Iraniërs in Pakistan gedood

NEW DELHI, 18 SEPT. In de Pakistaanse stad Rawalpindi zijn gisteren vijf Iraanse militairen, die daar in de buurt werden opgeleid, doodgeschoten. Iran heeft onmiddellijk krachtig geprotesteerd bij de Pakistaanse regering.

Een kleine radicale sunnitische groepering in Pakistan stelde zich later verantwoordelijkheid voor de aanslag op de Iraniërs. Anonieme woordvoerders van de organisatie, Lashkar-i-Jhangvi, verklaarden in telefoontjes naar Pakistaanse kranten dat de aanslag bedoeld was om te wreken “wat Iran Pakistan had aangedaan.” Enkele dagen geleden werd een leider van Lashkar gearresteerd.

De aanslag vloeit voort uit de bloedige rivaliteit tussen militante sunnitische en shi'itische groeperingen, die dit jaar al aan vele tientallen mensen het leven heeft gekost in de provincie Punjab. De grote meerderheid van de Pakistaanse moslims hangt de sunnitische richting van de islam aan. Naar schatting 20 procent is shi'itisch.

In Pakistan wordt er algemeen vanuit gegaan dat Iran probeert de shi'itische minderheid te helpen met geld en andere middelen. Anderzijds kunnen veel sunnitische extremisten in Pakistan rekenen op steun uit Saoedi-Arabië en elders in het Golfgebied.

Het is niet de eerste keer dat de sunnieten een Iraans doelwit kiezen. In januari werd het Iraanse culturele centrum in de stad Lahore in brand gestoken en een maand later werden er zeven mensen doodgeschoten in het Iraanse culturele centrum in de plaats Multan. De Iraanse regering ontbood gisteren de Pakistaanse ambassadeur om te protesteren tegen de aanslag. Volgens de Iraniërs zou deze niet hebben plaatsgehad als de schuldigen van de eerdere aanslagen op de culturele centra tijdig waren ingerekend.