Einde lozen van onzuiver afvalwater in zicht

Te veel huishoudelijk afvalwater in Nederland wordt nog direct geloosd in de natuur. Daardoor wordt de kwaliteit van het oppervlaktewater, dat onder meer gebruikt wordt voor de winning van drinkwater, bedreigd. Eerder dit jaar werd een maatregel van kracht, die vóór 2005 een einde aan de lozingen moet maken.

ROTTERDAM, 18 SEPT. In Capelle aan de IJssel staat een rijtje oude dijkhuisjes aan de rivier. De woningen zijn niet aangesloten op het riool. Als een van de bewoners de afwas doet of het toilet doortrekt, begint de afvoerbuis die uitmondt in de Hollandsche IJssel, te sputteren. Het afvalwater verdwijnt als een troebele wolk in het water van de rivier.

Dergelijke afvoerbuizen zullen binnenkort moeten verdwijnen. In maart dit jaar werd het lozingenbesluit huishoudelijk afvalwater van kracht, die het direct lozen van afvalwater op het oppervlaktewater op termijn verbiedt.

De Nederlandse waterschappen, verantwoordelijk voor de kwaliteit van het oppervlaktewater, zijn tevreden met het nieuwe lozingenbesluit. H. van den Hoek, woordvoerder van het Hoogheemraadschap van Rijnland, een van de waterschappen in Nederland: “We zijn blij met elke maatregel die de vervuiling van het water terugdringt. Wij moeten zorgen dat er gezwommen en gevist kan worden in sloten, rivieren en meren. Ook moet het water in principe geschikt zijn om te dienen als de grondstof voor de drinkwaterbedrijven.”

Daarom is het verboden huishoudelijk afvalwater direct te lozen op het oppervlaktewater. Het afvalwater van bijna iedere Nederlander wordt via een uitgebreid rioleringsstelsel naar zuiveringsinstallaties geleid. Daar wordt het gezuiverd, totdat het schoon genoeg is om in de natuur te worden geloosd. Maar in praktijk is niet iedereen op het riool aangesloten. Het percentage aansluitingen in Nederland is hoog - gemiddeld 97 procent - maar niet volledig.

De waterschappen hanteerden tot 1 maart, op basis van de Wet verontreiniging oppervlaktewater (1970), uitzonderingsregels. Over het algemeen kwam iedere woning die meer dan veertig meter van een riool verwijderd is, in aanmerking voor een vergunning om toch op het oppervlaktewater te lozen. Van de drie procent van de Nederlandse huishoudens en bedrijven die niet op de riolering is aangesloten, loost overigens niet iedereen lukraak op de sloot. Een deel zuivert het afvalwater zelf gedeeltelijk met eigen septic-tanks.

Procentueel lijkt het aantal ongerioleerde panden te verwaarlozen. In absolute cijfers gaat het echter om zorgwekkende aantallen. In Nederland gaat het om zo'n 130.000 gebouwen. Uitgaande van de gemiddelden die algemeen gehanteerd worden - drie personen per huishouden en een dagelijks watergebruik van 134 liter per persoon - betekent het dat er dagelijks ruim vijftig miljoen liter afvalwater op het oppervlaktewater wordt geloosd.

Het nieuwe landelijke lozingenbesluit maakt een einde aan de uitzonderingen. De rijksoverheid verplicht de waterschappen en de gemeenten ervoor te zorgen dat niemand na 2005 meer ongezuiverd loost. De waterschappen hebben even moeten wachten op de maatregel. De sluipende vervuiling werd niet eerder als politieke prioriteit beschouwd. Andere zaken, zoals het verbeteren van de waterzuiveringsinstallaties en het vergroten van hun capaciteit, moesten eerst worden bereikt. Daarnaast leek de kwestie niet urgent vanwege het kleine percentage ongerioleerde panden.

Ook speelden de kosten een rol in het negeren van het probleem. De meeste niet-aangesloten huishoudens bevinden zich ver buiten het bereik van de gemeentelijke rioleringsstelsels. Het aanleggen van tientallen meters rioleringsbuis naar enkele boerderijen of landelijke villa's is een kostbare zaak. De kosten verschillen per aansluiting. Het maakt veel uit of er gegraven wordt in zand- of veengrond, en hoeveel meter rioleringsbuis er moet worden aangelegd. Als de aansluitkosten te hoog worden, kunnen woningen weliswaar een zelfstandige zuiveringsinstallatie installeren, maar ook dat kost geld; van enkele duizenden tot vijfendertigduizend gulden.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VGN) schat de totale kosten van de operatie op circa 3,5 miljard gulden. Het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu hanteert een vergelijkbare schatting. Overigens maakt dit bedrag deel uit van de totale investeringen in de uitbreiding, verbetering en onderhoud van de rioleringssystemen. In totaal zullen de gemeenten hieraan tussen 1996 en 2005 16,5 miljard gulden kwijt zijn, schat VROM.

