De broer van de minister bleef thuis

Het moet met grote voorsprong de saaiste Prinsjesdag van deze eeuw zijn geweest. Hoe bloeiender de economie, hoe vervelender het politieke bedrijf.

Er waren de dameshoeden, inderdaad. Sommige waren omvangrijk genoeg om het hele scherm te vullen. De koningin leek een spiraalsgewijs opgebouwd aureool op haar hoofd te hebben geplant. Het schedeldak van minister Jorritsma fungeerde als noodlandingsbaan voor een slordig afgewerkt, Russisch ruimtevaartscheepje. Mevrouw Terpstra had haar héle hoofd - en dat wil wat zeggen - in één grote hoed omgetoverd.

Lelijkheid fascineert, maar het moet nooit te lang duren - en zeker geen halve dag.

Toen kwamen de interviews.

Het begon 's middags al in Middageditie met ex-premier Van Agt. Van de sluwe, oude vos werd kennelijk enig vuurwerk verwacht. Verspeelde macht maakt de politicus immers bitter. Van Agt probeerde ook te doen wat van hem verwacht werd, maar het klonk weinig overtuigend. Er hadden volgens hem 'een paar ministers' moeten aftreden vanwege de Securitel-affaire. “Dat is het lelijkste dat er gebeurd is.”

Wie hadden er moeten gaan? We gingen tevergeefs op het puntje van onze stoel zitten. Van Agt hield het bij de minister van Justitie - verder geen namen, laat staan rugnummers.

Was die De Hoop Scheffer niet vooral 'een gewiekste manager van katholieke huize', wilde Harmke Pijpers nog weten. Het was het enige moment waarop Van Agt écht vertoornd raakte. Als je CDA'ers kwaad wilt maken, moet je hen aan hun afkomst herinneren. “Wat is er tegen dat katholiek?” vroeg Van Agt.

's Avonds begon Karel van de Graaf in Netwerk aan een onmogelijke opdracht: een spectaculair interview met premier Kok.

Hij schijnt de beste premier sinds Drees te zijn, zonder hem zou Nederland een twistziek, spilzuchtig landje zijn dat weldra tot de internationale bedelstaf zou geraken. Het is ongetwijfeld allemaal waar - zoals het ook waar is dat de interviews met premier Kok bij uitstek geschikt zijn om even de hond uit te laten, waarna je bij terugkomst te horen krijgt dat de gesproken tekst van het afgelopen half uur in één zin afdoende kan worden samengevat: het gaat goed, maar het kan nog beter.

Ik was benieuwd of hij nog iets zou zeggen over minister Zalm, die vorig jaar in een bui van overmoed zijn koffertje boven zijn hoofdje had geheven. Kok bleek het hem nu verboden te hebben. “We moeten oppassen dat we niet hoogmoedig lijken.”

Exit Zalm.

Hij moest er weer bij lopen alsof hij een tobbende handelsreiziger was met een koffer vol slechte tandenborstels. Het chagrijn droop van zijn gezichtje. Een cameraploeg volgde hem naar het Binnenhof, maar de minister had weinig te missen.

Aan zijn secretaresse vroeg hij of zijn broer 's middags nog naar hem kwam kijken. Die broer is schoenenverkoper op de markt en de minister had kennelijk verwacht dat het voor hem een uitgelezen kans was om zijn broer-de-minister tussen de groten van Nederland te zien gloriëren.

Maar de broer, een verstandig man, bleek er bij nader inzien geen trek in te hebben. “Hij had verwacht dat hij een week tevoren een uitnodiging zou krijgen”, zei de secretaresse. Waarop de minister de enige welgemeende woorden van die dag sprak: “Wat een lul.”

Vandaag krijgt Zalm een missive van Kok: “Omwille van het imago van dit kabinet lijkt het me wenselijk dat je familieleden niet meer in het openbaar als een geslachtsdeel aanduidt. Dat dit ook van toepassing is op niet-familieleden zul je, hoop ik, als een vanzelfsprekende toevoeging beschouwen.”

Van de Graaf vroeg Kok nog wat hij nu eigenlijk het zwaarste vond van zijn ambt. De premier begreep dat van hem een persoonlijk antwoord werd verwacht, dus trok hij zijn persoonlijkste gezicht. “Dat je er op cruciale momenten alleen voor staat”, zei hij plechtig.

Als tv-criticus ken ik dat gevoel maar al te goed - vooral op Prinsjesdag.