Helder schrijven

Een goed geschreven tekst nodigt uit tot lezen en houdt de aandacht van de lezer vast. Voor het schrijven van heldere teksten geldt een aantal vuistregels.

1. Aan het schrijven gaat een schema vooraf, waarin de schrijver in alinea's indeelt wat hij kwijt wil. Hij vermijdt dat hij te veel informatie in één alinea zet.

2. Eenvoudige voorbeelden of vergelijkingen komen de helderheid van de tekst ten goede. Zij maken vaak meer duidelijk dan het abstract uitleggen van een situatie.

3. De tekst wordt log en weinig levendig als dezelfde woorden vaak kort na elkaar verschijnen. Synoniemen kunnen dit voorkomen, evenals verwijswoorden.

4. Een lijdende vorm, van het type worden + voltooid deelwoord, maakt een zin vaak ontoegankelijk. Een actieve zin, met onderwerp + werkwoord, is meestal beter.

5. Een zin wordt moeilijker naarmate hij meer woorden bevat. Een zin is gemakkelijk tot 11 woorden. Normaal: 12 tot 17 woorden. Moeilijk: 18 tot 28 woorden. Zeer moeilijk: 29 of meer woorden. Een doorsnee lezer leest het liefst 14 tot 17 woorden per zin. Een tekst met wisselende zinslengtes, variërend tussen 14 en 17 woorden, leest het prettigst.

6. Een tekst waarin veel personen voorkomen leest plezierig en is toegankelijk. Een tekst dus met eigennamen, persoonlijke voornaamwoorden en zelfstandig naamwoorden die een mens bedoelen. Zoals man, gezin, moeder, kind, etc. Per 100 woorden is de tekst bij het volgend aantal persoonsverwijzigingen leesbaar. Gemakkelijk: vanaf 14 woorden. Normaal: 6 tot 13. Moeilijk: 3 tot 6. Zeer moeilijk: 2 of minder.

7. Een informatieve tekst moet 'rond' zijn. In de inleiding staat wat de lezer van de inhoud kan verwachten. Bijvoorbeeld een stelling of een uitleg. De laatste alinea herhaalt dat bondig en geeft zo mogelijk een conclusie.

8. Het kan helpen een al geschreven tekst opzij te schuiven om er 'een nachtje over te slapen'. Bij tweede lezing blijken er vaak nog kleine fouten of onduidelijkheden in te staan.

9. Een buitenstaander moet een tekst altijd eerst lezen. Alleen hij of zij kan bepalen of de inhoud duidelijk overkomt. Er moet niet te veel vakjargon in voorkomen. Ten onrechte veronderstelt de schrijver vaak bepaalde zaken bekend. In een tekst voor vakgenoten kan te veel uitleg echter irritatie opwekken. Het moet vooraf duidelijk zijn voor wie het stuk is bedoeld.

Bron: Helder schrijven, spreken, denken, Stap voor stap naar betere communicatie, R. Flesh (1946).