Hoewel de waterschappen over het algemeen tevreden zijn met het lozingenbesluit, reageren ze niet onverdeeld enthousiast. Het Hoogheemraadschap van Rijnland is een van de instanties die er kanttekeningen bij plaatst. Rijnland is een van de grotere waterschappen van Nederland. Binnen haar grenzen bevinden zich Haarlem, Leiden en Gouda, en belangrijke hoeveelheden kwetsbaar oppervlaktewater; de Reeuwijkse, Nieuwkoopse en Kagerplassen, de Westeinderplas en het Braassemermeer. De veertig waterzuiveringsinstallaties van het Hoogheemraadschap zuiveren het water van anderhalf miljoen mensen die in het gebied wonen.

In de wereld van waterzuiveraars staat het Hoogheemraadschap bekend als een club die voor de troepen uitloopt. Het percentage huishoudens dat wel op het riool is aangesloten ligt in Rijnland dan ook boven het landelijk gemiddelde; 98 procent. Het Hoogheemraadschap was bovendien hard op weg dat percentage te verhogen. Paradoxaal genoeg zit het landelijke lozingenbesluit Rijnland in de weg.

Ir. E.H. baron van Tuyll van Serooskerken, dijkgraaf van Rijnland, ziet “verschillende plussen en minnen”. Enerzijds is hij tevreden over de landelijke duidelijkheid die het besluit verschaft. “Iedereen weet waar hij aan toe is. Dat is prettig, ook voor de burger.” Maar de termijnen die in het besluit worden gesteld kunnen Van Tuylls goedkeuring niet wegdragen. “Rijnland was zelf al redelijk op streek met het terugbrengen van de lozingen. In overleg met het Waterschap hadden verschillende gemeenten in hun rioleringsplannen al toegezegd de lozingen verder terug te dringen.”

Volgens Van Tuyll worden die gemeenten door het lozingenbesluit niet aangemoedigd om die intenties gestalte te geven. “Nu de termijnen zijn opgerekt tot 2005, zullen sommige gemeenten hun geld niet eerder willen besteden. Zij kunnen de termijn aangrijpen om tot uitstel over te gaan.”

Ook de “handigheidjes”, zoals subsidieregelingen, die het Hoogheemraadschap toepaste om gemeenten in dringende gevallen over de streep te trekken, komen volgens Van Tuyll nu “enigszins in het gedrang”.

Overigens heeft de dijkgraaf nog geen overzicht van de werkelijke reactie van de Rijnlandse gemeenten. “De budgetten die dat zichtbaar maken, worden pas in maart gepresenteerd.” Maar dat het Hoogheemraadschap het gevaar als serieus ervaart blijkt uit de protestbrief die ze in juni stuurde aan de Tweede Kamer en de verantwoordelijke ministers Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) en De Boer (VROM). In deze brief wordt nog eens formeel aangetekend dat de ruime overgangstermijnen “een grote wissel trekken op de door Rijnland te behalen waterkwaliteitsdoelstellingen”.

Boukje Meijssen van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) reageert verbaasd op de brief. “Het zijn niet alleen de gemeenten die vaart moeten zetten. De waterkwaliteitsbeheerders (de waterschappen, red.) zijn verantwoordelijk voor de uiteindelijke uitvoering van het lozingenbesluit.” De waarheid is dat de waterschappen en de gemeenten het niet zonder elkaar kunnen. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de aanleg van rioleringen, de waterschappen voor de zuivering van het afvalwater.

Daarom overleggen de VNG en de Unie van Waterschappen op het moment nauw over een gezamenlijk beleid. Er wordt een publieksvoorlichtingscampagne voorbereid, gemeenten zijn bezig met het opstellen van rioleringsplannen, die op hun beurt door de waterschappen moeten worden beoordeeld.

Of het snelle Rijnland-model nu wordt toegepast, of de termijnen van het landelijke lozingenbesluit worden gehanteerd, na 2005 zullen de dijkhuisjes in Capelle aan de IJssel en elders in Nederland definitief niet meer ongezuiverd lozen. Dat betekent overigens nog niet dat de zorgen van de waterschappen voorbij zijn. De kwaliteit van het oppervlaktewater staat nog aan andere dreigingen bloot. Rijnland-woordvoerder Van den Hoek: “De verontreiniging in de lucht komt ook voor een deel in het water terecht. En denk aan de pleziervaart. Bepaalde verfsoorten die het aangroeien van algen op bootrompen voorkomen, vormen een grote bedreiging. En veel schepen hebben toiletten die direct uitmonden in het water.” Die toiletten vallen niet onder het lozingenbesluit. Ook na 2005 zullen de waterschappen waakzaam moeten blijven.