Protest bij 'Paradise Road'; 'Troostmeisjes niet allemaal vrijwilligsters'

AMSTERDAM, 17 SEPT. Vlak na elkaar gaan in Nederland twee films in première die voor een groot deel spelen in een Japans vrouwenkamp in Nederlands-Indië. Een aantal overlevenden van de kampen heeft problemen met de strekking van een van de twee, de Australische film Paradise Road.

Volgende week woensdag wordt het Nederlands Filmfestival geopend met Orlow Seunke's Gordel van smaragd, waarin volgens de synopsis een Nederlands-Indische vrouw een Japans bordeel leidt om haar geliefde van de dood te redden. Gisteravond beleefde het Amsterdamse Tuschinskitheater de Europese première van Paradise Road, in aanwezigheid van onder meer regisseur Bruce Beresford, hoofdrolspeelster Glenn Close, bijrolactrice Johanna ter Steege, het voltallige Haarlemse vrouwenkoor Malle Babbe, dat de muziek in de film verzorgde, en Helen Colijn, de dochter van de voormalige premier, op wier memoires De kracht van een lied - Overleven in een vrouwenkamp de film gebaseerd zou zijn. Dit laatste feit wordt overigens niet vermeld in de officiële filmcredits. Niet aanwezig waren vertegenwoordigers van de Stichting Japanse Ereschulden, die vooraf in een persverklaring had meegedeeld dat sommige overlevenden van de Jappenkampen grote problemen hebben met de strekking van de film. In een rondgestuurde fotokopie van een half Engels-half Nederlandse, handgeschreven brief van mevrouw Jeanne Ruff-O'Herne uit Australië aan haar zuster in Nederland, stelt deze: “Ik heb een protestbrief geschreven naar Bruce Beresford. Niet vanwege de behandeling van de kampgenoten, hij beschrijft de brutalities, wreedheden historisch goed. But I am protesting the way he describes the 'comfort women' (troostmeisjes) in de film. He portrays them alsof ze allemaal vrijwillig gingen, als volunteers. According to him, we were not forced, but made a choice. It is disgusting and not historically true. A very small percentage waren volunteers, en dat vanwege een kind.”

In Paradise Road neemt de kwestie van de troostmeisjes maar een paar minuten in beslag, maar het is wel een dramatische crux. Door te laten zien hoe een groep jonge en aantrekkelijke vrouwen voor de keuze gesteld wordt om 'tussen satijnen lakens' en beschikkend over zeep en heet water keizerlijke officieren terwille te zijn of terug te keren naar de kampontberingen, wordt het heldendom van de weigeraarsters van een contrapunt voorzien. De vrijwilligsters worden niet veroordeeld, zelfs door de Nederlandse non zuster Wilhelmina (Ter Steege) verdedigd, maar het koor of 'stemorkest' van Close mist wel een paar alten. Het zingend sterven of overleven met behoud van eer komt daardoor toch op een hoger moreel niveau te staan.

Het valt niet eenvoudig vast te stellen wie er gelijk heeft, Beresford of mevrouw Ruff-O'Herne. Zeker is wel dat een dramatische keuze tussen zeep of eer in een film dramatisch sterker werkt dan afgedwongen prostitutie. Ook kan vermoed worden dat het debat na de première van Gordel van smaragd voortgezet zal worden.

Paradise Road wordt op 25 september in de bioscoop verwacht, Gordel van smaragd een week later.