Het Bosnisch model

De verkiezingen in Bosnië doen sterk denken aan gewone verkiezingen in zoverre dat de kiezers een biljet in de bus stoppen. Maar als op de uitslag geen uitvoering van de aldus bepaalde volkswil volgt, is het praktisch resultaat regelrecht tegengesteld aan de bedoeling.

Grote groepen kiezers willen terug naar de plaats waarvan ze zijn verjaagd. Dit wordt feitelijk, met alle geweld behalve schieten, verhinderd door andere groepen kiezers die zich daar intussen hebben gevestigd. De troepen van SFOR bewaren de orde maar ze zijn geen verhuisbedrijf. Als de situatie na de verkiezingen blijft zoals die voor deze dagen van de democratie was, leiden de kiezers daaruit af dat de etnische zuiveringen feitelijk hun beslag hebben gekregen. Bij de verjaagden blijft de wrok, omdat het Westen wel hun rechten heeft erkend maar meer beloofd heeft dan het kon geven. Degenen die van de oorlog hebben geprofiteerd, blijven paraat omdat het Westen niet van de plechtig gegeven, en half bekrachtigde belofte afstand kan nemen.

Het gevolg van dit drama der democratische idealen is dat de direct betrokken partijen zich verder ingraven om bij de eerste gelegenheid elkaar weer te lijf te gaan. Dit moet worden vermeden. De nu twee jaar durende ingreep mag niet vergeefs zijn geweest. Het resultaat op lange termijn is dus de voortgezette aanwezigheid van de NAVO.

Het begint iets wereldvreemds te krijgen, in deze weken van mondiale vroomheid en rouw nog een kritische en noodzakelijkerwijs vrijblijvende kanttekening te schrijven over een zo ver verwijderd maar concreet vraagstuk als Bosnië. Had het beter gekund, had men geen verkiezingen moeten houden? Had men eerst alles moeten doen om de voorwaarden voor een democratische gang van zaken te scheppen? De vrijheid van de media verzekeren (om te beginnen, al bijna twee jaar geleden); ultra-nationalistische politieke organisaties en militia's ontmantelen, de grote oorlogsmisdadigers arresteren? Wie weet was het dan met deze verkiezingen veel beter gegaan.

Maar dat is niet gebeurd. De leiders van de westelijke politiek hebben consequent eerst gekozen voor de gemakkelijkst lijkende oplossingen: tijdens de oorlog de cosmetica van het vredestichten en nu de cosmetica van de democratie. Als ter plaatse bewezen was dat men voor lapmiddelen had gekozen, werden er hardere maatregelen genomen. Daarmee werd dan impliciet erkend dat Bosnië geen isoleerbaar conflict was dat de nationale belangen van de NAVO-leden niet raakte. Het was door een reeks van oorzaken een vraagstuk van het Westen, en dat is het na deze verkiezingen nog.

Het Bosnische conflict heeft zich onder onze ogen ontwikkeld tot een van de chronische conflicten zonder uitzicht op beter. Het is groter dan die waarin de Baskische ETA of de Ierse IRA de tegenpartij zijn, want die spelen zich af binnen de Spaanse en Ierse grenzen en die van het Verenigd Koninkrijk. Het heeft de eigenschappen om zich te ontwikkelen tot een toestand als op Cyprus waar onder internationale curatele een verdeling van het land is ontstaan, met alles wat daarbij hoort: een muur met militaire bewaking onder auspiciën van de Verenigde Naties en door de partijen en hun Griekse en Turkse sponsors zorgvuldig in stand gehouden haat. Dankzij de regelmatige behandeling door de vooral Amerikaanse artsen kan de aard van het gevaar onder controle worden gehouden.

Het is een model dat te verkiezen valt boven het Palestijns-Israelische waarin de term vredesproces dient om een toestand te beschrijven die feitelijk bestaat uit een permanent terrorisme gevolgd door vergelding, waarop opnieuw terorisme volgt, alles begeleid door een aaneenschakeling van conferenties. De internationale bemiddeling kan daar alleen tot iets leiden als zich van beide kanten partners aandienen die gematigd en redelijk zijn en geloofwaardig voor de partijen die ze vertegenwoordigen. Maar door de spiraal van geweld worden juist die naar de periferie gedreven. Het is ondenkbaar dat het Westen zich van het Israelisch-Palestijnse conflict afkeert. Daaruit volgt dat het vredesproces in het Midden-Oosten feitelijk bestaat uit lang wachten, in de hoop dat uit een nieuwe generatie politici de partners voor de definitieve oplossing tevoorschijn zullen komen.

De Bosnische ervaring heeft geleerd dat, als er daar al zulke partners zijn, ze bij geen van de partijen aan bod komen. Het Palestijnse model is in Bosnië nog niet gevestigd. Het Westen is echter in de relatief comfortabele positie dat het middelen heeft om in te grijpen en de rechtvaardiging om dat te doen: verdere ontwapening van particuliere militia's met eventueel terroristische bedoelingen, economische druk, bescherming van de vrije media en arrestatie van de belangrijke oorlogsmisdadigers (degenen die zes jaar geleden concentratiekampen hebben gebouwd en twee jaar geleden de massamoord van Srebrenica hebben georganiseerd).

Telkens weer is het de vraag of het Westen, altijd op initiatief van Washington, de wil heeft om van de machtsmiddelen gebruik te maken. Telkens blijkt de wil er wel te zijn maar te laat. Als de Bosnische verkiezingen na een maand of wat de feitelijke bevestiging van de etnische zuiveringen blijken te zijn en de slachtoffers hebben zich er bij gebrek aan steun of wapens voorlopig mee verzoend, dan verdwijnt het land onherroepelijk verder uit de internationale belangstelling. Dan is er naast het model van de ETA, de IRA en het Palestijnse, nog een model van onopgelost en onoplosbaar conflict ontstaan. Wat dat waard is kunnen we pas zien als de troepen van de NAVO zijn vertrokken. De volgende comeback van KaradAÀc is niet uitgesloten. Misschien wordt er nog wel eens een film over hem gemaakt.