Irak: een mijn voor iedereen

ROTTERDAM, 18 SEPT. In Iraaks Koerdistan vallen nog steeds slachtoffers door landmijnen, de erfenis van de Iraans-Iraakse oorlog (1980-88), toen de Iraanse en Iraakse strijdkrachten samen zo'n 20 miljoen mijnen legden in hun grensgebied. Een mijn “voor elke man, vrouw kind, kip en ezel”, zei eens een woordvoerder van de Mijn Adviesgroep, een Britse liefdadigheidsorganisatie die mijnenvelden opruimt.

Vooral aan Iraakse kant liggen grote hoeveelheden mijnen: zware Italiaanse Valmara's - onder de dodelijkste die worden gemaakt - maar ook kleintjes, die een voet afblazen. Verreweg het grootste deel van de honderden mijnenvelden is niet op kaarten aangegeven en is bovendien vrij toegankelijk.

Herders, spelende kinderen en boeren vormen de belangrijkste risicogroep, samen met de mensen die geld proberen te verdienen aan het ontmantelen van de mijnen en de verkoop van het aluminium eruit, of die anderen door de mijnenvelden illegaal Iran binnen gidsen. In totaal zijn sinds 1991, na afloop van de geallieerde oorlog tegen Irak, volgens officiële cijfers meer dan 2.000 Koerden gedood, maar het aantal zou in werkelijkheid veel hoger liggen.

Volgens de mensenrechtenorganisatie Middle East Watch heeft het Iraakse leger niet alleen mijnen gelegd om de Iraanse troepen buiten te houden, maar ook met de bedoeling grote gebieden voorgoed onbewoonbaar te maken voor de Koerden, die in die tijd genadeloos werden vervolgd.