Europa kibbelt over geld, niet over uitbreiding

De uitbreiding van de Europese Unie zal een einde maken aan de scheidslijnen die in de Tweede Wereldoorlog zijn ontstaan. De ministers van Buitenlandse Zaken vragen zich vooral af wat het mag kosten.

BRUSSEL, 18 SEPT. De Europese Unie staat op het punt een historisch besluit te nemen, maar lijkt dat even te zijn vergeten. De Europese staats- en regeringsleiders zullen op hun halfjaarlijkse top in december de eerste Oost-Europese kandidaten uitnodigen voor toetreding. Een stap naar hereniging van het sinds de Tweede Wereldoorlog verdeelde Europa; het einde van de scheidslijn die in 1945 in Jalta werd getrokken. Maar daarover hoor je nu niet zo veel.

Het grootste deel van het debat dat de EU-ministers van Buitenlandse Zaken deze week in Brussel over de uitbreiding voerden betrof de kosten, de kandidatenlijst en de vraag of de Europese instellingen voldoende zijn aangepast. Zweden wil per se dat de drie Baltische staten worden uitgenodigd, België houdt vol dat er nog interne hervormingen nodig zijn, terwijl Nederland en Duitsland de discussie hebben geopend over de vraag: wie moet de uitbreiding betalen?

Als het zo doorgaat, wordt de Eurotop in december net zo'n droevige vertoning als de bijeenkomst begin juli in Madrid, toen de NAVO haar kandidaten voor lidmaatschap uitnodigde. Geen serene stemming, maar gekibbel over vijf nieuwe leden, zoals Frankrijk wilde, of drie zoals Amerika zei.

Zoals de Verenigde Staten de motor waren achter de NAVO-uitbreiding, was Duitsland de grote voorstander van EU-uitbreiding. Maar ook bondskanselier Kohl zou herhaaldelijk gezegd hebben dat hij “nur drei” nieuwe lidstaten wil en Duitsland is niet bereid daarvoor het grootste deel van de rekening te dragen. Dat laatste is een breuk met het verleden, toen Bonn problemen in de EU vaak oploste door ze met geld af te kopen. “We weten wat we aan Europa te danken hebben”, zei minister Kinkel (Buitenlandse Zaken) nog afgelopen maandag in Brussel. Dit keer gaat Duitsland het geldgevecht aan, minister Waigel (Financiën) voorop. “We hebben ons gerealiseerd dat dit onderwerp altijd een taboe is geweest”, zei Waigel afgelopen weekeinde. “Maar we hebben het nu bewust doorbroken.”

Nederland, dankbaar met de grote buurman aan zijn zijde, sloot zich aan bij de Duitse eisen. Toch lijkt er in Brussel meer begrip voor de Duitse roep om lastenverlichting. Bonn was dan ook jarenlang de grote 'Zahlmeister', terwijl Nederland pas de laatste jaren meer geld aan de Europese kas afdraagt dan het terugkrijgt. Bovendien is er begrip voor de financiële lasten van de Duitse hereniging, die eigenlijk een eerste uitbreiding van de EU naar het oosten was - geheel door Duitsland gefinancierd. Nederland daarentegen staat bekend als poldermodelparadijs. Dat het land qua welvaart een middenmoter is in de Unie en de gemiddelde Nederlander minder te besteden heeft dan zijn Belgische buur, wordt even vergeten.

Geld kan de beste relaties verpesten. De Nederlandse eis van een rechtvaardiger verdeling van de lasten blijkt de banden binnen de Benelux onder druk te zetten. België constateerde maandag dat Nederlandse noties als netto-betaler ingaan tegen de Europese solidariteit. Het moet niet gaan om geld, aldus minister Derycke (Buitenlandse Zaken), maar om de inhoud. Geen wonder dat België dat zegt, zei later op de dag minister Van Mierlo, wijzend op een felgekleurde grafiek met netto-posities waar België er duidelijk beter van af kwam dan Nederland. Geconfronteerd met de uitspraak van Van Mierlo, verstijfde Derycke even en liet weten dat hij die dag al 25 grafieken had gezien die verschillende personen in hun uiteenlopende gelijk moesten stellen. Luxemburg ziet evenmin iets in de Nederlandse “fantasiecijfers” en liet zelf andere cijferlijsten rondgaan.

Maar de geldstrijd zal vooral uitdraaien op een gevecht tussen Noord en Zuid. De noordelijke EU-landen houden vast aan een begrotingsplafond van 1,27 procent van het bruto binnenlands product. De zuidelijke vrezen dat de uitbreiding daarmee gefinancierd wordt uit hun subsidies en stellen voor het budget van de EU te verhogen. Hun vrees lijkt gegrond, want Van Mierlo stelde maandag voor de miljarden die de EU-landen zichzelf geven in de vorm van structuurfondsen voor achtergebleven gebieden, meer aan de Oost-Europese kandidaten ten goede te laten komen.

Duitsland vindt dat bovendien de cohesiefonsen voor milieu en transport moeten worden afgeschaft als landen voldoen aan de criteria voor de Economische Monetaire Unie. Deze fondsen waren immers bedoeld de landen klaar te stomen voor de EMU, aldus Bonn. Dit leidde tot woede van vooral Spanje en Griekenland, hoewel dat laatste land de minste kans maakt in mei volgend jaar aan de EMU-criteria te voldoen. Portugal gaat nog verder: het wil compensatie voor de uitbreiding, waar het sowieso niets voor voelt en die schadelijk kan zijn omdat goedkope Oost-Europese landbouwproducten straks de EU-markt overspoelen.

In de weinig verheffende discussie van de ministers van Buitenlandse Zaken afgelopen maandag onderscheidde de Britse minister Cook zich volgens een aanwezige als de enige die een visie ontvouwde. De uitbreiding is meer dan een kostbare operatie, hield Cook zijn collega's voor, ze brengt ook niet te becijferen voordelen mee, zoals stabiliteit in Europa en een grotere interne markt. Fijntjes herinnerde Cook er aan dat niemand in het gezelschap publiekelijk zou durven zeggen dat vorige uitbreidingen van de Unie (met Griekenland, Spanje, Portugal) nadelig zijn uitgepakt.

Cooks uitlatingen zijn iets minder nobel dan ze lijken. Groot-Brittannië heeft zich altijd al voorstander betoond van snelle uitbreiding, wellicht met de achterliggende gedachte dat die de verfoeide verdieping van de EU (meer integratie) zou hinderen. Bovendien heeft Londen de financiële zekerheid dat aan zijn netto-betalingen aan Brussel een plafond is gesteld. Dat neemt niet weg dat in het huidige debat Groot-Brittannië voor de verandering eens de rol speelt van de echte Europeaan, die het historische van dit moment goed aanvoelt.