Hotelier Frank van der Post over vier jaar Amstel Hotel; In goede tijden zijn de winsten heel, heel goed

Van 79 kamers naar 644, van de besloten luxe van het Amstel Hotel naar het enorme InterContinental in Miami met meer dan vijfduizend vierkante meter congresruimte. Frank van der Post neemt na vier jaar afscheid als algemeen directeur van het Amstel. Het hotel floreerde onder zijn leiding. 'Ach, je moet een beetje geluk hebben.'

Frank van der Post bladert in het 'gouden' gastenboek met de groten der aarde. Mick Jagger, Celine Dion, Henry Kissinger en Joe Cocker. Hij heeft de meesten persoonlijk welkom geheten in zijn hotel, het Amstel InterContinental. “Dit ga ik missen”, zegt hij in zijn laatste week als general manager in Amsterdam. Hij vertrekt zondag en begint maandag, zo gaat dat bij een Amerikaanse werkgever. Zijn vrouw en twee kinderen komen een paar weken later naar Florida.

Alleen de namen van beroemdheden van wie al bekend was dat ze in het Amstel hebben geslapen, mogen in de krant. Bij de luxe en exclusiviteit van een tophotel hoort ook privacy. Paparazzi worden bij de ingang geweerd, desnoods met hulp van de politie. “Ik krijg wel eens de vraag: heb je het al gezien in de Story. Nee dus. Een foto van een filmster op de trappen van het Amstel. Maar ik weet altijd zeker dat de informatie niet afkomstig is van iemand van de staf. Dan zou onmiddellijk ontslag volgen. Het personeel mag ook absoluut niet om kaartjes voor een concert bedelen. Die worden trouwens vaak vanzelf aangeboden - 'we hebben nog twintig kaartjes over' - en dan verloot.”

Na enig aandringen onthult hij iets over het verblijf (drie keer tien dagen) van Mick Jagger, de popster die in zijn wilde jaren nog wel eens een hotelkamer wilde verbouwen, maar inmiddels de vijftig is gepasseerd. “Hij stuurt van tevoren een fax met wensen. Hij weet tenslotte wat de tekortkomingen kunnen zijn bij internationale hotels. Wat mij verbaasde was dat zijn kamer werd omgebouwd tot kantoor. PC, Internet-aansluiting, een paar telefoons. Het is een zakenman die overdag gewoon aan het werk is.”

Onder sterren is het Amstel een begrip. De Rolling Stones maken na een wereldtour onderling een ranglijst met de beste hotels. “Wij stonden bovenaan als het beste hotel in Europa met de beste room-service en food.” VIP's geven dat soort informatie ook aan elkaar door, merkt Van der Post. “Pierce Brosnan noemde hetzelfde kamernummer als Steven Spielberg, die hier een paar weken eerder had geslapen.” Zangeres Dion nam voor haar tour het hotel als uitvalsbasis. Ze vloog vanuit Amsterdam op en neer naar Kopenhagen, Zürich en Brussel.

Dat Michael Jackson bij zijn laatste bezoek koos voor een concurrent, werd door Van der Post niet betreurd. “Hij heeft zestig kamers nodig, wat niet eenvoudig is want wij hebben er maar 79. Hij wil bovendien een aantal kamers gratis, wat we nooit doen. En bij Michael Jackson - dat had ik in Londen al eens meegemaakt - komen de fans voor de deur liggen.”

Van der Post is 35, al vier jaar 'general manager' van het Amstel en nog steeds een van de jongste topmanagers in de hotelwereld. Als zoon van de burgemeester van Leusden leek hij voorbestemd voor een ambtelijke loopbaan met geregelde werktijden. Maar de eindeloze rij vieze borden en glazen in de spoelkeuken bij zijn eerste bijbaantje wakkerde zijn passie voor de horeca alleen maar aan. Na de middelbare hotelschool vertrok hij naar Brussel. Weer afwassen. Daarom studeren in Miami. En vervolgens een glanzende carrière bij de InterContinental keten: via Luxemburg, Londen, New York, Montreal, het Americain aan het Leidseplein, en sinds 1993 het Amstel.

Het hotel floreerde onder zijn leiding. “Je moet een beetje geluk hebben”, zegt Van der Post voordat hij uitweidt over de inzet en bijdragen van de rest van de staf. Hij kwam na een moeilijke periode voor het hotel. De kostbare verbouwing, waarvoor het hotel tien maanden dicht was geweest, had het hotel 'te hoog' gepositioneerd. Het was te luxueus. “Eind jaren tachtig, toen het concept was bedacht, was er natuurlijk vooral in Amerika enorm veel geld voorhanden. Het ging goed met de beurzen, met alles. Er ontstond behoefte aan een superdeluxe hotel. Maar we ontdekten gaandeweg dat de gasten die poespas niet wilden. Ze wilden er niet voor betalen en ze wilden ook niet dat iemand hun koffers uitpakte. Nu doen we het anders: als een gast een private butler wil, is dat mogelijk. Op verzoek.”

