De tobbende mens van Visch

Tentoonstelling: Henk Visch, tekeningen T/m 9 nov. Stadsgalerij Heerlen, Raadhuisplein 19, Heerlen. Di t/m vr 11-17u, za en zo 14-17u. Catalogus: ƒ 29,-.

Henk Visch (Eindhoven, 1950) hoort tot een generatie kunstenaars die de kunst opnieuw een richting instuurde die lang uit het zicht was gebleven. De avant-garde kunst werd in de jaren zeventig gaandeweg academischer, theoretischer en ontoegankelijker, maar plots waren daar jonge Italianen, jonge Duitsers, en in Nederland figuren als René Daniëls, Marlene Dumas en Henk Visch, die weer figuratieve, emotioneel geladen en aansprekelijke beelden maakten, maar dan op een hele andere manier dan de Cobra-schilders uit hun geboortetijd. Dat de kunst weer aan een spijker kon hangen en dus weer wat gemakkelijker verhandelbaar was, betekende voor de kunsthandel goed nieuws.

Men vroeg zich af of Visch wel werkelijk zo bijzonder was of dat de mode snel zou overwaaien. Maar Visch is een blijvertje gebleken en uitgegroeid tot een van Nederlands belangrijkste kunstenaars en dat terwijl zijn huidige werk niet hemelsbreed verschilt met dat van vijftien jaar geleden. Visch had zijn stijl en visie van meet af aan te pakken.

De Stadsgalerij in Heerlen laat nu een tekeningententoonstelling zien met een ruime keuze uit het werk van Visch van de afgelopen tien jaar. De tentoonstelling, die daarna doorreist naar het Sprengel Museum in Hannover, vormt een mooie eenheid. De tekeningen, meestal staand, wijken wat grootte betreft weinig af van het A4-formaat. De voorstellingen zijn simpel weergegeven met zwarte Oost-Indische inkt, af en toe aangevuld met een enkele heldere steunkleur. Alleen de grootste wand heeft bij wijze van titel een grote muurtekening gekregen. We zien een eenzaam figuurtje, centraal in het witte vlak met rondom zijn voeten, alsof het een aureool is, een waaier van lijntjes.

De mens, in al zijn naaktheid in de wereld, die tobt en op gespannen voet staat met zijn omgeving; daar lijkt het Visch allemaal om te doen. Dat hij zijn figuren soms voorziet van een hoedje, vlinderstrik of een gedrapeerde lap lijkt hun kaalheid alleen maar te accentueren.We zien een man met rode vlekjes over zijn lichaam zwevend boven een blauwe streep, maar ook een figuur in optima forma weergegeven in glooiende Matisse-achtige lijnen die sterk contrasteren met het vierkante rasterpatroon dat als een tralienetwerk over de figuur heen is getekend. Je zou de wereld van Henk Visch kunnen plaatsen in een mythisch verleden, een wereld van voor de renaissance, maar ook in een SF-achtige toekomst. 'ET home!' hoor je zijn figuurtjes met grote hoofden soms roepen. Af en toe voorziet Visch ze van een erectie wat in combinatie met de dromerige, kale wereld waarin ze figureren erg geestig werkt.

Het is merkwaardig dat Visch in de - overigens prachtige - catalogus door de hoofdconservator van het Sprengel Museum wordt getypeerd als een kunstenaar zonder 'corporate identity', een kunstenaar die voortdurend van stijl wisselt en zo de kans loopt om voor een goochelaar of onberekenbare zwendelaar door te gaan. De man kent waarschijnlijk alleen Visch' sculpturen, die inderdaad zeer wisselend van stijl en materiaal zijn; soms van piepschuim dan weer van brons. Maar in Visch' tekeningen, die toch de basis voor zijn beelden vormen, schuilt wel degelijk een grote eenheid van stijl. Als je zijn tekeningen kent is die verscheidenheid van stijl in zijn beelden maar schijn en daarin schuilt nu juist de kracht van Visch.