De kleur van paars

ONDANKS DE JUBELBEGROTING waarmee het kabinet-Kok het verkiezingsjaar ingaat is nog steeds de vraag wat nu precies het onderscheidend vermogen van 'paars' is. Het duidelijkst blijft de aanduiding dat het een kabinet is waaraan niet wordt deelgenomen door het CDA. Dat is in de Nederlandse verhoudingen op zichzelf al een hele vaststelling, het afscheid van zeventig jaar confessionele aanwezigheid op het regeringspluche.

Sociaal-economisch gezien heeft het succesvolle beleid van het kabinet-Kok ongetwijfeld eigen trekjes (de frisse begrotingsdiscipline van Zalm), maar vriend en vijand erkennen dat het voortbouwt op een sanering die werd ingezet onder CDA-premier Lubbers. Het onderscheidend vermogen van het paarse kabinet is echter meer dan een kwestie van koopkrachtplaatjes en financieringstekort. Men zou zelfs kunnen zeggen dat de voornaamste betekenis van de aflossing van de wacht juist lag in de gelegenheid een aantal vastgeroeste verhoudingen open te breken.

NEEM HET befaamde maatschappelijk middenveld, een confessioneel troetelkind en dito machtsbasis bij uitstek. De benoeming van de typisch Haagse insider Van Aartsen op het ministerie van Landbouw voorspelde al het einde van de als vanzelfsprekend ervaren binding van de landbouwpolitiek aan het Groene front. Maar de doorbraak heeft toch weer vooral van boven moeten komen. Nederland werd bezocht door de varkenspest. Hierna zal het landbouwbeleid nooit meer hetzelfde kunnen zijn.

De verruiming van de winkelsluitingswet door minister Wijers (Economische Zaken) was eveneens een vroeg signaal dat ook de arbeidsverhoudingen in het midden- en kleinbedrijf dynamischer moesten worden. Daarbij paste aandacht voor de moderne informatietechnologie zoals tot uitdrukking gebracht in het actieplan Elektronische snelwegen. Maar daar werd meteen ook een belangrijke boot gemist: de ontsluiting van de rijke gegevensbestanden die bij allerlei overheidsinstanties berusten en die nog te vaak onderbenut blijven.

Over overheden gesproken, van de noodzakelijke modernisering van het binnenlands bestuur is het de afgelopen kabinetsperiode niet gekomen. De lijdensweg van de sterke stadsprovincie spreekt voor zichzelf.

Typerend voor het verzuilde middenveld is vooral de omroep gebleven. Staatssecretaris Nuis (D66) heeft de comfortabele concessietermijn die het Hilversumse bestel onder het vorige kabinet nog net had binnengehaald, weliswaar onmiddellijk gehalveerd, maar een ingrijpende structuurverandering is toch niet eerder dan in de volgende kabinetsperiode mogelijk. Een aantal voorbereidingen wordt al wel getroffen, en de omroepbonzen klagen steen en been. Maar verandert er ook werkelijk iets in Hilversum? Een veeg teken is dat een nieuwe liberaliseringswet de weg opent voor alleen maar verdere commerciële nevenactiviteiten van de zogeheten publieke omroep.

HET STERKSTE contrast met de voorgangers van paars was te verwachten bij een aantal openstaande kwesties van juridisch-ethische aard. Typerend voor de niet-confessionele benadering is juist dat het publieke recht en het bereik van de private moraal wat meer worden onderscheiden.

Het kabinet-Kok heeft inderdaad de formule voor geregistreerd partnerschap wat losser gemaakt, maar loopt voorshands minder warm voor het homohuwelijk dan de regeringsfracties in de Tweede Kamer. Het strafrechtelijk bordeelverbod wordt ingeruild voor een bestuursrechtelijk vergunningsysteem onder voorwaarden. De euthanasiewetgeving blijft onverminderd een heet hangijzer. Opmerkelijk is daarentegen dat de verhouding tussen openbaar en bijzonder onderwijs minder krampachtig is geworden, getuige de samenwerkingscholen en de mogelijkheid van 'kleurverschieten' binnen het bijzonder onderwijs. De schoolstrijd - zij het onlangs door minister Dijkstal (VVD) nog in de herinnering geroepen - ligt inmiddels toch ver achter ons.