Van der Post sleutelde ook aan de kosten. “Het is een InterContinental, maar het is ook een heel klein hotel met 79 kamers. Daar moet je je managementstructuur bij aanpassen. Er zijn banen verdwenen op plekken waar de gasten er niets van merken.” Toen hij aantrad trok bovendien de economie weer aan. “In een recessie hebben bedrijven niet zulke fantastische cijfers te rapporteren. Dan zeggen ze: laten we maar niet naar het Amstel gaan want dat vinden de aandeelhouders niet leuk.” De omslag kwam in 1994. De afgelopen twee jaren waren “fantastisch”, zegt Van der Post. “En 1997 wordt een klapper.”

Het managen van een hotel is een vak apart. De inkomsten van kamers die onbezet blijven vervliegen in de nacht. Het product ligt de volgende dag niet meer in het schap van de winkel te wachten op een volgende klant. Alles draait om de bezettingsgraad. “In een hotel met een bezettingsgraad van 70 procent of meer, komt 95 procent van iedere extra bezette kamerprijs ten goede aan de nettowinst”, schrijft James Potter, oud-topmanager van de InterContinental Hotel Groep, in de bedrijfsgeschiedenis A room with a world view. “De iets hogere kosten voor de service van de kamer worden goedgemaakt door extra bestedingen aan eten, drank of de telefoon. Daarom kunnen de winsten in goede tijden heel, heel goed zijn.”

Van der Post wil geen financiële cijfers noemen. Maar hij vertelt aan het einde van het gesprek wel dat het hotel per jaar meer dan driekwart miljoen gulden afdraagt aan stadsbelasting. Dat is 5 procent van de kamerprijs. Daaruit is af te leiden dat het hotel voor alleen de kamers een omzet van 15 miljoen gulden per jaar maakt. Bij een bezetting van 80 procent is bovendien een schatting te geven van de gemiddeld gerealiseerde kamerprijs: 650 gulden.

De bezettingsgraad van het Amstel lag vorig jaar rond de 80 procent, een buitengewoon hoge score. “Een hotel heeft hoge operationale kosten. Tijdens een recessie moet je die kosten blijven dekken. Maar als de economie meezit, blijven die kosten vrij constant. Dan zijn er aantrekkelijke winstmarges te maken. We hebben de laatste drie jaar de omzet ieder jaar met 2 tot 3 miljoen gulden omhoog weten te krikken, wat grotendeels ten goede is gekomen aan de winst.”

Van der Post besloot ook de marketing aan te passen door die te concentreren op de drie belangrijkste markten. De internationale salesmanager zat daarom drie van de vier weken in het buitenland: New York, Engeland, Californië. Van der Post zelf praatte drie avonden per week met lokale klanten in het restaurant La Rive. “Het is in deze business toch vaak: wie ken je, hoe ken je die? Als ze wat bijzonders willen, moeten ze automatisch aan het Amstel denken.”

Als general manager had Van der Post de vrijheid om te experimenteren, mits hij zich aan de voorgeschreven 2.100 service- and operating-standards zou houden. “Ik krijg een budget en een doelstelling voor de winst. Hoe ik die bereik mag ik zelf invullen. Van de tien initiatieven zijn er zeven succesvol. We hadden hier geen minibars, want er was het concept met butlers op de gang. Maar de gasten willen 's avonds laat toch vaak zelf een glas wijn kunnen pakken, douchen en wat tv kijken. Die ijskastjes waren in zes maanden terugbetaald.” De investering van drie ton in de bar-brasserie die vorig jaar openging, is in twee jaar terugverdiend. Omdat er veel vraag naar is, komt er een tweede Royal Suite, een investering van “enige tonnen”. Van der Post introduceerde naar New-Yorks voorbeeld een sigarenbar. Aan de kade ligt sinds het voorjaar een replica van een negentiende-eeuwse salonboot met ruimte voor lunch of diner voor acht tot tien personen.

Ook in restaurant La Rive werd fors geïnvesteerd. Topkok Robert Kranenborg en manager John Vincke kregen binnen vier jaar twee Michelin-sterren toegekend, de eerste in 1994, de tweede dit jaar. (In Nederland zijn zeven twee-sterrenrestaurants.) “Om de tweede ster te behouden, zullen we moeten knokken om een derde te krijgen”, zegt Van der Post. “Of Michelin ooit in Nederland een derde ster zal uitreiken, weten we niet. Maar deze brigade heeft het zeker in de vingers. Het zal volgend jaar niet gebeuren, het jaar daarop ook niet, ze moeten nog doorgroeien. Maar als we aantonen dat we op lange termijn een bepaald niveau kunnen vasthouden, zouden we een kans moeten maken.”

