In 64 landen ruim 110 mln mijnen

ROTTERDAM, 18 SEPT. De VS zijn niet het enige grote land dat het verdrag over het verbod op landmijnen weigert te tekenen. Ook onder andere Rusland, China, de beide Korea's, de meeste landen in het Midden-Oosten en India en Pakistan binden zich niet aan het verdrag. Dat tast de betekenis van het aangekondigde verbod aan.

Volgens berekeningen van de VN liggen ruim 110 miljoen niet geëxplodeerde landmijnen verspreid over 64 landen. Afghanistan, Irak, Angola en Cambodja zijn de meest getroffen landen met elk ongeveer tien miljoen mijnen. Een landmijn is al te koop vanaf vijf gulden, maar de opruiming ervan kost gemiddeld 1.700 gulden. Het Internationale Rode Kruis schat dat mijnen iedere maand zo'n 800 personen doden en twaalfhonderd mensen voor het leven verminken. De mijnen maken aanvoerwegen onbegaanbaar en landbouwgebieden onbruikbaar. Het landmijnenprobleem verergert snel want elk jaar opnieuw worden er twee tot vijf miljoen nieuwe mijnen gelegd, terwijl er niet meer dan honderdduizend worden geruimd. De belangrijkste exporteurs van landmijnen zijn China, Italië en de voormalige Sovjet-Unie. De meeste landmijnen hebben een levensduur van tientallen jaren en zijn steeds moeilijker op te sporen. Bepaalde soorten landmijnen worden uit kunststof vervaardigd om ontdekking met metaaldetectoren te bemoeilijken.