Jongeren in gevecht om affectie, aandacht en seks

'De ziekte die jeugd heet' gaat zaterdag officieel in première, maar vanavond is het de openingsvoorstelling van het Rotterdam Festival, het R festival zoals de Rotterdammers zeggen. JONG ZIJN is het magische begrip dat festival en voorstelling met elkaar verbindt. Jong zijn is geen 'fun', vindt de 51-jarige regisseur Peter de Baan, nee, jong zijn is een pijnlijk overgangsstadium.

'De ziekte die jeugd heet' t/m 25/9 in het RO Theater, Rotterdam; tournee t/m 25/10. Info en res: 010-4047070. R festival t/m 28/9; info en res: 0900 899 88 90.

Dit jaar luidt het thema van het Rotterdam Festival: 'Eeuwige jeugd - de kunst van het jong zijn'. In tien dagen zijn er op ruim twintig locaties voorstellingen, presentaties en optredens door en voor de jeugd en allen die daar graag bij willen horen. Zo zal het louter uit Amerikaanse 60-plussers bestaande Young at Heart Chorus, regie Roy Faudree, met campy popmuziek bij de Nederlandse 30-minners in het gevlij trachten te komen, terwijl de Britse theatergroep Forced Entertainment de Rotterdamse jeugdcultuur zal toelichten tijdens een stadsrondrit. Het Museum voor Volkenkunde zal door de wereldjeugd beminde soaps vertonen en Nighttown wordt een jongerentempel met 'de laatste trends, events en games'.

Dat alles klinkt als een ode aan de jeugd - dat, behalve de titel van de openingsvoorstelling. Van die titel, De ziekte die jeugd heet, gaat een onmiskenbare dreiging uit. Maar regisseur Peter de Baan meldt geruststellend, want pijn is een minder boos woord dan ziekte, dat zijn voorstelling net zo goed De pijn van het jong zijn had kunnen heten. Hoe zit dat nou? Op naar het RO Theater, op naar Peter de Baan, op naar het repetitielokaal!

Daar vliegen de acteurs elkaar in de haren. Hun personages blijken verwikkeld te zijn in een hopeloos gevecht om affectie en aandacht en seks. Ze zijn nog niet bekomen van de ene rotrelatie of ze storten zich alweer in de volgende; hongerig klampen zij zich vast aan hem of haar die zojuist nog van een ander was, en zodra ze elkaar denken te hebben beginnen ze huwelijkje te spelen, met één paar-helft die bevelen uitdeelt en één die de slaaf uithangt.

Maar het heersen geeft hun al net zo weinig houvast als de onderwerping. De verwarring van deze studenten is domweg te groot: hun verlangen naar een verzorgd en geregeld bestaan voert een verbeten strijd met de wens zich nu nog niet te binden, zich nu nog niet vast te leggen, zich nu nog niet te begraven in de gehate burgermanssleur.

Ferdinand Bruckner (een pseudoniem voor Theodor Tagger) schreef Krankheit der Jugend kort na de Eerste Wereldoorlog: in 1926. De auteur woonde toen in Berlijn, waar hij het Renaissance-Theater leidde, maar het stuk speelt zich af in zijn geboortestad Wenen.

In een tijd dat de zekerheden van de vooroorlogse bourgeoismaatschappij uit elkaar waren gespat zat de Weense intelligentia te broeden op nieuwe ideeën. God was door de Nietzscheanen doodverklaard en de Freudianen meenden dat de mens zowel was overgeleverd aan zijn strenge Über-Ich als aan zijn duistere driften.

De Weense medicijnenstudenten in Krankheit der Jugend zijn slim genoeg om vast te stellen dat hun geloof in die nieuwe ideeën gevaarlijke kanten heeft; wie zomaar aan zijn driften toegeeft is immers verminderd toerekeningsvatbaar. Deze aanstaande artsen stellen bij zichzelf de juiste diagnose - en aarzelen met de behandeling.

Misschien wìllen ze helemaal niet genezen. Misschien willen ze liever dood. Desiree, de slimste van allemaal, wil dat beslist. Maar haar lief Marie is een ernstig twijfelgeval.

In de bekendste versie van Bruckners toneelstuk sterft Marie, althans, hoogstwaarschijnlijk: na de suïcide van Desiree smeekt ze een jongeman van het studentenclubje haar te vermoorden. En de kans is groot dat hij aan haar verzoek gehoor geeft, want de cynisch-morbide Freder is tot alles in staat.

Later herschreef Bruckner dit ietwat melodramatische slot. Peter de Baan koos voor een combinatie van beide versies. “In onze voorstelling,” legt hij na de repetitie uit, “krijgt Marie de opdracht om door te leven. Dat is nu juist zo mooi: dat je, als je iets ergs achter de rug hebt, toch van jezelf vindt dat je door moet gaan. Dat je door kùnt gaan en dat je niet voor de rest van je leven ernstig beschadigd achterblijft.”

Associaties dringen zich op met het erge dat De Baan zelf achter de rug heeft: zijn ontslag bij het RO Theater na een hooglopend conflict met mede-artistiek leider Koos Terpstra.

“Het was,” zegt De Baan, “een pure machtsstrijd, dus bij die machtsdrift in De ziekte die jeugd heet kan ik me wel iets voorstellen.” Eenenvijftig is hij nu en Bruckners stuk doet hem onvermijdelijk denken aan zijn eigen jeugd. “Ik was een sombere scholier. Elke avond liep ik langs de boulevard van Scheveningen, alleen, verzonken in donker gepeins.”

Zijn experimenten met de liefde kwamen wat later, in Amsterdam. En hij ervoer de 'nachtmerrie van de liefde': “Je denkt dat de ander voor je zorgt als jij je aan hem, aan haar weggeeft, en ondertussen blijft er niks van je over.”

Maar toneel is de werkelijkheid niet: “Toneel gaat over het voorstelbare heen, het is kunstmatig opgewekte energie die tot extremen leidt. Toneel is nooit echt realistisch, het blijft een vrijplaats voor de fantasie. Daarom kun je een stuk als De ziekte... heel goed in het verleden en tegelijkertijd in het nu laten spelen.”

Een zekere geloofwaardigheid moet een voorstelling echter wel bezitten, anders haakt het publiek al snel af. “Het zou niet bij me opkomen om dit stuk met oudere acteurs te bezetten, zoals toneelgroep Centrum in 1981 gedaan heeft. Er moet zo natuurlijk mogelijk worden gespeeld en dat kan alleen als de acteurs dicht bij zichzelf blijven, bij hun eigen jeugd.”

Een deel van de cast komt direct van de toneelschool. “Daar zaten ze,” zegt Peter de Baan, “in een hecht klasje. Ze hebben zoveel samen gedaan en nu moeten ze voor zichzelf gaan knokken. 'Als m'n vriendin een rol krijgt, krijg ik 'm niet meer': zulke reële overwegingen isoleren je van je maatjes. De stap naar volwassenheid brengt fundamentele eenzaamheid met zich mee en verzet tegen het volwassen worden, door sommige figuren in De ziekte die jeugd heet tot vervelens toe gecultiveerd, is iets dat deze jonge acteurs best begrijpen.”