Zeventig procent van de gasten is zakelijk verkeer: Amerikaanse banken, investeringshuizen, internationals, advocatenkantoren. Dertig procent is leisure. Daarvoor heeft het Amstel zich verbonden met een beperkt aantal reisbureaus. Want het hotel wil zoveel mogelijk gasten, maar ook weer niet iedereen binnen de muren ontvangen. “Door de prijsstelling en uitstraling spreek je een bepaald publiek meer aan dan anderen”, formuleert van der Post voorzichtig. “Een van die travel-agents in New York heeft niet eens zijn nummer in het telefoonboek staan. Pas als je een referentie hebt, gaat die man met je praten. Je betaalt 5.000 dollar als entry-fee en je moet al helemaal niet zeuren over goedkope kamers. Die man heeft een waanzinnig klantenbestand, de top van de markt.”

Dertien procent van de gasten komt uit eigen land. “Vind ik veel”, zegt Van der Post. “Er zijn gelukkig mensen die zichzelf verwennen met een weekeinde cultureel Amsterdam.” Een weekeind met overnachting in een luxe Executive Room, champagne aperitief, zesgangendiner met passend wijnarrangement in restaurant La Rive en een champagnebrunch op zondag in de Spiegelzaal voor twee personen kost 1.295 gulden. Een tweepersoonskamer met alleen ontbijt komt op 525 gulden.

“Waar het Amstel zich volgens onze klanten van de concurrentie onderscheidt is service, stijl en kwaliteit. Bedenk wel: een gast die voor een kop koffie in de lounge komt heeft soms veel hogere verwachtingen van het Amstel dan een gast die zes nachten in de Royal Suite slaapt. Die is het veel meer gewend. Daar moet het personeel op anticiperen. Hoog gewaardeerd wordt de lokale sfeer; het is geen eenheidsworst, wat je bij ketenhotels nog wel eens ziet. Alle kamers zijn verschillend. Onze keten heeft geen design-afdeling, voor iedere inrichting wordt een andere ontwerper aangetrokken.”

De inrichting is weelderig en overdadig, zonder opdringerig te zijn. Brede gangen met tapijt voeren naar een viertal soorten kamers: executive rooms, junior suites, executive suites en de royal suite. De royal suite, waar de Duitse kanselier Kohl en Mick Jagger kantoor hielden, is inderdaad royaal bemeten. De grote zitkamer - verse bloemen naast bonbons en een gekoelde fles champagne op de salontafel - biedt uitzicht op het water van de Amstel. Links een zithoek; antiek aandoende meubels verbergen moderne apparatuur. Op het ijskastje staan kristallen karaffen met onder meer cognac. In het midden een bureau met telefoon, fax, antwoordapparaat, computeraansluitingen, allemaal met persoonlijke nummers. Rechts een eettafel met zes stoelen, achter een deur een kleine keuken.

Ook in de wc hangen originele pentekeningen. In de slaapkamer staat een immens hemelbed. Via de kleedkamer komt de gast in de badkamer, waar de derde televisie te noteren valt. Links leidt een deur naar een aparte douche met een (bladgouden) douchekop met een doorsnede van een halve meter. De suites bestaan uit twee kamers en een ruime badkamer met daarin een helderwitte badjas. De 'gewone' kamers zijn nog altijd flink wat groter dan de gemiddelde Nederlandse slaapkamer en een stuk persoonlijker en huiselijker ingericht dan de inwisselbare kamers van een Hyatt of Hilton.

Het Amstel Hotel behoort tot de InterContinental groep, eigendom van het Japanse conglomeraat Saison. In Japan heeft het concern onder meer de Saibu warenhuizen en is het de distributeur voor de Visa creditcard en Jaguar auto's. De Japanners kochten de keten van GrandMetropolitan, die de hotels had overgenomen van de Amerikaanse vliegtuigmaatschappij PanAm, vlak voor die failliet ging.

InterContinental was de eerste internationale keten. PanAm begon in 1946 in Latijns Amerika hotels te bouwen voor zijn crew en business class-passagiers. Er zijn nu 127 InterContinentals, 17 Forum-hotels en 55 Global Partner-hotels met in totaal meer dan 70.000 kamers. Ongeveer eenderde ligt in Europa (het Amstel, Des Indes en het Americain in Nederland) en een kwart in de Verenigde Staten. De keten groeit nog steeds: doel is 200 hotels erbij in het jaar 2000. Er zijn contracten getekend voor onder meer Tasjkent en Kiev.

“De hotelbusiness is enorm in beweging”, zegt Van der Post. “Er is nog steeds een enorme versnippering. Iedereen zoekt naar schaalgrootte, naar een sterke merknaam. Hilton heeft een miljardenbod uitgebracht op Sheraton, Marriott heeft Renaissance overgemomen. Je moet kunnen beschikken over een goed wereldwijd reserveringssysteem, wat vreselijk duur is. En je moet sterk vertegenwoordigd zijn bij boekingsbureaus.”

Van der Post zal in Miami de sfeer en tradities van het Amstel missen. Het bezoek van de koningin. Of het feest voor duizend man na de première van een James Bond-film. Maar hij hoopt volgend voorjaar toch nog een paar bekende gezichten tegen te komen. “Ik las dat Guus Hiddink overwoog om met het Nederlands elftal mee te doen aan een toernooi in Miami. Ik heb hem meteen een brief gestuurd dat hij van harte welkom is.”