Nederlandsch Indië ligt in Holland

Waar het scènetje precies over ging, weet ook Wieteke van Dort niet meer. Maar het was in 1972, in de destijds veelbesproken kinderserie De Stratemakeropzeeshow, dat ze voor het eerst een rolletje speelde met de Indische tongval waarmee ze al zo vaak collega's aan het lachen had gemaakt. Prompt werd ze opgebeld door een Indische gezelligheidsvereniging: of ze dat op een feestavond nog eens wilde overdoen. Zo hulde ze zich in een sarong en zei dat ze Tante Lien heette.

Aanstaande zondag viert Wieteke van Dort, in het Indisch Cultureel Centrum in Zoetermeer, het 25-jarig bestaan van Tante Lien. Eerder dit jaar verscheen al een aan dit jubileum gewijde dubbel-cd en zondag wordt bovendien de bundel Lieve luitjes ten doop gehouden, waarin de populairste liedjes met notenbeeld staan afgedrukt - van traditioneel meeneurie-repertoire als Sarina (een kind uit de dessa), Nina Bobo en Terang boelan tot de teksten die Willem Wilmink voor haar schreef: “Ach kassian het is voorbij, kassian het is voorbij - Den Haag, Den Haag, de weduwe van Indië ben jij...”

Ze werd in 1943 als 'witte Indo' geboren in Soerabaja en haar accent, heeft ze zich laten vertellen, is dan ook typisch voor Oost-Java. Weliswaar werden die dikke b's en d's er later op de Amsterdamse toneelschool 'uitgeramd', maar ze komen, als een verhaal dat vereist, moeiteloos terug. Vier keer per week - en desnoods, bij dringende verzoeken, vijf keer - trekt ze zich de strakke pruik over het hoofd, zet het ronde brilletje op en verschijnt als Tante Lien waar men haar maar wil zien. Als een klontong, een marskramer, reist ze door het land - principieel per openbaar vervoer - en overal is emplooi voor haar verhalen en liedjes.

Het is een circuit van doorgaans besloten voorstellingen dat haar grotendeels onttrekt aan het gezichtsveld van andere acteurs en actrices. Soms spijt haar dat; ze zou er wel eens wat vaker een reguliere theatertournee mee willen maken. Haar publiek is echter dermate trouw en dankbaar, dat haar weinig tijd rest voor andere plannen. “Toen regisseur Frans Boelen en ik in 1977 bij de VARA kwamen met het plan voor de Late Late Lien Show, zeiden we: nu ben je met zo'n serie nog op tijd; over tien jaar is die hele generatie van Indische Nederlanders weg, en dan hoeft het niet meer. Het tegendeel is waar. Ze hebben het gevoel doorgegeven aan hun kinderen en kleinkinderen. Op de Pasar Malam in Den Haag komen ieder jaar méér bezoekers. Als mijn generatie er niet meer is, gaat het misschien over. Maar eerder niet.”

Zo'n opvallend verschijnsel is Tante Lien met haar vrolijk opgediste heimwee naar Indië geworden, dat een Duitse antropoloog enkele jaren geleden is afgestudeerd met de studie Indische Nederlanders und Tante Lien. Zijn conclusie wierp ook voor Wieteke van Dort een nieuw licht op de zaak. “Hij schreef dat je het oude Indië niet langer dáár kunt vinden, maar dat het nu hier is.” Op haar verzoek schreef Willem Wilmink er een liedje over, waarin ze haar toehoorders voorhoudt dat ze de Gordel van Smaragd 'zachtjes van het moederland naar het vaderland' hebben gebracht, en dat die zich nu dus op Nederlands grondgebied bevindt: “'t Werd alles wel wat vager, maar daar wordt het mooier door.”

Vanzelfsprekend is haar ook voor de voeten geworpen dat ze met de radde praatjes van Tante Lien een karikatuur van die Indische Nederlanders zou maken. Toen ze nog haar eigen tv-programma had, bevatte 'één op de duizend brieven' dat verwijt. “Onvermoeibaar heb ik geprobeerd uit te leggen dat het niet mijn bedoeling is die mensen belachelijk te maken, en dat ik niet uit ben op een goedkoop succesje. Maar intussen ben ik tot het besef gekomen dat het misschien wel goed is om af en toe kritiek te krijgen. Dat houdt me alert. Ik vind dat ik ten opzichte van deze mensen een grote verantwoordelijkheid draag. Voortdurend moet ik op mijn hoede zijn, of ik niet iemand kwets, of ik niet te veel overtuigd raak van mijn eigen succes, of ik nog wel eerlijk ben, en of er misschien een kern van waarheid in de kritiek zit. Wat ik doe, is méér dan alleen maar optreden. Het biedt troost, en voor sommigen heeft het zelfs een therapeutische waarde. Daar mag je dus nooit, nóóit te licht aan tillen.”

Maar zondag laat Tante Lien zich met groot genoegen huldigen.