Gaten dichten in het 10-jarige ozon-protocol

Tien jaar geleden werd in Montreal het protocol voor bescherming van de ozonlaag afgesloten. Het verdrag was echter niet waterdicht. Deze week wordt daar iets aan gedaan.

ROTTERDAM, 17 SEPT. Op 16 september 1987 kwamen enkele tientallen landen in de Canadese stad Montreal overeen de consumptie en productie van cfk's binnen tien jaar in stappen terug te brengen tot 50 procent van het niveau van 1986. Hoe weinig verstrekkend het protocol van Montreal ook was, het verdrag betekende een keerpunt in de verhouding tussen wetenschap en politiek.

Voor het eerst lieten beleidsmakers zich in een milieukwestie door wetenschappelijke argumenten overtuigen van de ernst van een gevaar voordat dit zich werkelijk manifesteerde. Het enige dat in 1987 vast stond was dat er twee jaar eerder een 'gat' in de ozonlaag boven de Zuidpool was ontdekt en dat cfk's zich ophoopten in de atmosfeer. De cfk's (chloorfluorkoolwaterstoffen) waren op dat moment in gebruik als drijfgassen in spuitbussen, koelmiddelen in ijskasten en airco's, blaasmiddelen in schuimplastic en als reinigingsmiddel. Chemiereuzen als DuPont, Allied, ICI, Hoechst en Elf haalden er een miljardenomzet mee. Nog steeds dunt de ozonlaag uit, maar inmiddels begint de concentratie van een aantal cfk's in de lagere atmosfeer te dalen.

Deze week wordt in Montreal opnieuw vergaderd om de laatste gaten in de gemaakte afspraken te dichten en de smokkel van cfk's uit Rusland en China naar de Derde wereld aan banden te leggen. En geld bijeen te brengen voor sluiting van nog bestaande cfk-fabrieken.

De aandacht voor de ozonlaag stamt uit de jaren zestig toen onderzoek naar effecten van supersonische vliegtuigen op wolkvorming en luchtvervuiling leek aan te tonen dat de verbrandingsgassen de natuurlijke afbraak van ozon in de stratosfeer konden versnellen. Mede op grond van deze conclusie (die achteraf onjuist bleek) besloot de Amerikaanse overheid de Brits-Franse Concorde landingsrechten te onthouden.

In 1973 toonde onderzoek aan dat ook chloor uit de brandstof van NASA's draagraketten een bedreiging vormde voor de ozonlaag. NASA hield het inzicht enige tijd geheim, maar maakte ten slotte van de nood een deugd en verklaar de de ozonlaag tot object van studie. Het leverde een definitieve voorsprong in ozononderzoek op.

Een jaar nadat de Britse onderzoeker Lovelock aantoonde dat de cfk's zich begonnen op te hopen in de atmosfeer publiceerden Rowland en Molina in juni 1974 de hypothese dat de cfk's, eenmaal doorgedrongen tot de stratosfeer, daar hun chloor zouden verliezen.

Pagina 4: Ozon-conferentie eigenlijk maand te vroeg

Ook dat kon ozonafbraak opwekken. De New York Times bracht het nieuws in september op de voorpagina en er ontstond een fel debat over afschaffing van de cfk's. Het verband met een verhoogd risico op huidkanker was snel gelegd: uitdunning van de ozonlaag zou de intensiteit van ultraviolette straling op het aardoppervlak vergroten. Vrijwel onmiddellijk liep de verkoop van spuitbussen terug.

De industrie begon een eigen onderzoek, wees erop dat nog geen enkele ozonschade was aangetoond maar had weinig verweer tegen het wetenschappelijk argument dat het juist te laat zou zijn voor maatregelen als er al schade was: het 'voorzorgprincipe'. In 1978 kondigde de regering Carter, op initiatief van de Amerikaanse milieudienst EPA, een algeheel verbod op het gebruik van cfk's in spuitbussen af. Andere toepassingen bleven toegestaan.

