Geldmarkt trekt conclusies

AMSTERDAM, 18 SEPT. De afgelopen dagen heeft zich een opmerkelijke beweging voorgedaan in de geldmarkttarieven. Terwijl de Nederlandse 1- en 3-maands interbancaire rentes nauwelijks van hun plaats kwamen, steeg de 12-maands rente sinds het begin van deze week met 7 basispunten (honderdste procentpunten) tot 3,80 procent.

Bij de Duitse geldmarkttarieven was een zelfde beweging waarneembaar. Nu komt het wel vaker voor dat 'het lange eind' van de geldmarkt enigszins wordt meegetrokken door rentebewegingen op de kapitaalmarkt. Deze verklaring biedt thans echter geen soelaas. Zowel de Nederlandse als de Duitse tienjaars rente daalde de afgelopen dagen namelijk met enige basispunten.

Het is mogelijk dat de stijging van de 12-maands rente samenhangt met recente uitspraken van verschillende Bundesbank-bestuurders. Opnieuw werd gezinspeeld op aanstaande renteverhogingen. Dan zou echter ook enige reactie van bijvoorbeeld de 3-maands rente zijn te verwachten.

De verklaring voor de afwijkende stijging van de 12-maands rentes moet wellicht gezocht worden in Mondorf-les-Bains. In dit Luxemburgse plaatsje hebben de Europese ministers van Financiën en centrale bankiers afgelopen weekend een belangrijke overeenkomst bereikt. In mei volgend jaar wordt niet alleen besloten welke landen in 1999 zullen starten met de EMU, maar ook zal worden aangekondigd welke (vaste) bilaterale wisselkoersen vanaf 1999 zullen gelden tussen de munten van deze landen. Op de Nederlandse en Duitse geldmarkt lijkt nu de volgende conclusie te zijn getrokken: “De autoriteiten zullen in de loop van 1998 niet alleen moeten toewerken naar de vooraf aangekondigde wisselkoersen, maar ook naar de ene geldmarktrente die in de EMU zal gelden. Tot welk niveau wordt besloten door de monetaire autoriteiten is nog onzeker, maar dat dit niveau wat hoger zal liggen dan het Duitse of Nederlandse niveau - die thans tot de laagsten behoren - is goed mogelijk.” In anticipatie op wat hogere korte rentes in de loop van volgend jaar zijn de langere geldmarkttarieven in Nederland en Duitsland dus al wat opgelopen. Omgekeerd zou op de Italiaanse en Spaanse geldmarkt, waar de tarieven nu nog fors hoger zijn de Duitse, geanticipeerd kunnen zijn op lagere korte rentes. Immers, op de financiële markten wordt rekening gehouden met deelname aan de EMU-kopgroep door deze landen. Inderdaad vertoonden de Spaanse en Italiaanse 12-maands rentes de afgelopen dagen een relatief sterke daling. Zo blijkt ook op de geldmarkt de EMU haar schaduw vooruit te werpen.

Bron: ING Economisch Bureau