'OM ging te ver tegen advocaat'

DEN HAAG, 17 SEPT. De Amsterdamse officieren van justitie F. Teeven en M. Witteveen hebben volgens de Haagse rechtbank “in ernstige mate onzorgvuldig en onrechtmatig gehandeld” door in het Hakkelaar-proces de advocaat J. Rammelt af te schilderen als mafia-advocaat.

Dit heeft de rechtbank vanochtend uitgesproken in een civiele zaak die Rammelt tegen de officieren van justitie had aangespannen. Rammelt is enige tijd de advocaat geweest van A. Karman die door Teeven en Witteveen werd gebruikt als kroongetuige in het proces tegen de bende van de Hakkelaar. Bij het sluiten van de overeenkomst met Karman werd Rammelt niet ingeschakeld omdat de kroongetuige zijn eigen raadsman niet zou hebben vertrouwd, zo stelden de officieren van justitie tijdens het proces.

In het requisitoir voor de Amsterdamse rechtbank zei het OM dat “vooral de verklaring van Karman dat zijn raadsman hem had gezegd dat de tegen hem afgelegde verklaringen van tafel zouden gaan, ook al moesten er drie lijken vallen, dermate onthutsend is dat de kwalificatie consiglieri voor deze raadsman haast op zijn plaats is”.

Volgens de Haagse rechtbank kunnen de feiten waarover het OM beschikte “de verstrekkende verdachtmaking consiglieri geenszins rechtvaardigen”. Het verweer van de Staat der Nederlanden dat het OM niet voor de civiele rechter ter verantwoording kan worden geroepen voor mededelingen gedaan in een strafzaak gaat volgens de rechtbank in dit geval zeker niet op “omdat de goede naam van Rammelt in ernstige mate in het openbaar in diskrediet” is gebracht.

Rammelt zei vanmiddag te hopen dat het Amsterdamse OM alsnog “ruiterlijk wil toegeven dat ze er echt heel erg naast zaten door mij zo te beschuldigen”. Doet justitie dit niet dan zal Rammelt bekijken of er schadevergoeding wordt geëist. Het Amsterdamse openbaar ministerie wilde vanmiddag niet reageren op het vonnis.