Congo belet VN-onderzoek naar massagraf

KINSHASA, 17 SEPT. De regering van de Congolese president Laurent Kabila heeft een missie van de Verenigde Naties toestemming geweigerd om naar massagraven van Rwandese Hutu-vluchtelingen te gaan zoeken in de noordelijke stad Mbandaka. De opstelling van de Congolese regering brengt het hele onderzoek in gevaar, aldus een woordvoerder van de 23 leden tellende missie. HIj zei instructies af te wachten van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, Kofi Annan.

De Congolese minister van Planning en Nationale Wederopbouw, Etienne Mbaya, zei dat het zijn land niets uitmaakte als de VN de missie zouden terugtrekken. Volgens Mbaya heeft de missie de regels geschonden die met de VN waren afgesproken voor het onderzoek naar het lot van de vluchtelingen, van wie tienduizenden worden vermist. “Als een verantwoordelijke regering kunnen we hun niet helpen de regels te schenden die met de VN zijn uitgewerkt voor het onderzoek,”, aldus Mbaya.

De VN-missie arriveerde ongeveer een maand geleden om beschuldigingen van hulpfunctionarissen te onderzoeken dat troepen van Kabila of zijn Rwandese Tutsi-bondgenoten Hutu-vluchtelingen hebben afgeslacht tijdens de zeven maanden durende campagne die Kabila in Kinshasa aan de macht bracht, en ook later nog. Een eerdere VN-onderzoeksmissie werd niet eens in Congo toegelaten, omdat Kinshasa de Chileense missieleider Robert Garreton als vooringenomen beschouwde. Kofi Annan gaf aan de Congolese druk toe en benoemde een andere delegatie, met het argument dat het onderzoek, en niet de personen, prioriteit had. Maar de nieuwe onderzoeksmissie is sinds haar aankomst niet in staat gesteld een begin te maken met haar werk.

Met name de Verenigde Staten hebben gewaarschuwd dat beloofde hulp aan Kabila's regering afhangt van haar medewerking aan het onderzoek en haar bereidheid schuldigen te straffen. De Amerikaanse ambassadeur bij de Verenigde Naties, Bill Richardson, zei maandag dat hij “erg bezorgd” was over Kabila's handelwijze, maar dat het moment waarop “drastische actie” nodig werd, nog niet was aangebroken. “Maar we zijn er dichtbij.” (AP, Reuter)