930 voor de Nieuw Amsterdam, het vlaggeschip van de Holland Amerika Lijn waarvan de architect J.J.P. Oud het interieur had ontworpen. “Ze waren zwart gepatineerd en ingewreven met bladzilver om ze een Pompejaans uiterlijk te geven,” vertelt conservator beeldhouwkunst Ype Koopmans van het Arnhemse Museum. “Het zijn niet de originele die op het schip zaten, maar exemplaren die Wezelaar voor zichzelf had gegoten.” Een derde paar dat hij voor de architect had gemaakt, is in juni bij Christie's Amsterdam geveild voor ruim 18.000 gulden. De richtprijs was 6 tot 8.000 gulden.

Henri Mathieu (Han) Wezelaar wordt beschouwd als een belangrijk Nederlandse beeldhouwer, maar bij het grote publiek is hij minder bekend dan tijdgenoten als Mari Andriessen, Hildo Krop, of John Rädecker. “Zij waren iets ouder en hebben net een andere tijd meegemaakt,” zegt mevrouw Wezelaar. “Hij was voor de oorlog de coming man in de figuratieve kunst, maar de oorlog kwam ertussen en toen kreeg je in de jaren '60 de ommezwaai naar de abstracte kunst.”

Wezelaar maakte portretkoppen, figuren, naakten en dieren in brons, steen en terracotta. Veel van zijn beelden hebben compacte, naar het ronde neigende vormen. Van 1924 tot 1935 woonde hij in Parijs, waar hij een van de eerste leerlingen van Zadkine was. De invloed van Zadkine is nog te zien in enkele portretbustes uit de jaren twintig die het museum gekocht heeft. Bijvoorbeeld in de geabstraheerde kop van een Spanjaard met de vreemd gefacetteerde schuine ogen, die ook doet denken aan de ornamentiek van de Amsterdamse School. “Rond 1930 zwoer Wezelaar zijn vroegere modernisme af,” vertelt Koopmans. “net zoals ook Willink, Raoul Hynckes en andere magisch realistische schilders en beeldhouwers dat in die tijd deden. Daarna is hij heel realistisch gaan werken in de trant van Mari Andriessen. Hij maakte onder meer balletdanseressen en monumenten als de 'Barmhartige Samaritaan', een beeld uit 1965 voor het Dijkzigt-ziekenhuis in Rotterdam. Wezelaar wilde zelfs niets meer van zijn vroegere werk weten, hij beschouwde het als een jeugdzonde.”

Magisch realisme is een term die vooral wordt gebruikt met betrekking tot de schilderkunst. De schilder Pyke Koch omschreef het als 'voorstellingen die wel mogelijk maar niet waarschijnlijk zijn'. In hoeverre valt een beeldhouwer als Wezelaar hier in te passen? Koopmans: “Magisch realisme is een term van de laatste twintig jaar, daarvoor werd gesproken van neo-realisme of neo-classicisme. Dat magische element is door beeldhouwers moeilijk in beeld te brengen, maar veel beeldhouwers maakten een ontwikkeling door die te vergelijken is met de magisch realisten als Willink, Hynckes, Koch en Schumacher.” Het Arnhemse museum beperkt zich natuurlijk niet tot de magisch realisten alleen, voegt Koopmans eraan toe. “Het realisme van het Interbellum is een van onze speerpunten. Dat betekent dat we ook kunst verzamelen die buiten de sfeer van het magisch realisme ligt, maar wel realistisch is. En we willen ook beeldhouwkunst in relatie tot de schilderkunst laten zien.”

Wezelaar heeft in de jaren dertig geprobeerd een 'salon' op te richten waarin neo-realistische schilders, beeldhouwers en architecten zouden samenwerken. Hij wilde door gezamenlijke exposities een beeld geven van belangrijke ontwikkelingen op kunstgebied in Nederland, maar die poging mislukte. Koopmans: “Vooral de schilders waren tegen. Ze hadden net dat modernistische idee van groepsvorming achter zich gelaten.”

Wezelaar zat in talrijke commissies, waaronder de aankoopcommissie van de gemeente Amsterdam, en was na de oorlog vijf jaar lang voorzitter van de Nederlandse Kring van Beeldhouwers. Zijn huis in Amsterdam was een centrum van bijeenkomsten en vergaderingen van beeldhouwers. Hij had ook veel contacten met architecten, zowel in eigen land als in Frankrijk.

Bekende beelden van Han Wezelaar in de openbare ruimte zijn onder meer het monument voor op zee omgekomen vissers in IJmuiden (1953-54) en het monument van een knielende Rembrandt (1969) in Amsterdam-Buitenveldert. Werk van Wezelaar is ook te vinden in het Frans Hals Museum in Haarlem, dat vorig jaar vroeg werk verwierf, en het Amsterdams Historisch Museum, dat eveneens recent enkele beelden van Liesbeth Wezelaar aankocht en het model van het beeld van Wibaut in de Wibautstraat ten geschenke kreeg. Het Arnhemse museum bezat al een bronzen balletdanseres van Wezelaar. Koopmans: “Maar met deze uitbreiding hebben wij nu de grootste museale collectie van Wezelaar.”