IMF-twijfels over stabiele euro

Het Internationaal Monetaire Fonds besteedt een kwart van de inhoud van zijn halfjaarlijkse World Economic Outlook aan de Europese muntunie. Het stuk heeft als ondertitel 'EMU and the World Economy' meegekregen.

HONGKONG, 18 SEPT. De euro komt er in 1999. Ook voor het Internationaal Monetaire Fonds is dat een vaststaand feit. Maar bij de IMF-staf lijkt met het naderbij komen van de Economische en Monetaire Unie (EMU) de twijfel te groeien of de euro wel zo'n stabiele munt zal zijn.

De topeconomen van het IMF vonden het in elk geval nodig in de gisteren gepresenteerde World Economic Outlook een doemscenario door te rekenen, waarbij een blijvend hoge werkloosheid overheden ertoe verleidt de uitgaven te fors op te voeren om zo het probleem aan te pakken.

Die kans is in de ogen van het IMF niet denkbeeldig, omdat in belangrijke Europese landen de arbeidsmarkt nog steeds uiterst stroef functioneert. Bovendien is economische aanpassing via onderlinge wisselkoersen na invoering van de euro niet meer mogelijk. Het gevolg van te hoge overheidsuitgaven zou zijn dat het vertrouwen van de financiële markten in de euro al in de beginfase ernstig wordt ondermijnd.

Hervorming van de arbeidsmarkt is daarom meer dan ooit noodzakelijk. “Dit is nu het belangrijkste vereiste om de EMU op lange termijn tot een succes te maken”, aldus onderdirecteur Fleming Larsen van het IMF-onderzoeksbureau gisteren. In de World Economic Outlook wordt het zelfs een “belangrijke omissie” genoemd dat in het Verdrag van Maastricht over de criteria voor EMU-deelname het belang van flexibele arbeidsmarkten niet expliciet wordt genoemd.

IMF-topman Michel Camdessus uitte vanmorgen in een vooruitblik op de jaarvergadering van IMF en Wereldbank ook zijn zorg. Volgens hem moeten de potentiële EMU-deelnemers “minstens zo veel aandacht” geven aan de arbeidsmarkt als aan “de laatste decimalen van de Maastricht-criteria”. Hij wees ook op de hoge kosten van werkloosheid voor de overheidsbudgetten in de vorm van uitkeringen, waardoor de getroffen economieën in een vicieuze cirkel raken.

De halfjaarlijkse World Economic Outlook besteedt een kwart van zijn inhoud aan de Europese muntunie en heeft als ondertitel 'EMU and the World Economy' meegekregen. De staf van het IMF grijpt in het rapport ook de gelegenheid aan de EMU-deelnemers erop te wijzen dat zij door het grote gewicht van de euro een grote verantwoordelijkheid dragen. Een instabiele euro heeft immers niet alleen negatieve gevolgen voor de landen van de euro-zone zelf, maar ook voor 'derde' landen.

Nu zijn veel van deze landen aan de grillen van de dollar overgeleverd, straks komt daar de euro bij. In vergelijking met de huidige situatie waarin de dollar de dominante valuta is, neemt de kans op instabiliteit door de komst van de euro als tweede 'grote' munt toch al toe.

Over de onafhankelijkheid van de toekomstige Europese Centrale Bank (ECB) maakt het IMF zich weinig zorgen meer. Door de afspraken tussen de landen is deze onafhankelijkheid volgens het IMF “goed gewaarborgd”. Maar in het rapport wordt onderstreept dat goed monetair beleid moet worden gecomplementeerd met goed budgettair beleid.

En voor dit laatste zijn de overheden van de afzonderlijke landen verantwoordelijk. In het zogenoemde Europese Stabiliteitspact is de afspraak gemaakt dat de overheidstekorten ook na de toetreding tot de EMU niet boven de drie procent mogen uitkomen op straffe van een boete. Alleen “buitengewone omstandigheden” kunnen volgens het pact tijdelijk een hoger tekort rechtvaardigen.

In de visie van de toekomstige EMU-landen biedt het pact de mogelijkheid voor 'automatische stabilisering' van de nationale economieën, omdat steeds de budgettaire ruimte tot aan de tekortgrens van drie procent mag worden benut. Maar volgens het IMF-rapport is het zeer de vraag of dit in de praktijk zo zal werken, omdat de overheidstekorten van veel landen op het moment van invoering van de euro al op of iets boven de drie procent uitkomen. Er is dus geen budgettaire ruimte meer om de 'automatische stabilisatoren' hun werk te laten doen.

Dat versterkt volgens het IMF de neiging van overheden bij hoge werkloosheid het tekort verder te laten oplopen. “Want strikte toepassing van het Stabiliteitspact kan in zo'n situatie tot grote publieke en politieke ontevredenheid leiden”, zo waarschuwt de World Economic Outlook.

Volgens de IMF-staf hadden daarom de budgettekorten van de EMU-deelnemers op de datum van de invoering van de euro al dichtbij nul moeten liggen of hadden al budgetoverschotten moeten zijn gecreëerd. In het rapport wordt in dit verband onderstreept dat het juist in de beginfase belangrijk is dat de markten vertrouwen hebben in de euro.

In het door de IMF-staf doorgerekende doemscenario met een starre arbeidsmarkt en een oplopend overheidstekort lopen de nationale economieën fors uit de hand: hogere werkloosheid, verlies aan productie, verdere stijging van het overheidstekort, toename van de schuldenlast en afnemend vertrouwen in de euro.

In het IMF-rapport wordt ook gewezen op de gevolgen die andere landen zouden ondervinden van een ondermijning van het vertrouwen in de Europese munt. Met name Oost-Europese landen en de Baltische staten hebben hun munt gekoppeld aan de D-mark of een mandje van Europese munten en zullen deze straks waarschijnlijk koppelen aan de euro. Ook wordt gewezen op de landen van de Afrikaanse franczone. Zo zou bijvoorbeeld de import van al deze landen duurder worden, waardoor de inflatie stijgt. Veel van hun financiële verplichtingen luiden in dollars en zouden dus oplopen.

“Als de EMU niet gepaard gaat met verdere structurele hervormingen en terugdringing van overheidstekorten, zal dat ernstige gevolgen hebben voor Europa, en andere regio's zullen waarschijnlijk een deel van de kosten dragen”, zo luidt de conclusie van het IMF.