Harvey Keitel

In een reeks profielen van gezichtsbepalende filmsterren deze week Harvey Keitel, de coolste acteur van de jaren negentig die nu in 'City of Industry' en nog een stuk of wat andere films speelt.

Harvey Keitel heeft het dit jaar zo druk dat hij niet eens tijd nam om te spelen in de nieuwe film van Stanley Kubrick. Terwijl Tom Cruise en Nicole Kidman al hun andere werk uitstelden om Eyes Wide Shut te maken in het legendarisch trage tempo van de door iedereen vereerde regisseur van 2001: A Space Odyssey en A Clockwork Orange, verliet Keitel Londen om in Graceland Elvis te gaan spelen.

Elvis? Maar een paar jaar geleden zou niemand op het idee gekomen zijn Keitel dit idool te laten zijn, in welke fase van diens korte lange leven dan ook. Maar Keitel heeft in de jaren negentig laten zien dat hij van alles kan worden - van een verrotte agent in Bad Lieutenant (Abel Ferrara) tot een goedzakkige sigarenverkoper in Smoke en Blue in the face (Wayne Wang), van Judas in The Last Temptation of Christ (Martin Scorsese) tot een erotische held in The Piano (Jane Campion).

Sinds zijn optreden in Quentin Tarantino's Reservoir Dogs en Pulp Fiction is Keitel bovenal cool. Zijn leeftijd, zijn aardappelgezicht, zijn bouwvakarmen, zijn zeemansbenen en zijn verleden in meer slechte doch avontuurlijke dan goede doch brave films hebben hem een glans gegeven die grotere sterren van zijn generatie als Robert DeNiro en Al Pacino in de jaren negentig jammerlijk ontberen. Keitel suggereert nooit iets saais: slechteriken maakt hij aandoenlijk en lieverds stoer; altijd is er het vermoeden van al lang getorst leed dat zich niet meer laat verklaren. Voor veel films is die suggestie een zegen; soms lijkt het niet meer dan een maniertje.

De carrière van Keitel (Brooklyn, New York, 13 mei 1941) begon voorspoedig en raakte snel in het slop. De zoon van Oost-Europese joden met een cafetaria in Brighton Beach werd op zijn zeventiende van school gestuurd, ging bij de marine, verkocht schoenen, werd rechtbankstenograaf, nam acteerlessen en schreef in 1965 op een advertentie van Martin Scorsese die acteurs zocht voor zijn eerste film. Keitel speelde vervolgens voor Scorsese onder andere in Mean Streets en Taxi Driver, maar het was co-acteur Robert DeNiro die doorbrak. Keitel werd een character actor, die studeerde bij Lee Strassbergs Actor's Studio, en hard werkte in films van Paul Schrader (Blue Collar), Ettore Scola (La nuit de Varennes) en Nicholas Roeg (Bad Timing) en daar niet beroemd mee werd. Hij liet zich na een ruzie met Francis Ford Coppola ontslaan van de hoofdrol in Apocalypse Now.

In 1988 begon de ommekeer met de rol van Judas in alweer een film van Martin Scorsese. Keitel ging van toen af misschien niet beter acteren, maar hij deed het vaak in betere films. Zijn naam maaktef zelfs films mogelijk: zonder Keitels steun voor het script was Quentin Tarantino's eerste film Reservoir Dogs wellicht nooit gemaakt. Soms, misschien uit nostalgie, speelt de acteur ook nog graag in een film waaraan hij het enige goede is.