Nagelbijten

Hij zat met ogen vol afschuw naar me te kijken. Ik zat heerlijk op mijn nagels te kluiven. Ik weet zelf hoe onaangenaam het is als mensen zitten te kluiven, vooral als het heel intens gebeurt en je de nagels echt hoort breken.

Ik zat in gedachten verzonken te kluiven en had net het velletje te pakken dat ik probeerde af te bijten toen de jongen mijn vinger uit mijn mond trok. Ik wierp hem een verstoorde blik toe, knauwde stug door en probeerde opnieuw het velletje beet te krijgen. Ik denk dat de jongen begreep dat ik niet de minste intentie had om op te houden. Hij pakte zijn walkman en zette die op zijn hoofd. Hij zette het volume heel hoog, in de hoop mij te irriteren, waarin hij ook slaagde, al was het meer omdat ik hem niet verslagen had. Hij begon met zijn been mee te tappen, en dat been stootte tegen mijn been.

Zijn schijnbare onfeilbaarheid ergerde me, en al was het niet warm, ik stond op en draaide het raampje open. Eigenlijk was mijn enig doel die jongen te irriteren, maar hij liet zich niet kennen. Hij stond even onverstoord op als ik en draaide het raampje dicht, waarna hij met de muziek begon mee te neuriën. De behoefte om deze jongen op zijn plaats te zetten werd steeds groter.

In deze dwarsliggende stemming had ik mijzelf nooit mee gemaakt, en ik was dus ook niet van plan om mij bij de situatie neer te leggen, ook niet toen de conducteur kwam. Ik was mij er van bewust dat ik geen kaartjehad, maar dwarsliggend als ik was, kon het me niet schelen. “Goedenavond, uw kaartjes alstublieft.” De conducteur keek me aan en herhaalde de vraag. “Uw kaartje, alstublieft.” “Heb ik niet”, zei ik, terwijl ik hem recht in de ogen keek. Vanuit mijn ooghoek zag ik de jongen zitten, zijn gezicht een mengeling van bezorgdheid en spot. “Dat ligt op de keukentafel”. “Heeft u een geldige legitimatie bij u?” Ik voelde me heerlijk dwars. “Nee.” “Dan ben ik genoodzaakt u uit de trein te zetten.”

Ik zag de ogen van de jongen oplichten en voelde me in mijn element. Toen besefte ik dat ik echt de trein uit moest en mijn winnaarsgevoel was op slag weg. Ik had niet eens gezien dat het eigenlijk een heel leuke jongen was...

Zondagavond in de trein van Leeuwarden naar Maastricht zagen we elkaar. Het was heel gezellig. Zie ik je nog eens?