Belastingsubsidies vallen door de mand

Kamerleden ondervinden bij hun werk een handicap. De kosten voor leuke dingen die het kabinet op fiscaal terrein presenteert, zijn aan de lage kant. Een alternatief dat een Kamerlid durft te opperen, valt steevast duurder uit dan gedacht. Zoveel duurder dat het een Kamerlid maar zelden lukt zijn eigen visie in fiscale maatregelen om te zetten.

De geroutineerde staatssecretaris Vermeend (Financiën) verstaat de kunst van het in eigen richting bijbuigen van cijfermateriaal als de beste. Zijn voormalige collega's in de Kamer reageren gelaten op het partijdige hanteren van de rekenmachine. Alleen het ministerie van Financiën kan de nodige becijferingen maken; narekenen is bij gebrek aan basismateriaal niet mogelijk. Het is allemaal onderdeel van het politieke spel; zo gaat het bij elk kabinet.

Maar dat spel heeft zijn prijs en het Centraal Planbureau (CPB) maakt die prijs duidelijk. Dat gebeurt in de gisteren gepresenteerde Macro Economische Verkenning. Het CPB legt de vinger op de nadelen van een systeem waarin fiscale faciliteiten telkens duurder uitpakken dan officieel was geraamd. Zo zijn er onbedoelde effecten op de verdeling van de lastendruk. Vaak wordt een fiscaal cadeautje op een of andere manier bekostigd door degenen die er van profiteren. Als dat al invloed heeft op de verdeling van de lastendruk, dan is die uitdrukkelijk beoogd. Maar een bovenmatig gebruik van een faciliteit doorkruist dat beeld. De extra kosten worden dan opgebracht door de gemiddelde belastingbetaler. Het parlement heeft daar geen stem in. Dat bekommert zich overigens alleen bij de invoering van een faciliteit over de (geraamde) kosten. De volgende jaren duikt de belastingsubsidie immers onder in de grote stroom van de belastingheffing. Allemaal redenen voor de Raad van State om in zijn commentaar op de miljoenennota te waarschuwen voor subsidies die als fiscale aftrekpost worden vermomd. De Raad ziet er een “riskante en ondoorzichtige belastingwetgeving” in. Hij heeft daar moeite mee omdat het “steeds meer het zicht wegneemt op de herverdelende aspecten van de inkomstenbelastingheffing”.

Het kabinet is niet onder de indruk van deze kritiek. Het beschouwt de fiscale subsidies als een onmisbaar onderdeel van zijn financiële, economische en sociale beleid. Dat klink overigens wat vreemd in de oren aan de vooravond van de presentatie van een nieuw belastingstelsel voor de komende eeuw. Dat systeem is alleen denkbaar als het wordt gefinancierd door een radicale kaalslag onder de aftrekposten en de belastingsubsidies. Maar die kaalslag zal alleen de particuliere sfeer treffen. Het kabinet wil meer dan ooit het belastinginstrument inzetten voor het versterken van ons ondernemings- en investeringsklimaat. Zo gaat Nederland de concurrentie aan met de buurstaten en andere landen die ook royaal met belastingfaciliteiten omspringen. Het resultaat telt en dat resultaat, zo meldt het kabinet trots, mag er wezen. Het weinig verheffende schouwspel van in een economische en politieke unie verbonden staten die tegen elkaar opbieden met belastingfaciliteiten, kent het internationaal opererende bedrijfsleven als lachende derde.

Op binnenlands terrein leiden aftrekposten en belastingsubsidies tot situaties die nooit politiek aanvaard zijn. Het CPB signaleert verrast hoe het aantal vermogensbezitters spectaculair stijgt, terwijl de belastingopbrengst van grote en kleine vermogens juist terugloopt. Dat komt door het, al dan niet kunstmatige, onvoorzien grote gebruik van aftrekposten en belastingsubsidies. Het wijdverbreide bezit van een eigen huis kost de schatkist in 1998 bijna tien miljard gulden meer aan hypotheekrenteaftrek dan het opbrengt aan de inkomensbijtelling van het huurwaardeforfait. De staat ontvangt steeds minder uit belastingheffing over rente. Belaste spaargelden zijn immers massaal verhuisd naar onbelaste participaties in clickfondsen of ander onbelast renderend effectenbezit. Verder oogsten fiscale faciliteiten als de bedrijfsspaarregelingen en lijfrenteaftrek een onvoorzien succes. De schatkist draait er voor op.

“Sluipenderwijs wordt een lager effectief tarief op vermogensinkomsten gerealiseerd”, zo constateert het CPB. Dat wijt enkele fikse belastingtegenvallers aan een te optimistische inschatting van het gebruik van al dan niet nieuwe aftrekposten. Opmerkelijke feiten, die geen politieke opschudding teweegbrengen, zelfs niet bij de PvdA. Het is immers een PvdA-staatssecretaris die met zijn VVD-minister de laatste hand legt aan een officiële tariefsverlaging voor vermogensinkomsten. Met zo'n 25 procent komt het tarief te liggen op de helft van het nieuwe toptarief voor onder meer arbeidsinkomsten. De fluwelen handschoen hoeft niet langer een ijzeren fiscale greep te pretenderen. Een aantrekkelijk tarief voor vermogensinkomsten mag nu onverholen worden gepresenteerd. Maar de opmerkelijke conclusies van het CPB vormen evenzogoed een belangrijke waarschuwing. Te laag geraamde kosten van aftrekposten en fiscale subsidieregelingen zorgen later voor een financiële strop. Wie dat niet erg vindt omdat het resultaat zo bevredigend is, heeft een verkeerde kijk op het democratisch proces.