Cambodja: elke dag doden

ROTTERDAM, 18 SEPT. Decennia van burgeroorlog hebben Cambodja gemaakt tot een van de meest getraumatiseerde landen in de wereld. De strijd verliep in het westen en het noorden grotendeels volgens het patroon van de seizoenswisselingen: in de droogtetijd ging het regeringsleger in het offensief, in het regenseizoen penetreerde het verzet vanuit de jungle de door het leger gecontroleerde gebieden. Om hun territoria af te bakenen, legden beide partijen mijnen: zowel rond dorpen, bij scholen en bronnen en in rijstvelden als in de buurt van militaire installaties en kazernes.

Schattingen over het aantal landmijnen in Cambodja variëren van vier tot acht miljoen. Tijdens de vredesoperatie van de VN (1991-93) werd begonnen met het opruimen. Maar dat is een tijdrovend karwei. In veel gebieden is de aanwezigheid van mijnen niet goed in kaart gebracht. Waar dat wel is gebeurd, zijn terreinen langs doorgaande wegen afgebakend met rode linten en wordt de grond systematisch afgezocht en 'schoon' gemaakt.

Elke maand worden nog steeds tussen de honderd en driehonderd Cambodjanen door mijnen gedood of gewond. Overal op straat ziet men de gehandicapte slachtoffers, vaak kinderen of jonge mensen. Sinds vorig jaar veel strijders van de Rode Khmer zijn overgelopen naar het regeringskampen, helpen sommigen van hen bij het ruimen van de mijnen. “Het leggen van die dingen is een stuk gemakkelijker dan ze weghalen”, zei onlangs een oud-strijder van de Rode Khmer in een Cambodjaans dagblad.