Begrotingstekort 187 miljoen; Den Haag ook volgend jaar onder curatele

DEN HAAG, 18 SEPT. De gemeente Den Haag zal volgend jaar onder curatele van het rijk blijven vallen. In de begroting van de gemeente wordt voor 1998 uitgegaan van een tekort van 187 miljoen gulden.

“Het gaat in tegenstelling tot het land economisch niet goed met de stad”, zei de Haagse wethouder van Financiën L. Engering (VVD) vanmorgen bij de presentatie van de begroting.

Den Haag kampt nog met een schuld van 1,3 miljard gulden. Het ministerie van Binnenlandse Zaken zal voor 1 december van dit jaar moeten aangeven in hoeverre het rijk zal bijdragen aan het saneren van de schuldenlast in Den Haag. Een van de oorzaken van de hoge schuld is de scheve verdeling van het gemeentefonds waardoor Den Haag bijna 90 miljoen gulden per jaar misloopt.

De gemeente heeft van alle grote steden in Nederland de laagste economische groei en de laagste ontwikkeling van de werkgelegenheid. Het aantal beschikbare banen is de afgelopen tien jaar in Den Haag zelfs met 2 procent gedaald. Volgens Engering is de nood in de stad “zeer hoog”. “Het ontbeert ons aan de financiën om de dingen te doen die we moeten doen”, aldus de wethouder.

De gemeente zal voor het vierde opeenvolgende jaar de zogenoemde artikel-12-status aanvragen, waardoor ze onder curatele van het rijk komt.

Voor volgend jaar zal Den Haag de woonlasten van de burgers verlagen. De onroerende-zaakbelasting, die nu voor een Haags gezin met een minimuminkomen 30 procent hoger is dan in andere grote steden, zal met 5,4 procent worden verlaagd. Bedrijven hoeven 1,1 procent minder te betalen.

Van de ruim 200 miljoen die de verkoop van het kabelnet aan Casema heeft opgebracht, zal Den Haag bijna 44 miljoen gulden gebruiken voor investeringen in onder meer de Scheveningen-Haven en de Laakhaven achter het station Hollands Spoor. Ook wordt het achterstallig onderhoud van openbare ruimten aangepakt.

Het budget voor de bijzondere bijstand in Den Haag zal het komende jaar met 10 miljoen gulden worden verhoogd. Mensen met een minimuminkomen kunnen hier in noodgevallen een beroep op doen.