De toenmalige Europese Gemeenschap concentreerde zich op meer tastbare milieuproblemen, als zure regen en afval, en reageerde lauw. Dat de Concorde uit naam van de ozonlaag door de VS buiten de deur was gehouden lag Britten en Fransen nog vers in het geheugen. Er kwam bij dat Europa eind jaren zeventig nog nauwelijks eigen ozononderzoek had. De overheid moest zich vaak door de cfk-industrie laten voorlichten, wat met zich meebracht dat het Britse ICI en Franse Atochem grote invloed hadden op het beleid.

Pas in 1980 kwam de EG met het besluit om het cfk-gebruik in spuitbussen terug te brengen met 30 procent van het gebruik in 1976. Dat doel was dankzij Duitse inspanning op dat moment praktisch al bereikt en het kon dus de symmetrie met de VS niet herstellen, zoals de Amerikaanse cfk-producenten (DuPont, Allied Signal, Pennwalt en andere) geërgerd vaststelden. Na 1980 liep daardoor aan Amerikaanse zijde de animo voor verdere beperkingen snel terug. Rond 1981 ontstond de indruk dat de ozonlaag eerder toe dan afneemt en maakten nieuwe computerberekeningen aannemelijk dat de schade zou kunnen meevallen. De regering Reagan, die de EPA-leiding had vervangen, wilde de industrie niet onnodig dwars zitten en dankzij de economische crisis nam de cfk-emissie sowieso af.

Het was de VN-organisatie voor milieu UNEP die het onderwerp 'op de agenda' hield. Dankzij de UNEP werd uiteindelijk in maart 1985 in Wenen een conferentie voor bescherming van de ozonlaag belegd. Maar veel belangstelling trok die niet, milieuorganisaties lieten zich in Wenen niet zien. Het overleg strandde in tamelijk vrijblijvende inspanningsverplichtingen. Er zouden emissie-gegevens worden uitgewisseld en er zou een nieuwe conferentie komen waarop hardere afspraken moesten worden gemaakt.

De kentering kwam in mei 1985 toen Britse onderzoekers bekend maakten dat zij sinds 1982 een 'gat' in de ozonlaag boven de zuidpool waarnamen en suggereerden dat cfk's de oorzaak waren. De vondst kreeg brede aandacht toen de NASA een jaar later berichtte dat ook de Nimbus-7 satelliet bij nader inzien al lang een ozongat waarnam. Nadat een uitputtende studie in juni 1986 opnieuw aantoonde dat cfk's een serieuze bedreiging zijn voor de ozonlaag liet de EPA zich overtuigen en vestigde de verontrusting zich ook binnen de regering Reagan. Ook de Europese opstelling veranderde toen na 1 januari 1987 achtereenvolgens België, Denemarken en Duitsland voorzitter van de EG waren. Tijdens de Montreal-onderhandelingen bestond de 'troika' uitsluitend uit landen die vóór emissiebeperkingen waren. Wantrouwen jegens de eerlijke bedoelingen van de Amerikanen (had DuPont de cfk-vervangers soms al klaar?) verhinderde toch dat een Amerikaans voorstel om tot 95 procent emissiebeperking te komen werd overgenomen.

Eigenlijk kwam de Montreal-conferentie een maand te vroeg. In augustus en september 1987 werd het 'ozongat' voor het eerst opgezocht door een researchversie van het beroemde U2-spionagevliegtuig, dat op twintig kilometer hoogte luchtmonsters nam. Twee weken na afsluiting van de conferentie werden de eerste resultaten bekend gemaakt: het bewijs was er, het gat werd door chloor veroorzaakt. Het pleit werd beslecht toen in maart 1988 uit metingen duidelijk werd dat de ozonlaag ook boven de VS en Europa sinds 1969 al enige procenten dunner was geworden. Prompt besloot DuPont de productie van alle cfk's 'zo snel mogelijk' te beëindigen en in Europa raakten nu ook ICI en premier Margaret Thatcher overtuigd van het gevaar. Toen Thatcher opriep tot het houden van een nieuwe conferentie kwam het initiatief opeens in Europa te liggen. Het is de conferentie van Londen (juni 1990) geweest waarop uiteindelijk werd besloten tot totale afschaffing van de cfk's.