IMF optimistisch ondanks Aziatische crisis

HONGKONG, 17 SEPT. Het Internationaal Monetaire Fonds (IMF) blijft optimistisch over de ontwikkeling van de wereldeconomie. De recente crisis in Zuidoost-Azië is slechts van tijdelijke aard en de gevolgen ervan zullen beperkt zijn.

Dit zegt het IMF in zijn halfjaarlijkse World Economic Outlook. Het rapport is vandaag gepresenteerd in Hongkong, waar komend weekeinde de jaarvergadering van het IMF en de Wereldbank begint.

De groei van de wereldeconomie handhaaft zich volgens het IMF op een niveau boven de vier procent: na een voorlopig hoogtepunt van 4,1 procent in 1996 gaat de groei in 1997 naar 4,2 procent. Volgend jaar kan de groei zelfs nog een fractie hoger, op 4,3 procent, uitkomen.

Tegelijkertijd blijft de inflatie in de industrielanden onder controle met een daling van 2,4 naar 2,2 procent dit jaar. In het IMF-rapport wordt dit laatste een “indrukwekkende prestatie” genoemd.

Volgens het IMF zijn er redenen om aan te nemen dat de huidige expansie van de wereldeconomie zich mogelijk tot in het volgende decennium voortzet. “Er zijn weinig tekenen van spanningen en onevenwichtigheden, die gewoonlijk voorafgingen aan een neergang in de conjunctuur”, zo staat in het rapport. Het IMF wijst erop dat overheden “mogelijk meer dan ooit in het naoorlogse tijdperk” een anti-inflatiebeleid voeren. Overheidstekorten worden omlaag gebracht, wat de inflatieverwachting en dus de reële rente drukt. Bovendien zijn volgens het IMF de wisselkoersen van de belangrijkste valuta in overeenstemming met de fundamentele economische ontwikkelingen.

Het IMF gaat in zijn World Economic Outlook uitvoerig in op de Aziatische economieën, die ook komende week tijdens de jaarvergadering in Hongkong veel aandacht zullen krijgen. Uit het IMF-rapport blijkt dat vooral Thailand, waar de regionale financiële crisis in juli inzette met de val van de nationale munt, dit jaar een forse klap krijgt. De Thaise economie zal in 1997 met 2,5 procent groeien. Een half jaar geleden voorspelde het IMF nog een groei van ruim zes procent. De voorspellingen voor Indonesië, Maleisië en de Filippijnen zijn voor dit jaar met 0,5 tot 1,5 procentpunt naar beneden bijgesteld, maar de groei blijft met percentages van ruim vijf tot ruim zeven toch aanzienlijk. In de drie landen doken na de Thaise crisis de munten en de beurs ook omlaag.

De uiteindelijke schade zal volgens het IMF beperkt blijven. Indien Thailand adequate maatregelen neemt, kan de economie na een vertraging, die ook volgend jaar voortduurt, weer op een hogere groei uitkomen. Vorige maand kwam een hulppakket van 17,2 miljard dollar tot stand, waaraan het IMF en Japan de helft bijdragen, in ruil voor bezuinigingen op de overheidsuitgaven en herstructurering van de door 'slechte' leningen noodlijdende financiële sector. Vorige week zei een hoge IMF-functionaris dat Thailand een jaar geleden al was gewaarschuwd voor de financiële onevenwichtigheden. Maar Bangkok ondernam niets om de overgewaardeerde munt en het grote betalingsbalanstekort aan te pakken.

In de meeste Aziatische landen blijft de groei één tot enkele procenten boven het wereldgemiddelde liggen. China heeft met 9,5 procent dit jaar de hoogste groei. Het IMF prijst de Chinese regering, omdat zij er tegelijk in slaagt de inflatie van 6,1 tot 4,5 procent omlaag te brengen.

Wat betreft de belangrijkste industrielanden toont het IMF zich tevreden over de ontwikkelingen in de Verenigde Staten. De groei valt dit jaar met 3,7 procent bijna een punt hoger uit dan in 1996. Voor 1998 rekent het IMF op 2,6 procent, wat dichter in de buurt komt van een evenwichtige trend. Ondanks de daling van de werkloosheid tot onder de vijf procent ziet het IMF in de VS voorlopig weinig tekenen die zouden kunnen duiden op het aanwakkeren van de inflatie. “We weten niet precies waar de grens ligt”, zei topeconoom Michael Mussa van het IMF vanmorgen bij de presentatie. Consumptie en investeringen vertragen iets, deels omdat de Federal Reserve naar verwachting de monetaire teugels enigszins zal aantrekken. Mussa verklaarde dat een kleine rentestap in de komende zes maanden nodig kan zijn.

De voorspelling van de groei in Japan is voor zowel dit jaar als volgend jaar met zo'n procent naar beneden bijgesteld tot respectievelijk 1,1 en 2,1 procent. De terugval houdt deels verband met een daling van de consumptie na een scherpe stijging in de eerste maanden van dit jaar vooruitlopend op de BTW-verhoging op 1 april. Ook zal de Japanse economie volgens IMF-econoom Mussa enig nadeel ondervinden van de financiële crisis in Zuidoost-Azië door het teruglopen van de export naar deze belangrijke markt. Het vertrouwen van Japanse consumenten en investeerders is volgens het IMF nog zwak. Het IMF vindt de ontwikkelingen moeilijk te schatten door de onzekerheid over omvang en tijdstip van het effect van terugdringing van het overheidstekort over het lopende begrotingsjaar.

Het IMF ziet de economieën van Duitsland en Frankrijk dit jaar met respectievelijk 2,3 en 2,2 procent groeien, bijna een procent meer dan vorig jaar. Volgens Mussa kan er “nog wel enige tijd” overheen gaan voordat aan een Duitse renteverhoging moet worden gedacht.

Het overheidstekort komt dit jaar in beide landen uit op 3,1 procent. Hiermee voldoen Bonn en Parijs vrijwel aan het criterium (3 procent) voor deelname aan de Economische en Monetaire Unie (EMU). In april voorspelde het IMF nog dat het Duitse en Franse begrotingstekort op 3,4 procent zou uitkomen.

Het IMF hekelt scherp de blijvend hoge werkloosheid in belangrijke landen van de Europese Unie en dringt opnieuw aan op snelle hervormingen. In Duitsland zal de werkloosheid dit jaar stijgen van 10,3 naar 11,3 procent. Juist bij de EMU is volgens het IMF flexibilisering van de arbeidsmarkt hoogstnoodzakelijk, omdat economische schokken niet meer via onderlinge wisselkoerswijzigingen kunnen worden opgevangen.

Ondanks de tamelijk optimistische visie op de wereldeconomie ziet het IMF ook enkele risico's, onder meer in de aandelenprijzen. De koersen kunnen volgens het IMF “tot op zekere hoogte zijn gebaseerd op onrealistische verwachtingen over toekomstige winstgroei en rentetarieven”. Een verdere correctie van de aandelenkoersen zou het vertrouwen en de economische activiteit kunnen aantasten. Ook de voortdurende kapitaalstroom in de richting van de opkomende economieën houdt risico's in, waarbij wordt gewezen op de gebeurtenissen in Thailand.