Nederland laat schroom over EU-bijdrage vallen

Minister Zalm van Financiën pleit voor een verlaging van de nettobijdrage van Nederland aan de Europese Unie. De bijdrage van Nederland is dit jaar ongeveer 7,2 miljard gulden.

BRUSSEL, 17 SEPT. Per Nederlander werd vorig jaar 332 gulden afgedragen aan de Europese Unie, terwijl Ierland per inwoner 1.417 gulden ontving. Deze cijfers gooide het ministerie van Financiën afgelopen weekeinde in de strijd voor een rechtvaardiger verdeling van de lasten in de EU.

Andere lidstaten spreken van fantasiecijfers, maar ze ontkennen niet dat Nederland meer afdraagt aan de Europese Unie dan het terugkrijgt. Nederland bevindt zich pas recent in deze positie van 'nettobetaler'. Tot 1991 kreeg Nederland jaarlijks meer uit de Europese kas dan het afdroeg, met enkele uitzonderingen zoals in 1975 toen de balans ongeveer 0,5 miljard gulden negatief uitviel.

De grote omslag in 1991 wordt verklaard uit een teruglopend aandeel in de landbouwsubsidies, een relatief laag bedrag uit de structuurfondsen voor minder ontwikkelde regio's en een groot aandeel in de afdrachten. De inkomsten voor landbouw liepen achteruit omdat Nederland sinds eind jaren tachtig minder ontvangt voor de zuivelsector. Bovendien pakten na 1992 de zogeheten McSharry-landbouwhervormingen slecht uit voor Nederland. Vergoeding aan boeren door directe inkomenscompensaties in plaats van prijssteun bleek nadelig voor Nederlandse boeren.

Aan de afdrachtenkant aan Brussel speelt mee dat Nederland een groot deel financiert van een compensatie die Groot-Brittannië in 1984 heeft bedongen voor zijn nettobijdrage. Duitsland, de grootste brutobetaler aan de EU, heeft op zijn beurt een plafond voor zijn aandeel in deze zogeheten Britse rebate. Nederland betaalt ook relatief veel douanerechten. Volgens de Europese Commissie telt dit zogeheten Rotterdam-effect eigenlijk niet mee, omdat Nederland importheffingen int op goederen die doorgevoerd worden. Nederland werpt tegen dat een groot deel van de doorvoer pas in het land van bestemming wordt geïnd en verklaart het grote aandeel in de afdracht van douanerechten uit het hoge gemiddelde importtarief op de Nederlandse invoer.

Afdrachten en ontvangsten uit Brussel zijn te verdelen in drie grote posten: landbouw, structuurfondsen en overige. Aan landbouw droeg Nederland in 1995 netto zo'n 1 miljard gulden bij, terwijl het in 1988 nog 2,5 miljard ontving. Aan de structuurfondsen betaalde Nederland in 1995 bijna vier keer zoveel als het kreeg: netto ongeveer 2,5 miljard. Uit de structuurfondsen komt onder andere steun voor relatief arme gebieden, waaronder Flevoland valt (tot 1999 ruim 300 miljoen gulden).

Zo nu en dan komen er meevallers uit Brussel. Vorig jaar kreeg Den Haag 900 miljoen gulden terug uit overschotten op het budget van de Europese Unie voor 1995. Dit jaar komt er een onvoorzien bedrag bij voor de bestrijding van varkenspest. Nederland draagt sinds 1994 ongeveer 4 miljard netto af aan de EU. Naar verwachting loopt dit bedrag op tot in 1999 ruim 6 miljard gulden.

Nederland moet niet zeuren, zeggen andere lidstaten, want tot de jaren negentig kreeg het geld uit Brussel. Nederlandse diplomaten werpen tegen dat wat de afgelopen decennia is ontvangen, bij lange na niet opweegt tegen wat nu wordt betaald. Immers, de uitgaven van de EU zijn enorm toegenomen: van 81,3 miljoen ecu in 1958 tot 8,4 miljard ecu dit jaar.

De Nederlandse strijd om een rechtvaardiger verdeling van de Europese lasten is indirect een veroordeling van de onderhandelingen van het vorige kabinet, dat in december 1992 het huidige financieringssysteem overeenkwam in Edinburgh.

Een reden waarom Nederlandse politici toen wellicht onvoldoende voor de eigen belangen opkwamen, is dat zij niet te hoog van de toren wilden blazen na Black Monday, de dag waarop de Europese partners een Nederlandse blauwdruk voor een nieuw verdrag naar de prullenbak verwezen. Kennelijk is Nederland die schroom nu voorbij.