Globaliseringsvrees

Globalisering; de wereld in verval. Door Hans-Peter Martin & Harald Schumann. Uitgeverij Elmar, ƒ 37,50

De Nederlandse vertaling van het Duitse boek Die Globalisierungsfalle van Hans-Peter Martin en Harald Schumann heeft als titel meegekregen 'Globalisering - de wereld in verval'. De schrijvers zetten zeer breed in een buitengewoon aantrekkelijke stijl neer welke bedreigingen voor de kwaliteit van het leven wereldwijd voortvloeien uit globalisering. Hoewel het de laatste tijd 'in' is om te zeggen: het valt wel mee met de gevolgen van de globalisering, is de boodschap in dit boek: 'het valt dus niet mee'.

De schrijvers geven geen definitie van wat globalisering eigenlijk is. Ze gaan ervan uit dat daaronder wel verstaan zal worden de consequenties van de moderne techniek, met name de informatie- en communicatietechnologie, en het tot stand komen van een wereldwijde markt en vooral het geloof in de zegeningen van de markt. Die ontwikkelingen betekenen niet alleen een enorme groei-impuls in termen van economie en techniek, maar ze betekenen ook het risico van een stevig verlies aan kwaliteit van het leven.

Met die gedachtelijn scharen de schrijvers zich achter Petrella, die met zijn Club van Lissabon eerder wees op het risico van een 'race to the bottom' in een wereld die eenzijdig gelooft in de zegeningen van marktwerking. Hans-Peter Martin en Harald Schumann zetten die dreigingen overigens veel breder neer dan Petrella. Daarmee is het een sterk dramatiserend boek geworden. Dat is prima in de mate waarin het bijdraagt aan bewustwording, die hard nodig is.

Soms leidt de behoefte aan dramatisering tot overdrijven. Een voorbeeld daarvan is de behandeling van de totstandkoming van de ene munt in Europa. Uiteraard zitten ook daar risico's aan, maar vaststaat dat op weg naar de ene munt door de zogenaamde convergentiecriteria van Maastricht in Europa een stevige daling van inflatie en renteniveaus is opgetreden. Zo valt er meer te zeggen over de balans van voor- en nadelen zoals die voortvloeien uit de 'more borderless world'.

Wel leggen de schrijvers heel goed de vinger op het kernprobleem, namelijk dat de traditionele visie niet meer opgaat volgens welke de markt wel weerwerk wordt geboden door de kracht van de democratie respectievelijk van het politiek bestuur. De passages over de staten in verval en de pakkende vraag 'van wie is de staat eigenlijk?' verdienen op zich al dat dit boek gelezen wordt.

Als professor in globalisering vallen mij twee zaken op. Op de eerste plaats wordt te weinig aandacht gegeven aan de tegenkrachten respectievelijk vervolgeffecten van de primaire globalisering uit hoofde van techniek, economie en het eenzijdig geloof in de markt. Ik doel dan op verzet in de samenleving en de groei van NGO's (niet-gouvernementele organisaties), alsmede meer aandacht en aanhang voor godsdienst en levensbeschouwing. Het lijkt wel of aan het dreigend kwaliteitsverlies, omdat de politiek het niet meer aankan, weerwerk wordt geboden door de 'civil society'.

Schrijvers zien dit wel waar ze op pagina 307 schrijven: “Of het nu is bij Greenpeace, in het wijkcentrum of in het vrouwenhuis, in de vakbonden of de kerken, bij de hulp voor bejaarden en gehandicapten, bij solidariteitsacties voor de ontwikkelingslanden of de vele steungroepen voor immigranten, overal brengen tallozen elke dag aanzienlijke offers voor hun engagement met het maatschappelijk belang. Ze bestaat, de maatschappij van betrokken burgers en die is sterker dan degenen die er een actieve rol in vervullen, zich vaak bewust zijn.”

Deze passage is prima. En er kan veel meer over gezegd worden. De schrijvers werken echter niet verder uit hoe belangrijk deze tegenkrachten nu al zijn en welk perspectief die bieden. Zo ben ik er bijvoorbeeld van overtuigd dat de snel groeiende aandacht van multinationale ondernemingen voor mission statements en codes of conduct die rekening houden met maatschappelijke waarden, alles te maken heeft met de krachtige groei van deze civil society in al zijn geledingen.

Anders gezegd, de schrijvers stoppen eigenlijk daar waar je je afvraagt 'wat nu?'. Het begrip governance, dat verder gaat dan wat regeringen en politiek doen door en in instituties in de samenleving zelf, verdient een vervolgboek. Er is een nieuw dynamisch evenwicht nodig tussen markt, politiek en civil society. Dat proces is al begonnen en verdient versterking.

Op de tweede plaats valt op dat het boek wel eindigt met de kennelijke behoefte een eerste aanzet te geven tot weerwerk bij een 'wereld in verval'. Dat blijkt met name uit de titels van hoofdstukken zoals 'Geen gebrek aan oriëntatie meer' en 'De impasse doorbroken'. De toon blijft echter pessimistisch. Het boek eindigt dan met tien ideeën in de strijd tegen de 20/80 samenleving, die bij lezing een pleidooi blijken in te houden voor een sterk Europa. Dat leidt tot de interessante conclusie dat grotere politieke verbanden, zoals de Verenigde Staten en een Verenigd Europa, meer kans maken effectief weerwerk te bieden tegen het gesignaleerde 'verval'.

Het knap geschreven boek van Martin en Schumann draagt niet alleen bij aan de bewustwording dat de snelle groei van markt en techniek ook stevige problemen oplevert, maar nodigt ook uit tot nadenken over hoe het nu verder moet; ja zelfs tot actie. En dat lijkt me prima.